Deze nieuwsbrief is zo uitgebreid dat hij uit 2 delen bestaat. Dit is DEEL 1 van NIEUWSBRIEF 56.
Inhoud:
Robertmont: weinig belangstelling, des te meer “ambiance”: we waren met niet velen maar we amuseerden ons wel.
Tessenderlo zet amateurkunsten in de kijker: ons lid Agnes Haesendonck toonde de kunst van het letterhouwen in steen.
Stampe en Ivanow kregen een nieuwe grafplaat.
Rome: een funeraire bloemlezing: enkele mooie dingen uit de Italiaanse hoofdstad.
Luik Sainte Walburge: onze bestuurslid An Hernalsteen bezocht nog een tweede Luikse dodenakker.
Dokter Muylle op Sint Rochuskerkhof te Deurne: ons lid Ludo Dieltiens vertelt een verhaal.
San Michele Venetië: ons lid Johan Moeys schetste een impressie van deze unieke dodenstad.
Tante Kato ging op reis en zag de oudste Osmaanse turbes: weer een nieuwe ontdekking van tante Kato.
Halen wil werk maken van haar gesloten begraafplaats: stad Halen vroeg advies aan vzw Grafzerkje.
Een paardengraf uit de 16de of 17de eeuw ontdekt: ons lid Lydia Swennen toog op onderzoek uit.
Versteende getuigenissen: een project opgestart door Terf.
-----------------------------------------------------------------------
Robertmont: weinig belangstelling, des te meer “ambiance”:
Vooraf: de voorziene gids, mevrouw Chantal Mezen schrijfster van enkele boeken over de Luikse begraafplaatsen , diende om gezondheidsredenen af te haken maar stuurde de heer Joseph Beaujean als haar vervanger. Weinig deelnemers, acht bij de start later nog aangevuld door twee van onze Nederlandse leden, en de toegezegde vertaler-tolk die het ook liet afweten. Gevolg: een aantal schadeclaims aan het adres van vzw Grafzerkje omdat mensen echt op die vertaling gerekend hadden. De schadegevallen werden in handen van het Belgische gerecht gegeven maar, zo kennen wij het Belgische gerecht, zijn daar blijkbaar zoek geraakt zodat onze vzw Grafzerkje gelukkig van die enorme schadeclaims gespaard werd gebleven. Gelukkig maar zou ik zeggen want onze penningbewaarder zou daar niet mee kunnen lachen hebben. (dat van die tolk en de gevolgen ervan was uiteraard een grapje van ondergetekende)
De heer Beaujean ging met ons op stap en hij deed dat zoals ik me een Waals iemand had voorgesteld: zeer op het gemak, rustig en stil pratend, van tijd tot tijd lurkend aan een sigaartje. Geen probleem omdat we maar met een beperkt aantal waren maar ik denk wel dat hij het, met een groep van 25, iets moeilijker zou gehad hebben. Maar nogmaals, de man kon mij bekoren. Onze An Hernalsteen, verder soms ook Kuifje genoemd, nam onmiddellijk het voortouw en verplichtte de heer Beaujean om haar het graf van Emiel Moyson aan te wijzen. Haar “dictatuur” ging nog verder want ze duidde ondergetekende aan tot het opmaken van een, gedetailleerd nota bene, verslag dat zijzelf van de nodige, wetenschappelijk verantwoorde informatie zou voorzien en ondergetekende duidde op zijn beurt Edgard, van Marie Claire, aan de nodige foto’s te maken. Dus Emiel kreeg als eerste een bezoek. Op zijn laatste rustplaats staat “stichter der wevers- en spinnersverenigingen ten jare 1857 te Gent". Het chauvinisme van ons An vierde hier hoogtij. We konden haar nog juist bedwingen om hier “de Internationale” niet in te zetten. Op zijn graf een medaillon van Jean Van Neste.
Iets verder wees Joseph ons om Louis Jamme, de eerste Luikse burgemeester na 1830. Iets verder stonden we voor de laatste rustplaats van de moeder van schrijver Georges Simenon. Het graf ligt er verwaarloosd bij. De zoon van de bekende schrijver kwam hier ooit kijken en stelde “in navolging van mijn vader ben ik de mening toegedaan dat er naar de doden niet meer omgekeken dient te worden” en hij weigerde elke opkuisbeurt.
Joseph Demoulin, componist, kreeg een mooi grafmonument. Zijn echtgenote werd, eigenaardig maar waar, naast hem begraven en zij kreeg een sobere laatste rustplaats. Alexis Peclers, schrijver.
 |
 |
 |
|
Demoulin
|
Echtgenote Demoulin
|
Peclers
|
Een gigantische laatste rustplaats voor de drukkersfamilie Desoer de Clerembaut en iets verder ene Starren, afkomstig van Maastricht. Ons An, maar nu ook Marie Claire, raakten in extase bij het mooie graf voor art nouveaukunstenaar Gustave Serurrier Bovy, beïnvloed door de Wiener Seccesion en de Schot Charles Rennie MacIntosh. Een bas-reliëf van de hand van Oscar Berchmans sierde het graf. Wat verder kwamen we bij een rij zeldzame bomen. Aandachtige lezers weten dat dan mijn interesse in een keer enorm gewekt werd (?). Ik wist onmiddellijk dat het de zeldzame Zerkova serrata betrof. De heer Beaujean wist te vertellen dat in heel Luik maar drie exemplaren te vinden zijn terwijl er hier 28 staan. Hij nodige de geïnteresseerden uit om kleine plantjes mee te nemen? Dat zouden ooit grote bomen worden. Maria Claire en Nini gingen daar gretig op in. Dus willen de bewoners van Kuringen en Antwerpen Linkeroever uitkijken want binnen de kortste keren ontstaat daar een nieuw bos. Kwam nog bij dat Nini haar gemaal Edgard opzadelde met de plantjes zo dat die brave ziel de rest van de rondleiding daarmee diende te zeulen.
 |
 |
|
Desoer - de Clerembaut
|
Serurrier - Bovy
|
Mathias Bodson sprong in de Maas om een kind te redden maar verdronk zelf. Bij een volgende graf diende An al haar handen, twee dus, vuil te maken om de naam leesbaar te maken wat bij Edgard, die met zijn plantjes, het idee deed opdwarrelen om bij een volgende rondleiding onze hogedrukreiniger mee te zeulen. Het bleek uiteindelijk om een madame Portegael te gaan. Zij had elf kinderen die, ik was even onoplettend en dacht verstaan te hebben uiteraard kwam dit door het ontbreken van de vertaler-tolk dat ze alle elf in het kinderbed stierven, alle elf in het … klooster belandden.
Veel symboliek bij het graf de Befve waar de heer Beaujean niets meer over wist te vertellen wat bij diezelfde Edgard het idee deed opdwarrelen om bij een volgende rondleiding een laptop mee te zeulen. Charles de Thier was de stichter van de krant “La Meuse”. Het monument is van architect J. Micha, zo constateerde Kuifje. Pierre Godefroid Lonhienne was de stichter van “les hospices de Liège”.
 |
 |
 |
 |
|
Befve
|
de Thier
|
Lonhienne
|
Lonhienne
|
Joseph Bouvy kreeg een piëta van beeldhouwer Jospeh Rulot met een bas-reliëf van diens leerling Jules Brouns. Auguste Thiriard stichtte een grootwarenhuis. Iets verder toonde Joseph Beaujean ons de oudste steen van de begraafplaats uit 1822. Nabij lag Noël Chevron, architect. Iets verder zagen we een Joods monument voor Etta Lapiedaire.
Joseph wees ons op de laatste rustplaats voor Engelbert, de man van de autobanden. Iets verder nog een de Befve, monument met art nouveauinvloeden. Een grote kapel voor de familie Kinet. Een vliegenier die, dat konden we constateren, overleed in 1910 maar, volgens Kuifje, “iets” met Gent te maken had. Hier had de laptop weer soelaas kunnen bieden. Maar die kon nu ook, zij het na de rondleiding, dankzij Philippe die volgende toelichting bezorgde: We zijn in 1910. Te Gent bestaat heel wat belangstelling voor het vliegwezen. Zo hebben de twee Gentenaars, de heren P.Esch A.Ville een vliegtuig gebouwd en doen er proeven mede op het St.Denijsplein. In België staan nu de vluchten van de Brusselaar, Daniël Kinet in het midden van de belangstelling. Kinet was nu 25 jaar oud en leerling van Farman. Einde Juni kwam Kinet naar Gent; waar hij op het Farmanplein vliegdemonstraties zou geven. Het toestel van Kinet was een tweedekker, stelsel Farman met een zevencilinder als motor en de vleugeloppervlakte van 40 M2. Opnieuw was het weer niet gunstig en op 1 juli lezen we in de Gazette van Gent; "De luchtvliegers hebben te Gent weinig kans. Evenals Farman, heeft Kinet, die sedert de acht dagen dat hij te Gent is, slechts tweemaal kleine vluchten ondernemen." Kinet hoopt de beker van de Aëroclub te winnen voor een vlucht op 300 m. hoogte. Op maandag 4 juli lezen we, "Alhoewel gisteren en eergisteren aan het lokaal van de Aëroclub de zwarte vlag uithing, heeft Kinet die twee dagen toch gevlogen." Op zaterdag waren twee vluchten; één op 30m. hoogte, een tweede op 40 tot 50 m. hoogte, waarbij Kinet over bomen en huizen vloog. Op zondag twee vluchten; een eerste op 50 m. hoogte, een tweede over de Muide, Sint-Amandsberg, de dokken, waarbij 40 km. werd afgelegd. Op maandag; twee vluchten; duur 12 min. en een tweede van 4 min. Dinsdag, ook twee vluchten van respectievelijk 11 & 14 minuten, hoogte 90 meter. Door het slechte weer zijn er de volgende dagen geen vluchten.
 |
 |
 |
 |
|
Befve
|
Kinet
|
Nicolas Kinet
|
Nicolas Kinet
|
Zondag 10 juli; begin van de Gentse kermis. Reeds om zes uur 's morgens maakt Kinet een eerste vlucht over Drongen en Mariakerke. Dan een tweede vlucht. Als derde vlucht zal Kinet naar Oostende vliegen langs het kanaal Gent-Brugge-Oostende en dalen op het strand voor de koninklijke familie. Het is 9u35. Kinet stijgt op, hij vliegt rond het plein op 15 tot 20 meter hoogte. Plots, ..... Kinet stuikt met zijn vliegtuig ten gronde. Kinet word over gebracht naar de kliniek van dokter Laroy op de Kasteellaan. Hier sterft Kinet op vrijdag 15 juli. Volgens Kinet was het ongeluk toe te schrijven aan een breuk van de kabel van de evenwichtsvleugel. Het was het eerste ongeval in ons land. Kinet was de elfde piloot, die zijn leven verloor bij een ongeval. Hij werd begraven te Brussel. Op de Singel herinnert een gedenksteen aan het dodelijke ongeluk. Vandaar de straatnamen aan de haven, "Vliegtuiglaan", "Farmanstraat" en "Daniël Kinetstraat." Voor de wetenschappelijke correctheid van het verslag dient gezegd te worden dat de Kinet die in de grafkapel ligt ene Nicolas Kinet is en dat de Kinet die inderdaad iets met Gent te maken heeft ene Daniël Kinet is en die ligt dan weer in Brussel begraven. Het betreft denkelijk twee broers, allebei vliegpioniers en allebei omgekomen in hetzelfde jaar.
Onze gids wees ons op het graf voor commissaris de Saint Hubert, vriend van Georges Simenon die blijkbaar model stond voor Maigret. Jefferys was gouverneur in Nevis, Caraïben, na de afschaffing van de slavernij kwam hij naar Luik. Een jonggestorven zoon ligt hier ook vandaar de afgeknotte zuil. Het hoogste neogotisch monument was voor Walther Frère-Orban, een van de stichters van België. Naast hem ligt schilder Joseph Carpay. Beeld en medaillon zijn van de hand van Léon Mignon.
 |
 |
 |
|
Jefferys
|
Frère - Orban
|
Carpay
|
 |
 |
|
Carpay
|
Carpay
|
Wat verder een mooi grafmonument voor de familie de Fooz. Intussen hadden we een “Bumbagraf” ontdekt. Wat is dit nu weer, hoor ik jullie zeggen. Voor de rondleiding zaten we op een terrasje in de omgeving van de begraafplaats. Op een bepaald moment ging het gesprek over graftrommels, dit zijn ovaalvormige “dozen” met bloemenkransen erin. Ik noemde dat “bloembakgraven” maar An, Kuifje dus, had begrepen dat ik het over “Bumbagraven” had. Spijtig toch: zo jong en al zo kinds.
 |
 |
|
de Fooz
|
de Fooz
|
Joseph Beaujean vertelde dat de piramide waar geen enkele naam op voorkomt leidde tot een aantal speculaties en gissingen. Maar het blijkt dat hier enkel twee kozijns in begraven liggen. Na notaris Keppene bezochten we de laatste rustplaats voor schrijver dichter Jules Helbig, in 1880 medeoprichter van de Luikse Sint Lucasschool. Nicolas Defrecheux was een Waals dichter. Zijn werken worden op het monument vermeldt. Voor wat de wetenschappelijk aanvulling van dit artikel door Kuifje aangaat: architect Emile Bernimolin, medaille van Louis Gerardy.
 |
 |
 |
|
piamide
|
Keppene
|
Defrecheux
|
Auguste Candeze werd geboren op de dag van de Franse revolutie, 14 juli 1789. Françoise Caroline Lanhay ligt in een soortement serre.
Zij overleed op haar 18de verjaardag en kreeg een prachtig marmeren beeld van Joseph Halleux. Het monument voor Marie Louise de Beauvoir, stichters van de eerste meisjesschool werd gerestaureerd door de Waalse tegenhanger van onze vzw. Spijtig genoeg ging de stèle onherroepelijk verloren tijdens de restauratie. Bij vader en zoon Charles en Eduard Morren wist onze gids heel veel te vertellen. Zij waren beiden hoogleraar aan de tuinbouwschool, vandaar de toga op hun graf, en ontdekten “Morrenia odorata”, ik als plantenexpert wist dat onmiddellijk, maar ook vanille hebben we aan hen te danken. Ik zal er aan denken bij mijn volgend ijsje.
Achter het hoekje lag Crétien Simenon, vader van de schrijver. Bij een monument voor een steenkapper ontdekten we veel symboliek verwijzend naar diens beroep. Via vrijmetselaar Lambotte bereikten we de laatste rustplaats voor jazzsaxofonist Bobby Jaspar, stierf aan een hartaanval op 37-jarige leeftijd.
 |
 |
 |
 |
|
Simenon
|
steenkapper
|
Lambotte
|
Jaspar
|
Joseph toonde ons de enige hond op de begraafplaats op het monument J. Boverie. Op het graf voor advocaat Renard (047) staat een afbeelding van de gingko, jullie weten wel: de boom die Hiroshima overleefde en sindsdien als vredessymbool fungeert. Een tweede serre beschermde het grafmonument voor Noppius. Tot slot toonde onze gids nog de prachtige “blote madam” op het graf Giannoni. Leonildo Giannoni beeldhouwde dit zelf uit Italiaanse marmer. Een heel leerzame ochtend maar vooral een aangename ochtend kwam hiermee aan zijn eind. We gingen allen nog samen iets eten om nog wat na te kaarten. De begraafplaats was echt een meevaller en ik durf dat te zeggen alhoewel we op een dodenakker waren: ik heb mij goed geamuseerd.
 |
 |
|
Boverie
|
Renard
|
Jacques Buermans
Foto’s Edgard Nelissen: 1 + 2 + 5 + 9 + 10 + 11 + 12 + 14 + 15 + 17 + 19 + 21 + 22 + 23 + 24 + 25 + 26 + 28 + 30 + 32 + 36 + 38 + 39 + 40 + 42 + 43 + 44 + 47 + 49 + 50.
Foto’s An Hernalsteen: 3 + 4 + 6 + 7 + 8 + 13 + 16 + 18 + 20 + 27 + 29 + 31 + 33 + 34 + 35 + 37 + 41 + 45 + 46 + 48.
Tessenderlo zet amateurkunsten in de kijker
Op zondag 25 april werden, naar aanleiding van de nationale Erfgoeddag, door de VVV-Tessenderlo op de begraafplaats Schoterweg te Tessenderlo de amateurkunsten in de kijker gezet. Een aantal woordkunstenaars droegen gedichten voor die met het thema, afscheid en dood, te maken hebben. Daarnaast werd door enkele musici (trompet en accordeon) aangepaste muziek gebracht. Ons lid Agnes Haesendonck toonde het ambacht en de kunst van het letterhouwen in steen. Zij kon op een meer dan ruime belangstelling rekenen.
Stampe en Ivanow kregen een nieuwe grafplaat
Op het kerkhof Sint-Rochus op perk A 30 bevonden zich de “overblijfselen” van wat eerst de grafmonumenten voor George Ivanow en Leon Stampe waren.
 |
 |
|
Ivanov
|
Stampe
|
Toen de plannen bekend raakten dat het Sint-Rochuskerkhof opgeruimd zou worden verkreeg het Stampe & Vertongen museum dat ze de grafstenen in beheer kregen. Ze worden in het museum tentoongesteld. In 2010 lieten, na onderhandelingen tussen de stad Antwerpen en het Stampe & Vertongen museum, de mensen van het Stampe & Vertongen museum nieuwe grafstenen vervaardigen. Eind april metselden de mensen van de stad Antwerpen de basis en in mei werden de, nieuwe grafstenen geplaatst. Later dit jaar wordt denkelijk nog een plechtigheid georganiseerd om de grafplaten “in te wijden”. In oktober is het 75 jaar geleden dat het drama waarbij beiden het leven lieten geschiedde.
 |
 |
|
basis
|
nieuwe grafstenen
|
 |
 |
 |
|
nieuwe grafstenen:
|
van Stampe...
|
en Ivanov.
|
Leon Stampe was de zoon van Jean Stampe, eigenaar van een vliegtuigfabriek. In oktober 1935 werd een nieuw type SV-10 ontwikkeld. Leon Stampe was testpiloot. De eerste start op 4 oktober verliep vlekkeloos maar Stampe had een aantal opmerkingen. George Ivanow was zoon van een Russisch generaal en hij had zijn studies aan de universiteit van Odessa succesvol beëindigd. Door de Russische revolutie week de familie uit naar Parijs. Op vraag van Jean Stampe belandde de vliegtuigontwerper in 1929 in Antwerpen. In totaal werden een vijftal toestellen gebouwd. George Ivanow en zijn ploeg werkten de hele nacht door. De volgende dag ging Ivanow mee met Leon Stampe op testvlucht. Het toestel stortte te Borsbeek neer. Leon Stampe en George Ivanow overleefden de crash niet. Op hun begrafenis was een massa volk aanwezig.
 |
|
begrafenis
|
Jacques Buermans
Foto’s Stannie Geuens: 1-2
Foto’s Ludo Dieltiens: 3-4
Foto’s Hendrik De Bouvre: 5-7
Rome: een funeraire bloemlezing
Een trip naar Rome achter de rug met mijn Haremm wat wil zeggen dat het funeraire geen hoofdactiviteit was. Leden die meer over de Romeinse funeraire troeven wensen te weten dienen er Nieuwsbrief 26 eens op na te slaan daar wordt uitgebreider op funeraire dingen ingegaan. Beschouw dit artikel dus maar als een soortement bloemlezing.
In de kapucijnercrypte, waar overigens niet gefotografeerd mag worden, vind je de resten van zo’n 4000 kapucijnen. Een aantal zijn te bewonderen in hun pij maar van het merendeel zijn “patronen” gemaakt die aan de muur of het plafond te bewonderen zijn.
Aan de Plaza del Popolo ligt de Santa Maria del Popolo, een pareltje van renaissancekunst. Hier zijn enkele bijzondere funeraire “objecten” te bewonderen.
 |
 |
|
Popolo
|
Een hoogtepunt was het Pantheon met de graven van Victor Emmanuel I, Victor Emmanuel II en Rafaël.
 |
 |
 |
|
Victor Emmanuel I
|
Victor Emmanuel II
|
Rafaël
|
Toen we het Vaticaan op ons programma zetten bleek het campo Teutonico, de begraafplaats in het Vaticaan, dixit de Zwitserse wacht, niet toegankelijk. Sint Pietersplein zag zwart van het volk voor ???. Gevolg: geen toegang tot de Sint Pietersbasiliek. Dus deze funeraire hoogstandjes dienden we aan ons te laten voorbij gaan maar als, niet direct funeraire, compensatie konden we praktisch onmiddellijk de Vaticaanse musea bezoeken. In het verleden was het daar dikwijls uren aanschuiven.
Op onze voorlaatste dag bezochten we de Protestantse begraafplaats. Hier liggen alle nationaliteiten broederlijk naast mekaar de omgeving van de piramide voor Caius Cestius. Mooie grafmonumenten: Elisa Watson, oudste beeldhouwwerk uit 1809 op deze begraafplaats; beeldhouwer en dichter William Story met “the angel of grief”; Elisabeth Passarge, monument “de bruid”; Mauke; Richard Greenough, beeldhouwer; brons bij Geselschap en een mooi beeld voor de Fin Carl Hoving.
 |
 |
|
Passarge
|
Mauke
|
 |
 |
 |
|
Greenough
|
Geselschap
|
Hoving
|
Ook beroemdheden zoals John Keats, dichter, en diens vriend John Severn, dichter. Keats kreeg ook een acrostichon op een epitaaf.
 |
 |
 |
|
Keats
|
Keats en Severn
|
Keats
|
Dichter Percy Shelley; August von Goethe, de enige zoon van de dichter.
 |
 |
|
Shelly
|
Goethe
|
De begraafplaats oogt werkelijk prachtig en verzorgd.
Na de maaltijd gingen de dames winkelen en ik toog dan maar naar campo Verano, Rome’s grootste begraafplaats. Zonder plan was het een onmogelijke taak om een of andere beroemdheid te vinden. Ik beperkte me dan maar tot enkele “schone beeldekens”: Cecchini, medaillon; Arnaldo Zocchi, sarcofaag; Goffredo Mameli, gisant; Taiano, brons; een naakte “Adonis”; de engelfiguur bij Alessandre; onder de arcade Filippo Bennicelli en Fusinato; een detail van het graf Bacchi en tot slot nog wat medaillons op het graf Biondi.
 |
 |
 |
 |
|
Bennicelli
|
Fusinato
|
Bacchi
|
Biondi
|
Jacques Buermans
Foto’s van Rina Reniers: 1 + 2 + 4 + 10 + 15.
Foto’s van Ria Vaes: 3 + 5 + 7 + 9 + 12 + 17 + 21 + 22 + 23.
Foto’s van Jacques Buermans: 6 + 8 + 11 + 13 + 14 + 16 +18 + 19 + 20 + 24 + 25 + 26 + 27 + 28 + 29 + 30 + 31 + 32 + 33.
Nog efkes er tussenuit voor de hectische week van de begraafplaatsen van start gaat. Het leven kan niet altijd gevuld zijn met zerken, tombes, stèles, mausolea en dergelijke meer. Ik beslis een compleet andere, niet funeraire sfeer op te snuiven en zet resoluut de begraafplaats St. Walburge op het Luikse programma.
Aan de ingang van de necropool haal ik mijn meest gepolijste Frans naar boven en vraag of er geen plattegrond bestaat met wat summiere uitleg want hier schijnen toch wat locale bekenden te rusten. Ik krijg een vodje papier in de handen gestopt met daarop een plan dat mij niet al te wijzer maakt. A l’improviste dan maar.

 |
|
Per toeval ontdekken we toch een beroemd beentje. GEORGES TRUFFAUT ligt onder een fiere, Waalse haan; zijn buste is een werk van Louis Dupont.
Wat deed onze Georges toen hij zich nog onder de levenden bevond:
Échevin député
Fondateur du Grand-Liège
Ardent Wallon
Capitaine de l’armée belge
Mort pour la patrie
1901-1942
Mieux vaut mourir de franche volonté
Que du pays perdre la liberté
|
|
|
|
 |
|
DEFERM- BLUM een modernere versie van een baldakijngraf, sober maar waarschijnlijk een duur geval. |
 |
|
De grafkapel uit 1914 van de familie UTEN-JANSSEN (die naam Uten laat ergens een belletje rinkelen, van waar ken ik begot die naam?). Een ontwerp van bouwmeester U. Leclercq, gerealiseerd door aannemer N. Pirlet. |
 |
|
Ernaast rust Jules Duchesne onder een afgebroken zuil, een “enfant unique” overleden op 19 jarige leeftijd.
|
 |
|
Van je vrienden moet je het hebben:
Au docteur
FERNAND FUMET
1873-1916
ses amis
|
|
|
MAXIMILIEN SILBERSTEIN (1850-1912), gehuwd met Fanny Deman, prijkt tweemaal op het graf, als foto en als bronzen medaillon (werk van bijna onleesbare naam) Ik hef “al die willen te ka’pren varen” aan. |
|
|
|
 |
|
Luitenant CHRISTIAN WEERENS “Mort pour la patrie” |
| Op het ereplein ontdek ik warempel een Gentenaar, PROSPER MANESSE, die stierf voor België op 4 augustus 1914: |
|
|
 |
|
FELIX SCHROEDER gehuwd met een ? FOURNIER kregen elk een mooi bronzen medaillon. |
 |
|
Aannemer Louis Pirlet-Jeanty bouwde in 1881 de grafkapel SOLEIL-CROISSANT (geen wassende maan deze keer maar een wassende zon) Die familie Pirlet heeft nogal het een en ’t ander verwezenlijkt op deze begraafplaats, de naam duikt overal op. |
 |
|
Twee “artistes peintres” Emile (1844-1879) en Jean (1852-1937) Ubaghs vonden een laatste stek in het graf UBAGHS-GENET. Hier rust ook Josephine Genet die blijkbaar twee broers Ubaghs wist te strikken en aan de haak te slaan. |
 |
|
Ook FELICIE PAQUOT kreeg een mooie grafkapel. |
Het monument WATRIN- LOWIS/ BARE- WATRIN was het laatste waar we tijd voor kregen want het was 16u15 en we werden onherroepelijk met klikken en klakken buitengebonjourd. Jammer, want er viel nog zoveel ander fraais te ontdekken.
An Hernalsteen
|
|
|
MUYLLE Edgard Petrus Roeselare 11.02.1887 Edegem 22.07.1945
DEDEURWAERDERE Elvira Martha Roeselare 26.02.1883 Deurne augustus 1925

Dokter Edgard Petrus Muylle kwam in 1912 naar Deurne Geboren op 11/02/1887 in Roeselare, waar hij huwde op 23/11/1911 met Elvira Martha Dedeurwaerde, geboren op 26/02/1883 eveneens in Roeselare. Ze hadden minstens 6 kinderen, Fernand (1914), Albert (1916), Edmond (1917), Agnes (1919), Monica (1921) en Paul (1923). Zijn echtgenote werd begraven op 2 september 1925. Zijn praktijk lag aan de Herentalsebaan 267, hernummerd tot 276. Zoals zijn collega Devel deed ook Edgard Muylle aan politiek. In 1926 stond hij met de verkiezingen op de lijst van de Katholieke Vlaamse Nationalisten. Hij was erg populair onder de bevolking in Deurne-Zuid, die hem de mooie naam ‘Dokter der Armen’ schonk. Sommigen namen hem zijn politieke stellingnames kwalijk. Hij overleed op 22 juli 1945 in Edegem - Toen de concessie, waarin het echtpaar begraven ligt dreigde te verdwijnen, werd het initiatief genomen het graf te redden en het naar het beschermd gedeelte overgebracht na goedkeuring van het College van Antwerpen op 30 augustus 1990 en na in- stemming van de familie. Op 27/03/1991 worden de stoffelijke resten van het echtpaar in één kist gelegd en overgebracht van Park E, weg 36 naar het beschermde gedeelte achter het kerkkoor.
Ludo Dieltiens
San Michele, Venetië, Italië
Venetië, stad van water en eilandjes. Met een zeer rijke geschiedenis. Het stikt er dan ook van de toeristen. Gelukkig zijn er ook plaatsen waar de modale toerist niet te vinden is. Het eilandje San Michele is zo een plaats. Enerzijds omdat je er alleen per boot naar toe kan, anderzijds omdat het een begraafplaats is. Geschikt voor de funeraire adept.
Op een zonnige vrijdag in juni had ik de kans om de “grote oversteek” te maken. Van het vliegtuig in Treviso met de bus naar Venetië, dan een fikse wandeling tot aan de overzetboot. In Venetië is de overzetboot zowat de autobus van bij ons. Gelukkig een goede verbinding naar San Michele. Wie de stad niet te voet wil doorkruisen kan ook met de boot vertrekkende aan het station/bushalte op de Piazza Roma naar de begraafplaats.
Halverwege de overzet staat een eenvoudig beeld van twee paters in een bootje, wellicht een overledene aan het overbrengen. De begraafplaats is in diverse secties onderverdeeld. Vermits de begraafplaats nog in gebruik is, kan je er toevallig stuiten op een begrafenis. Zoals ondergetekende. De kist ligt dan op een bootje, bloemen en kransen volgen in het volgende. In principe is het er verboden te fotograferen.
 |
 |
|
beeld
|
bootje
|
Linksachter vind je de kerk. Daarrond liggen enkele heel oude grafzerken. Er wordt veel bovengronds begraven, heeft een beetje weg van een stapels containers. Wat verder zijn identiek opgebouwde percelen, campo santo’s. Wie niet oplet krijgt er wel eens een déjà-vu gevoel. De belangrijke mensen liggen tegen de muren, onder een mooi uitgewerkte stèle. Vanuit de oorspronkelijke ingangspoort heb je een mooi zicht op het Venetië aan de overkant van het water.
 |
 |
 |
|
containers
|
stèle
|
ingangspoort
|
Na dit (uiteraard steeds) te korte bezoek was het tijd om terug naar het land van de levenden te keren.
Johan Moeys
Tante Kato ging op reis en zag de oudste Osmaanse turbes
Osmaanse dynastie * 14de-16de eeuw * Bursa, Turkije
Ons bezoek aan Bursa, de eerste hoofdstad van de Osmanen en nu een stad van drie miljoen inwoners zou een bliksembezoek worden. Tientalles turbes (mausolea) liggen verspreid over de stad en een selectie van de mooiste graven en moskeeën stond bovenaan op onze lijst. Het werd echter een blitz-blitz-bezoek. Reden : de Turkse minister van toerisme opende die dag de “Toeristische Week” en maakte van de gelegenheid gebruik om de graven die wij op ons programma hadden te bezoeken. We botsten op hem, liepen in zijn spoor, reden in het kielzog van zijn karavaan zwarte auto’s, mengden ons tussen de persmuskieten en knikten braaf naar de Turkse zwaantjes. Geen ideale omstandigheden, maar wàt we gezien hebben, maakte indruk.
Ooit gaf ik in een Kato-stukje volgende uitleg : ik gebruik de term Osmanen in plaats van de algemeen gebruikte benaming Ottomanen want een leraar zei ooit : “De nakomelingen van Otto moet je in Duitsland zoeken en niet in Turkije.” De telgen uit het Turkmeense nomadengeslacht van stamvader Uthman of Osman moet men dus Uthmanen of Osmanen noemen. De stam van Osman Gazi (°1258; 1281-1324; Gazi betekent vechter voor de islam) was westwaarts gedreven door de oprukkende Mongolen, zij zetten de verovering van Klein-Azië in en verklaarden zich onafhankelijk (1299). Hun eerste kerngebied was Trebizonde aan de Zwarte Zee maar Bursa nabij de Mamarazee en op zo’n 240 kilometer van Istanbul werd hun eerste hoofdstad. Het graf van de stamvader, de Osman Gazi Türbesi, was het eerste in een lange rij.
We starten dit verslag met de wondermooie Yesil Turbe (Groene Mausoleum) waarin sultan Mehmed I (°1382 of 9; 1413-1421) begraven ligt. Het is een monumentaal achthoekig gebouw versierd met geglazuurde tegels en marmeren spitsbogen. Het interieur is tot drie meter hoogte bekleed met groenblauwe tegels, vervaardigd door specialisten van Tabriz in huidig Iran. Centraal op een verhoog staat de eveneens betegelde sarcofaag van de sultan. Het geheel is een spel van bloemmotieven, ranken en kaligrafieën. Recht tegenover de Yesil Turbe staat de Yesil Cami (Groene Moskee), ook gebouwd in opdracht van Mehmed I. Hij was de zoon van Bayazid I, die in 1402 het ongeluk had op de Mongool Timur Leng of Tamerlan te botsen en gevangen genomen werd. Geketend in zijn kooi werd hij overal tentoongesteld, de allergrootste vernedering. Mogelijk heeft hij zelfmoord gepleegd door vergif te nemen of heroïscher en dramatischer door zijn hoofd tegen de ijzeren stangen van zijn kooi te verbrijzelen. Feit is dat het Osmaanse Rijk onbestuurd achterbleef en dat de vier zonen van de sultan gedurende elf jaar een drieste machtsstrijd voerden waarin de jongste Mehmed het haalde door zijn broers één voor één af te maken en zo de vijfde Osmaanse sultan werd.
 |
|
Mehmed I
|
Aan de andere kant van de stad ligt het Muradiye Complex waar Mehmeds zoon en opvolger Murad II (°1404; 1421-1451) begraven ligt. Het complex is eigenlijk een klein park met een tiental kleine mausolea in de vorm van een yourt, een referentie naar de nomadententen uit vervlogen krijgshaftige tijden. Murads mausoleum is uitgevoerd in sobere baksteen en centraal staat de cenotaaf, omringd door antieke zuilen met Byzantijnse kronen. Slechts één opvallend aspect : middenin de koepel is een ronde opening want Murad II wou dat zijn cenotaaf jaarlijks gereinigd werd door de aprilregens.
 |
|
Murad II
|
In diezelfde tuin verdient het mausoleum van prins Cem (spreek uit Djem; 1459-1495) extra aandacht. Cem was de zoon van Mehmed II, de veroveraar van Constantinopel en hij raakte, hoe kan het ook anders, na de dood van zijn vader verwikkeld in een opvolgingsstrijd. Hij moest vluchten naar Caïro, Rhodos, Frankrijk en tenslotte Italië. Er wordt beweerd dat zijn stoute broer de sultan aan Rome relikwieën schonk en hoge bedragen betaalde om de lastpost zo lang mogelijk gevangen te houden. Wat er ook van zij : hij werd in de buurt van Napels vermoord, schijnheilige broerlief kondigde drie dagen nationale rouw af en in Bursa werd het meest gedecoreerde mausoleum gebouwd.
 |
|
Cem
|
Ik heb het bewust bij de mooiste graven gehouden en mijn volgende bijdrage zou wel eens Mehmed II, de veroveraar van Constantinopel kunnen zijn. Dat mag wel in het jaar dat Istanbul culturele hoofdstad van Europa is.
En dan moet ik als einde van dit stukje die treurige noot nog eens herhalen. Ik ben mijn fototoestel met de mooiste foto’s ooit genomen stomweg verloren op de achterbank van een taxi. Na alle tranen, vloeken, voetgetrappel en schele hoofdpijn heb ik geprobeerd terug helder te redeneren. Foto’s 2 en 3 zijn genomen door manlief en foto 1, de Yesil Turbe, kreeg ik van Pierre en Thérèse een sympathiek echtpaar van Angers, die ik met deze nogmaals dank.
Tante Kato
Halen wil werk maken van haar gesloten begraafplaats
Onze vzw Grafzerkje kreeg, begin juni, een mail van de heer Erik Van Roelen, eerste schepen van de stad Halen. Men bezit daar in het centrum nog een oude begraafplaats waar onderhoud zeer moeilijk is en men wil dit als een soort park in te richten waarbij graven die nog bezocht worden behouden blijven alsook grafstenen met historische of monumentale waarde. De stad Halen vroeg ons advies.
Tijd dus voor een plaatsbezoek met Edgard Nelissen, ondervoorzitter en vertegenwoordiger van Limburg, en zijn lieftallige echtgenote Marie Claire. We waren iets te vroeg en konden al constateren dat de begraafplaats, buiten het feit dat er heel veel plantengroei was - op zich geen probleem maar het leek wel wat “ongecontroleerd”, er meer dan degelijk uitzag (124 + 125).
Er waren wel een aantal verwaarloosde grafmonumenten maar het merendeel zag er toch “houdbaar” uit. Schepen Erik Van Roelen verscheen op de afspraak met zijn technische verantwoordelijke. Wat we uit het verleden leerden was eerst eens te luisteren wat men van plan is. Wat bleek: het bestuur én het hoofd van de technische dienst hadden hun huiswerk meer dan voortreffelijk gemaakt en er werd ook al contact opgenomen met de lokale heemkundige kring die ook al haar zeg gaf over een aantal belangrijke grafmonumenten die zeker behouden dienen te worden. Wij van vzw Grafzerkje merkten op dat zich hier een aantal gietijzeren kruisen bevinden die zeker behouden dienen te blijven al dan niet op hun oorspronkelijk plaats en dat men over enkele leuke “keukensteentjesgraven” beschikt die omwille van hun originaliteit niet weg mogen.
 |
 |
|
keukensteentjesgraven
|
Het grootste probleem blijkt hier het onderhoud te zijn en het zou al een hele verbetering zijn om her en der op de dodenakker ruimtes te creëren om zo rustpunten te bekomen met enkele zitbanken. Wat men nu gaat doen is een plan opmaken waar alle graven die zeker verwijderd mogen worden op aangeduid worden. Dan kan er gekeken worden waar die rustpunten kunnen komen eventueel door het verplaatsen van enkele grafmonumenten. De mensen van Halen zagen het ook wel zitten om via een of meer borden informatie te verstrekken aan de burger aangaande symboliek, niet alleen de grafsymbolen maar ook de symboliek achter bomen en planten de klaproos bloeit hier welig en indien dit wat “gecontroleerd” kan beperkt worden oogt dit op deze begraafplaats zeer mooi. Ook zijn de wegen al aanwezig, zij dienen enkel wat gefatsoeneerd te worden. Marie Claire wilde zich wil inzetten om een aantal funeraire en andere symbolen door te geven zodat men werk kan maken van een bord om de bezoekers daar op te wijzen.
Het was een zinvolle bijeenkomst uiteraard omdat de verantwoordelijken in Halen goed wisten wat ze wensten te bereiken. Ik heb daar een meer dan goed gevoel bij.
Jacques Buermans
Foto’s Jacques Buermans
Een paardengraf uit de 16de of 17de eeuw ontdekt
Ons lid Lydia Swennen las een artikel in Het Belang van Limburg een artikel over de ontdekking van een paardengraf in Borgharen bij Maastricht. In het artikel is er sprake van het vinden van een graf met 52 paarden. De skeletten lagen in een greppel op 40 centimeter diepte en zouden volgens berekeningen 350 jaar oud zijn. Momenteel wordt er rekening mee gehouden dat de paarden het leven lieten in de Tachtigjarige Oorlog. Een eerste mogelijkheid is 1579 toen Alexander Farnese vanuit Spaanse kant Maastricht probeerde te veroveren. Een tweede mogelijkheid is 1632 toen Frederik hendrik van de Nederlandse troepen de Spanjaarden probeerde te verjagen. En derde optie is dat de paarden sneuvelden toen Lodewijk XIV in 1673 Maastricht probeerde in te nemen.
Enkel dagen na het artikel gaven archeologen een korte rondleiding. Lydia ging er naartoe en was blijkbaar niet alleen. We laten haar even aan het woord “Ik ben naar de rondleiding geweest die door archeologen werd gegeven. De belangstelling was enorm groot. Het was de moeite om dit te kunnen zien. De skeletten liggen op elkaar gestapeld (tot zes paarden op elkaar). Alle botten worden nu per paard opgegraven voor verder onderzoek. Zo willen ze te weten komen of het een mannelijk of vrouwelijk paard is, welke de doodsoorzaak is, het tijdstip van overlijden bepalen, het nut van de dieren achterhalen ... Wat er daarna mee gaat gebeuren is nog niet duidelijk. De archeologen krijgen nog enkele maanden de tijd om hun werk ter plekke uit te voeren. Dan zou men beginnen met ontgrinden”.
Lydia Swennen
Foto’s Lydia Swennen
In 2008 sloot de projectvereniging TERF een cultureel-erfgoedconvenant af met de Vlaamse gemeenschap. Zeven steden en gemeenten (Izegem, Roeselare, Ingelmunster, Hooglede, Staden, Moorslede en Lichtervelde) stippelden 5 inhoudelijke beleidslijnen uit, met onder andere de zorg voor het funerair erfgoed. Het doel was het inventariseren en ontsluiten van funerair erfgoed, wat resulteerde in het project ‘Versteende getuigenissen’.
Een andere aanleiding voor de lancering van het project ‘Versteende getuigenissen’ was het decreet van 2004 dat de Vlaamse gemeenten verplicht om een lijst op te stellen van grafmonumenten met lokaal historisch belang. Daarnaast wijst het de gemeenten zelf aan als verantwoordelijken voor het behoud en beheer van dit funerair erfgoed.

Dit project beperkte zich echter niet tot het inventariseren en ontsluiten van funerair erfgoed. Om het funerair erfgoed in de 7 steden en gemeenten van de TERF-regio op een eenduidige manier te beheren stelde de erfgoedcel TERF in samenspraak met de gemeenten een beleidsnota op. Deze bevat een gemeenschappelijke categorie-indeling en richtlijnen voor de indeling van het funerair erfgoed in deze categorieën. De opmaak van de lijst ligt volledig in handen van de gemeenten.
De databank ‘Versteende getuigenissen’ was een realisatie van Geo-it, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het leveren van software en informatica op het gebied van CAD en GIS. De databank verleent niet enkel online-informatie over funerair erfgoed uit de TERF-regio, maar het is ook mogelijk om zelf online te gaan zoeken waar overleden familie, vrienden, … begraven werden. Hiervoor moesten er gegevens uit de verschillende begraafplaatssystemen geïmporteerd worden in deze databank. Deze systemen worden dan op hun beurt gekoppeld aan een digitale kaart in een geoloket en erfgoedgerelateerde informatie met betrekking tot het funerair erfgoed. De input van de diverse gegevens vereiste een interdisciplinaire samenwerking en werd verstrekt door de gemeentelijke diensten bevolking, burgerlijke stand, begraafplaatsen, informatica, de gemeentelijke GIS-cellen en de gemeentebesturen zelf. Het funerair erfgoedluik kwam tot stand in samenwerking met de vzw Epitaaf, een vereniging voor funeraire archeologie. Wat zeker niet vergeten mag worden, is de inzet van de talrijke vrijwilligers die met groot enthousiasme veldwerk uitvoerden op de lokale begraafplaatsen ter plaatse.
Met het project ‘Versteende getuigenissen’ werd de grens verbroken tussen roerend en onroerend erfgoed en toonde men de wederzijdse wisselwerking. De vereniging van beide erfgoedvormen bezorgen elkaar een meerwaarde. Deze link is ook vervat in de titel van het project: ‘Versteende getuigenissen’. Deze titel duidt niet alleen op de grafmonumenten zelf, maar ook op het verhaal dat achter elk grafmonument en achter de begraafplaats in zijn geheel schuilt. Het cultureel erfgoed blijft wel steeds centraal staan in het project.
Indien dit artikel je interesse aanwakkert omtrent het project ‘Versteende getuigenissen’, aarzel dan niet om te surfen op de website van de erfgoedcel TERF (www.erfgoedcelterf.be) waar je een link vindt naar het project ‘Versteende getuigenissen’. Daar tref je onder andere informatie over het project zelf, een handleiding met betrekking tot het inventariseren van funerair erfgoed, het invoeren op de databank en de beleidsnota ‘funerair erfgoed’.

Heeft jouw gemeente, vereniging… interesse om de databank ‘Versteende getuigenissen’ te gebruiken, dan vind je op de website de voorwaarden hiervan.
Wens je de databank zelf bekijken of raadplegen, surf dan naar www.versteendegetuigenissen.be.
Deze nieuwsbrief is zo uitgebreid dat hij uit 2 delen bestaat. Ga naar DEEL 2 van NIEUWSBRIEF 56, gewijd aan de Week van de Begraafplaatsen.