------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------

RESTAURATIES WESTERBEGRAAFPLAATS

Baert – Colardyn – De Parmentier

De grafconcessie Baert – Colardyn – De Parmentier werd overgenomen door An Hernalsteen. Het is een interbellum grafmonument van rond 1940.

Demeyere - Dervaes

Niet alleen op de begraafplaats Schoonselhof worden door leden van Grafzerkje grafconcessies overgenomen. Bij collegebeslissing van 16 december 2004 werd de grafconcessie voor Demeyere - Dervaes door Marc Coremans overgenomen. Het grafmonument bevindt zich op de hoofddreef links van het 130 jaar oude gedeelte van de Gentse Westerbegraafplaats.

Het eenvoudige grafmonument, opgericht door steenhouwerbedrijf Cornelis Frères te Gent, bevindt zich in goede staat. In de grafkelder met 4 plaatsen rusten 3 personen. Mathildis Philomena Blondez werd geboren te Stavele op 14 november 1853 en overleed te Gent op 16 september 1942. Zij was de weduwe van Leopoldus Demeyere en moeder van Achilles Demeyere. Achilles Romanus Demeyere was bestuurder en werd geboren te Gent op 10 augustus 1889. Hij overleed te Gent op 31 januari 1954.

Bij collegebeslissing van 29 november 1954 werd de concessie Demeyere - Dervaes gegund. Eind 1954 werd zijn lichaam en dat van zijn moeder door toedoen van zijn echtgenote ontgraven uit een andere concessie op de Westerbegraafplaats en herbegraven in de huidige concessie. Zijn echtgenote Germana Dervaes werd geboren te Gent op 10 september 1892 en overleed er op 25 juni 1957.



De Schepper - Niffle

Niet alleen op de begraafplaats Schoonselhof worden door leden van Grafzerkje grafconcessies overgenomen. In april 2003 werd de grafconcessie voor De Schepper - Niffle door Johan Moeys overgenomen. Het grafmonument bevindt zich op het 130 jaar oude gedeelte van de Gentse Westerbegraafplaats. Johan Moeys zorgt ervoor dat het grafmonument regelmatig wordt bebloemd.

Hier liggen Richardus De Schepper (1868-1918) en zijn echtgenote Emma Niffle (1873-1917). In 1922 en 1929 werd telkenmale een doodgeboren neefje bijgezet.

Het grafmonument valt op door het prachtig portretmedaillon en biedt met de typische afgebroken zuil een romantische aanblik (het jong afgebroken leven). Voor het overige bestaat het uit brokstukken. De tekst is veelzeggend: " la guerre n'a épargné de leur foyer que ces quelques pierres qui leur servent de tombeau ".



De Weert – Cogen

De grafconcessie De Weert – Cogen werd overgenomen door An Hernalsteen. Maurice de Weert (1862 – 1930 was advokaat, journalist en liberaal schepen van Gent. In 1891 huwt hij met Anna Cogen (1867 – 1950) de kleindochter van Karel Lodewijk Ledeganck en de nicht van kunstschilders Felix en Antoon Cogen. Zij was een leerlinge van Emile Claus.


Klipstein - Desaegher

Niet alleen op de begraafplaats Schoonselhof worden door leden van Grafzerkje grafconcessies overgenomen. In april 2003 werd de grafconcessie voor Klipstein - Desaegher door Johan Moeys overgenomen. Het grafmonument bevindt zich op het 130 jaar oude gedeelte van de Gentse Westerbegraafplaats. Daar de sokkel ernstige breuken vertoonde liet Johan Moeys deze vervangen en poetste het grafmonument grondig op. Johan Moeys zorgt ervoor dat het grafmonument regelmatig wordt bebloemd.

Het graf behoort toe aan de familie van Ferdinandus Desaegher. Hij rust hier samen met Lydia Klipstein, vijf maanden oud en nog vijf telgen van de familie Desaegher. Bovenaan prijkt de van twee verschillende vleugels voorziene zandloper, duif en vleermuis: het leven vervliegt bij dag en bij nacht, bij goed en bij kwaad. De omkeerbaarheid van de zandloper slaat natuurlijk op het nieuwe leven dat wacht.


Adolphe Vercauter
1855 /3 - 5 – 1937

Het grafmonument Vercauter was sterk verwaarloosd. Vrijwilligers van de vzw Grafzerkje zetten zich in (juli 2008) om het grafmonument grondig te restaureren. Houten balken werden vervangen, het grafmonument werd opgevoegd en het geheel werd gestabiliseerd. De materiële kosten werden gedragen door het Gentse Feestenpubliek dankzij hun vrijwillige bijdragen.

Adolphe Vercauter laat deze kelder in 1900 oprichten voor zijn dochter Berthe Hoste (+ 19 maart 1900 en bijgezet op 4 augustus 1900). In de grafkelder liggen ook nog Marie Hoste (1873 / + 10 juni 1929) Adolphe Vercauter (1855 /3 - 5 – 1937) en Maria Hoste (1864 / + 2 april 1940).

Het grafmonument is van de hand van architect Ad. Van de Vijver uit Gent. Het monument is in eclectische stijl met een fantasierijk gedeelte waarbij de architect met verschillende klassieke elementen speelt en zo een origineel monument creëert. Het betreft een arduinen sokkel waarop het tempelportiek met de afgeknotte obeliskvorm geplaatst werd. Het tempelportiek waaronder de eenvoudige lage grafsteen ligt werd opgebouwd via het alternerend stelsel van pyloonvormige pijlers en Toscaanse zuilen die de dakconstructie (vooraan afgewerkt met een driehoekig fronton) dragen. De kapitelen van de pylonen werden met een golfornament versierd en tussen de toegangspylonen werd overal een verbindingsstuk aangebracht dat met een meanderfries versierd werd. De afgeknotte obeliskvorm met gegroefde top werd achteraan op het licht uitspringende deel geplaatst dat eveneens via twee portalen toegankelijk is. De palmtak op de obeliskvorm verwijst naar de overwinning op de dood.

Het grafmonument voor Adolphe Vercauter bevindt zich op perk J 215.


RESTAURATIES CAMPO SANTO

Van Loo & De Battice

De grafconcessies Van Loo en De Battice werd overgenomen door An Hernalsteen. De familie Van Loo - Pletinx waren bierbrouwers. Waarschijnlijk nam Judocus Van Loo omstreeks 1840 de zaak van zijn schoonouders over en zette die voort als bierbrouwer en azijnstoker tot 1869. In dezelfde periode vinden we Leonardus De Battice terug als magazijnier van biergist. Waarschijnlijk hadden beide families door hun beroep een nauwe zakenrelatie met elkaar. Een bijkomend bewijs vinden we in het feit dat beide families ook optraden als peter en meter van elkaars kinderen. Dus mogen we hieruit besluiten dat tussen de families een vriendschap was ontstaan die ze ook na hun dood wilden bestendigen.


RESTAURATIES BRUGGE (ASSEBROEK)

Eleonore Shiell

Eleonore Shiell was de dochter van de Engelsman Quelly Shiell en Anne Gordon. Ze werd geboren op 02/07/1782 in Montserrat, een eiland gelegen in de Caribische Zee dat nog steeds behoort tot Brits overzees gebied. Ze was de weduwe van Alexander Allan die overleed in Saint Croix (een eiland in het Caribisch gebied). Samen hadden ze meerdere kinderen.

Hoewel ze gedomicilieerd stond in Londen (Groot Brittannië) woonde ze in Brugge in de Oude Zak waar ze als rentenierster op 04/01/1863 overleed. Ze werd tachtig jaar.

Op 10/01/1863 werd door het gemeentebestuur van Brugge een grondvergunning toegekend voor een grafkelder gelegen in vak 3/35 nabij het Calvariekruis. Kort nadien lieten haar kinderen ter nagedachtenis van hun moeder er een uniek neogotisch grafmonument bouwen.

Eleonore Shiell ligt er vandaag nog steeds begraven samen met haar kleinzoon Granl Allan. Hij was de zoon van Kapitein Jean Allan en Georgine Dods. Hij werd op 19/08/1849 geboren in Oost Indië en overleed in Brugge op 07/07/1865. Hij was 15 jaar. 

Op 24/09/2009 werd de grafconcessie overgenomen door Wim Lecluyse. Hij liet het totaal vervallen monument volledig en grondig restaureren door Kunstatelier Thienpont uit Eke.

Het monument werd eerst volledig gereinigd door middel van hydropneumatische laagdruk met rotatiewervelsysteem. Grote ontbrekende delen werden bijgemaakt in natuursteen van dezelfde soort. Kleine herstellingen en barsten werden gerestaureerd met epoxymortel.

Het metaal werd ontdaan van alle roest en opnieuw geschilderd. Het geheel werd opnieuw gevoegd en er werd een beschermende en laserende impregnering geplaatst. Dankzij deze restauratiewerken ziet het bijna 150 jarige grafmonument er als nieuw uit.

Wim Lecluyse

------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------