NIEUWSBRIEF NR. 9 - JANUARI 2003

------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------
Nieuwjaarswensen:

In de eerste plaats wil ik al de "Grafzerkjes" een voorspoedig 2003 toewensen. Een prima gezondheid en verder alles wat jullie wensen. En dat we nog lang op geregelde tijdstippen prachtige begraafplaatsen, kerkhoven en ander funerair moois mogen ontdekken.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om eens terug te kijken op 2002 zeker voor wat onze activiteiten betreft. De rondleidingen konden op wisselend succes rekenen. Eigenaardig genoeg is daar echt geen lijn in te trekken. De dagtrip naar Hasselt en Maastricht trok slechts 8 fanatiekelingen, de afwezigen hadden eens te meer ongelijk daar onze vriend Guus Rüsing ons een prachtige excursie op de begraafplaats van Maastricht voorschotelde. Daartegenover stond een enorme belangstelling voor de Aalsterse begraafplaats, 32 deelnemers. Mag ik van de gelegenheid eens gebruik maken om al de gidsen te danken voor het enthousiasme waarmee zij ons vergastten.

Verder vind ik de belangstelling vanuit Nederland positief. In de eerste plaats dankzij mensen zoals Jeannette Goudsmit, Rindert Brouwer en Guus Rüsing maar alles kwam in een stroomversnelling terecht nadat Wim Vlaanderen de Terebinthers op de hoogte stelde van onze activiteiten.

Westerbegraafplaats en Campo Santo:

Weer een meer dan geslaagde begraafplaatsendag. In de eerste plaats dankzij de inzet van Grafzerk Rudy D'Hooghe die, naast reclame op zijn Westerbegraafplaats, ook de lokale pers trachtte wakker te maken voor het Grafzerkjesinitiatief.

In de voormiddag waren er 8 personen om het nieuw gedeelte van de Westerbegraafplaats te gaan verkennen onder leiding van An Hernalsteen. Naast 6 habitués mocht ik Magda Deldaele, de dame die ons in Roeselare gaat rondleiden en een meer dan geïnteresseerde Gentse dame verwelkomen. Voor iedereen was het een verkenning langs een aantal graven waar zij, tijdens voorgaande rondleidingen op het Geuzenkerkhof, de kans niet toe kregen. We passeerden vader en zoon Anseele, beiden politici, Fritz Van den Berghe (1883-1939), kunstschilder, Jean Ray, schrijver ook bekend als John Flanders en Lucas Joannes Maes (1730-1791) zijn echtgenote en elf kinderen. Het monument werd overgebracht van een eerder gesloten begraafplaats. Rudy gaf toelichtingen bij "zijn" urnentuin en bij de kinderbegraafplaats.

Na de middag konden we 15 belangstellenden verwelkomen voor een bezoek op het oude gedeelte van de Westerbegraafplaats. 12 onder hen maakten voor het eerst kennis met de Grafzerkjes en kregen de nodige documentatie. Het is op deze wijze dat onze groep kan uitgroeien.We passeerden Jan Samijn (1869-1933) en Alfred De Smedt (1901-1944), vlasbewerkers, een beeld van Achiel De Maertelaere, Virginie Loveling, schrijfster, Cyriel Buysse, schrijver. Een prachtige Salukiwindhond van Domien Ingels siert het graf van Beernaerts. Hyppolythe Metdepenningen (1799-1881), politicus, kreeg een beeld van Paul de Vigne en Benoit Van Outrive kreeg een prachtige cronosfiguur van Benoit Wante. Eens te meer gaf An het beste van haarzelf om de mensen te boeien. Het is dankzij mensen zoals haar dat een bezoek aan een dodenakker meer is dan het afratelen van data en het opsommen van "bekenden". Als er iemand is die begaan is met "haar" begraafplaats is het wel An Hernalsteen. Het is voor mij steeds met plezier en bewondering dat ik haar grenzeloos enthousiasme aanhoor. Ik zou niet in de schoenen willen staan van iemand die zij betrapt op het wegnemen van een of ander funerair memorabilia op het Geuzenkerkhof. Ik denk dat die persoon zich veel beter kan gaan aangeven bij de lokale politie en zorgt dat hij ver uit het zicht van An blijft. Zij heeft natuurlijk het voordeel dat zij gesteund wordt door iemand als Rudy D'Hooghe. Moest er ooit een Hernalsteenfanclub komen wordt ik erelid, of groupie. An waar wacht je nog op.

Rudy verwelkomde de mensen op het Campo Santo. Hier waren 11 "nieuwelingen" en 7 Grafzerkjes. De rondleiding werd verzorgd door Sabine De Groote. Naar de reacties achteraf te horen deed zij dat meer dan voortreffelijk. Zij bleek ook welgezind te zijn. Volgens Grafzerkjeskwatongen omdat ik niet aanwezig was. Zij toonde naast Jan Frans Willems (1793-1846), de vader van de Vlaamse beweging, Louis Minard (1801-1875), bouwkundige en architect van de gelijknamige schouwburg, Prudens Van Duyse, dichter. Jozef Guislain (1797-1860), geneesheer, stichter van beroemd krankzinnigengesticht, Karel Lodewijk Ledeganck (1805-1847), dichter van onder andere "de Drie Zustersteden". Rosalie Loveling, letterkundige wiens zuster op de Westerbegraafplaats ligt en het monument Martens. Die had schrik om levend begraven te worden en liet daarom zijn grafkelder openstaan en vroeg om elke dag een krant te bezorgen. Gent mag fier zijn op zijn "funeraire dames". Spijtig genoeg was de rondleiding nogal vlug afgelopen zodat ik de nieuwelingen niet kon vergasten op de o zo belangrijke de Grafzerkjesinformatie.

Oscar Wilde door Rudy Witse:

Grafzerkje Willem Houbrechts heeft veel pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over ... Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierna zijn gedicht "Oscar Wilde". Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen, kunnen een exemplaar bekomen aan 7,5 euro. Te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: houbrechtsw@yucom.be. Liefst eerst Willem bellen, de voorraad is beperkt.

Oscar Wilde:

een wipneus. en een kersenmond.
zoals henri het zag, van onderen. ha!

het woord hakt. in het gezicht
en elders, die wonden heelde je
met zwakke pols.
het snijdende. het bijtende, het gore.
kunnen we sneeuw of verse zon nooit laten zijn
zoals ze zijn? of liefde? zonder woorden?

tijd maakte je stuk. zonde.
zonde, en definities, zoals daar zijn:
lord en boereknecht, dandy en ambtenaar.
geen wise-crack krijgt dat dood.
kruip naar je kuil dus, jij, klaag in een taal
die je niet spreekt. jij die van taal moest leven.

van je graf vliegt geen geweten op,
maar wie van ons mag dat betreuren?

Alexandre Dumas bijgezet in Pantheon:

Zaterdag 30 november was het zover: Alexandre Dumas werd, met een grootse ceremonie, bijgezet in het Parijse Pantheon. Voor het zover was woedde er een felle strijd in zijn geboortestad Villers-Cotterêts. Zij vonden de plannen maar niets, getuigend van Parijse arrogantie en gaven president Chirac, die het decreet ondertekende, alle schuld. Met een wet uit 1887, waarin staat dat elke Fransman het recht heeft zijn laatste rustplaats te kiezen, vocht men de beslissing aan. Dumas stierf in Dieppe maar uitte vlak voor zijn overlijden de wens "zijn toekomst door te brengen in de plaats waar hij zijn verleden achterliet". Er ging een petitie rond om Alexandre met rust te laten. Villers-Cotterêts bezweek onder de Parijse druk toen men hen een bronzen beeld beloofde, gelijk aan het beeld van Dumas dat in 1942 vernield werd door de Nazi's. De "vrienden van Alexandre Dumas" verenigden zich om de overbrenging toch teniet te doen onder de slogan" Eén voor allen, allen voor één". Van dit alles geen woord in de Vlaamse kranten. De lezer zal zeggen: uiteraard, dit is een Franse aangelegenheid. Toch niet zo lokaal dat de Britse Daily Telegraph in juli een volledige pagina aan dit voorval wijdde.

De dag voor de overbrenging naar het Pantheon werd, op de Franse televisie, reeds uitgebreid de nodige aandacht besteed aan het feit dat Dumas overgebracht werd van de begraafplaats van Villers-Cotterêts naar het kasteel in Pont Marly, door Alexandre aangekocht en ingericht en een verwijzing naar het slot van de graaf van Monte Christo. Het koste Dumas indertijd een fortuin en hij diende het, na twee jaar, reeds te verkopen om uit de schulden te komen. Veertien jaar geleden brachten de "vrienden van Alexandre Dumas" daar een museum, gewijd aan de vader van "De drie musketiers" in onder. Daar werden toespraken gehouden en werd een wake gehouden ter ere van de grote schrijver.

Terug naar 30 november. Ik hoop dat vele Grafzerkjes de televisie-uitzending op de Franse televisie zagen. In één woord prachtig. Ik genoot van de combinatie funerair en theater. De uitzending werd doorspekt met verhalen over de grote Franse schrijver. Mijnheer Dumas werd, met de nodige honneurs, ontvangen in de senaat. Daarna ging hij, geflankeerd door vier musketiers te paard en de kist gedragen door vier andere musketiers door de Jardins du Luxembourg, richting Pantheon. Onderweg bewezen ontelbare acteurs hem de nodige eer. Op een rijdend podium werden fragmenten van zeven stukken van Alexandre Dumas vertolkt. Aangekomen op het plein voor het Pantheon werd de taak van de musketiers, symbool voor het koninkrijk, overgenomen door een, lichtchocoladekleurige, Marianne, op een wit paard, de Franse republiek voorstellend. Hier was alweer de nodige symboliek aanwezig want Dumas was een gekleurd iemand en de zoon van een uitgeweken slaaf en in ongenade geraakte officier in het leger van Napoleon Bonaparte. Na enkele mooie woorden van enkele academici nam president Chirac het woord. Daarna kreeg Alexandre zijn verdiende rustplaats in het Pantheon. Hij is de zeventigste persoonlijkheid die in deze heilige crypte rust en de zesde schrijver na Voltaire, Rousseau, Victor Hugo, Emile Zola en André Malraux.

Ook in België werd Dumas geëerd, juist tweehonderd jaar na zijn geboorte. In Waterloo werd een van de belangrijkste straten naar de auteur genoemd. Alexandre Dumas verbleef twee jaar lang in deze gemeente.

Italië:

Van vrijdag 6 juni tot en met zondag 15 juni 2003 kunt u deelnemen aan een funeraire reis naar Noord Italië. De reis wordt georganiseerd door Arthur Polspoel en Ineke Nye Bijvank. De prijs (busreis, overnachtingen en 4 diners) 815 euro. Nadere inlichtingen bij Drs. Arthur Polspoel, Julianastraat 80. 5121 LS Rijen (Nederland) telefoon 00/31/161/240344 of 00/31/6/51597148, E-mail a.r.m.polspoel@uvt.nl of bij reisbureau ESKOO, telefoon 00/31/416/281514, E-mail info@eskooreizen.nl.

Hierna, meer gedetailleerd, het programma zoals door Arthur Polspoel voorgesteld. Hier en daar heb ik wat persoonlijke ervaring toegevoegd van mijn Italiëreis met VZW Epitaaf. Schuingedrukt de aanvullingen die ik deed.

Op vrijdag 6 juni, begin van het pinksterweekend, vertrekken we 's morgens vanuit Breda. De eerste nacht overnachten we in München. Op zaterdag 7 juni reizen we verder naar Venetië. We verblijven daar drie nachten in een hotel op het Lido di Jesolo. Van daaruit kunnen we zowel met de boot als met bus naar de stad. Op zondag 8 juni bezoeken we de bekende begraafplaats van Venetië: Fondamento Nuovo op het eiland San Michele. De toegang tot de begraafplaats (die met de boot bereikt wordt), wordt gevormd door een Franciscaans klooster. De kloosterlingen zijn de enige bewoners van het eiland. De overige ruimte wordt ingenomen door de doden. Het is vooral de ligging op het eiland, het vervoer van de doden en de familie naar het eiland die de begraafplaats zo bijzonder maakt. In vele films en romans speelt deze plek een rol. Hier liggen: Ezra Pound, Amerikaans dichter. Het grafschrift is van hemzelf: Ezra Pound, Got around, He was born in Haily, But he was buried in San Michele, Not the terzo cielo, But socially meglio (Ezra Pound zwierf rond. Geboren werd hij in Haily, maar begraven in San Michele, niet de derde hemel, maar sociaal gezien de betere); Serge Diaghilew, Russisch danser; Igor Stravinsky, componist en Vera Stravinsky, tweede vrouw van Igor. Voor de Nederlandse deelnemers ligt hier Everdina Douwes Dekker, de eerste vrouw van Multatuli. De Vlaamse vrienden kunnen op zoek gaan naar François Vervloet, schilder, afkomstig uit Mechelen.

We blijven in Venetië waar ruimschoots gelegenheid is om (op eigen gelegenheid) enkele van de vele Pallazi te bezoeken. Natuurlijk mag ook een bezoek aan de beroemde San Marco niet ontbreken met plein en Dogenpaleis. Verder is Venetië bekend om zijn vele bruggen, de kanalen, de nauwe straatjes en de kleine winkeltjes. In het programma nemen we twee van de vele kerken op: de Santa Maria Gloriosa dei Frari, waar naast vele andere graven de schilder Titiaan een grafmonument heeft. Het hoofdaltaar van deze kerk is gesierd met zijn prachtige "Hemelvaart van Maria". Een tweede kerk is de Santi Giovanni e Paolo. In dit pantheon zijn 11 dogen van Venetië begraven die onder fraaie grafmonumenten hun laatste rustplaats hebben gevonden.

Dinsdagmorgen, 10 juni, vertrekken we naar Milaan. Na aankomst heeft u ruimschoots de gelegenheid om de stad te verkennen. Milaan is, wat de monumentale gebouwen betreft, zeker niet de mooiste stad van Italië. Natuurlijk is er de Scala, het beroemde opera gebouw waar alle grote operasterren van de wereld gezongen hebben. (Wordt momenteel gerestaureerd) Verder is er de prachtige Dom met het domplein. Bekend is Milaan vooral om zijn zeer luxueuze en moderne winkels. Op het gebied van modeartikelen, leer, cosmetica, meubels e.d. is de stad één van de belangrijkste centra van de wereld. Op woensdag 11 juni bezoeken we het Cimitero Monumentale. Deze begraafplaats is indrukwekkend vanwege de ingang, de vele beeldhouwwerken en een aantal buitengewoon grote grafkapellen. Het beeldhouwwerk is vaak origineel. Het heeft soms zeer eigenzinnige thema's en vormen. Hier liggen Giuseppe Verdi, componist en Arturo Toscanini, dirigent. Interessant zijn de vele enorme beeldhouwwerken. Niet te missen: Davide Campari. Op het beeld, een kopij van Da Vinci's Laatste Avondmaal zien we aperitieffabrikant Campari als Christus met zijn raad van beheer. Judas heeft de gelaatstrekken van concurrent Martini.

Op donderdag 12 juni vertrekken we naar Genua.We maken een bescheiden omweg via de begraafplaats van Turijn. Het Cimitero Monumentale van Turijn is minder groots dan Milaan maar ook hier is fraai beeldhouwwerk te vinden. Op vrijdag bezoeken we het Campo Santo van Genua. Het absolute hoogtepunt van funeraire kunst in de hele wereld!! Een Campo Santo is een begraafplaats omringd door een (overdekte) galerij waarin belangrijke graven van families of bijzondere personen geplaatst worden. Deze galerij omringt een begraafplaats. In het omsloten gebied vinden minder bekende personen hun laatste rustplaats. In Genua zijn deze galerijen honderden meters lang. Op sommige plaatsen bestaat de galerij uit twee gangen en ook nog eens uit een beneden en een bovenverdieping. Nagenoeg alle graven hier zijn voorzien van beeldhouwwerk. De stijl is veelal erg realistisch (sterfscènes, graflegging omringd door treurende nabestaanden etc.), kenmerkend voor het eind van de 18e en 19e eeuw. In de kunst spreekt men van Veritisme (waarheidsgetrouwe afbeeldingen) De begraafplaats is al diverse keren uitgebreid dus ook buiten het oorspronkelijk, door de galerij omsloten gebied, zijn nog vele bijzonder graven en enkele zeer uitzonderlijke grafkapellen te zien. We zullen voor het bezoek aan deze begraafplaats minimaal een halve dag uittrekken maar eenieder die wil kan langer blijven. Elke tien minuten vertrekt een bus bij de begraafplaats naar de stad. Hier dient men zeker het graf van Francesco Oneto, met de wereldberoemde "hypnotiserende" engel van Giulio Monteverde bezichtigen.

Op zaterdag 14 juni vertrekken we terug naar Nederland. We overnachten in Freiburg (Duitsland) en brengen ook daar een bezoek aan de (oude) begraafplaats. Zondag 15 juni zijn we tijdig terug in Breda van waaruit u kunt verder reizen.

Het aantal begraafplaatsen op deze reis is bescheiden om twee redenen. We willen u ruim de tijd geven om ook de steden te bezichtigen en daarin deels uw eigen keuzes te maken. De tweede reden is nog belangrijker. De bovengenoemde begraafplaatsen behoren tot de bekendste en mooiste van de wereld, ofwel door hun ligging (Venetië), ofwel vanwege de beeldhouwkunst (Milaan), ofwel om haar overweldigende karakter (Genua). Niet de kwantiteit maar de kwaliteit van de begraafplaatsen en de funeraire kunst zal deze reis tot een onvergetelijke maken.

Boeken: Hier een aantal boeken die van pas kunnen komen tijdens de Italiëreis:

PERMANENT ITALIANS, Judi Culbertson & Tom Randall, Walker & Company New York, 0 8027 7431 8.

VENEZIA SAN MICHELE IN ISOLA, Paolo Franceschi.

CIMITERO DI STAGLIENO, Sagep Editrice, 88 7058 180 2.

IL GIARDINO DEL TEMPO, Gianni Berengo Gardin en Gabriella Nessi Parlato, Peliti Associati 1993, 88 85121 18 7.

CAMPOSANTO DI GENOVA, A. P. Genova, 52836.

IL MONUMENTALE DI MILANO, Oscar Pedro Melano, Guerini e Associate Milano 1994, 88 7802 505 4.

IL MONUMENTALE DI MILANO, Michele Petrantoni, Electa Milano 1992, 88 435 4248 6.

THE MONUMENTAL CEMETERY OF MILAN, Giovanna Ginex & Ornella Selvafolta, Silvana Editoriale Milan City Council Services Department 1996, 88-366-0511-7.

Wie won de trofee van beste gids of mooiste begraafplaats?

Niet minder dan 14 Grafzerkjes kenden punten toe. Voor wat de trofee voor de beste gids betrof werd het podium door niets dan dames bevolkt. Op de derde plaats eindigde Cecilia Vandervelde met 16 punten. Eervol tweede werd onze gids in Aalst, Lutgarde De Ridder, met 30 punten en de gouden plak ging naar "de schrik van de Westerbegraafplaats" An Hernalsteen met niet minder dan 38 punten. Het "sterke" geslacht kwam hier niet verder dan een vierde stek. Onze Noorderbuur Guus Rüsing viel juist naast het podium met 14 punten.

Wat de meest gesmaakte begraafplaats betrof is een soortgelijke tendens waar te nemen in zoverre dat Maastricht juist naast de ereplaatsen greep met 15 punten. Op de derde stek, met 18 punten, Brussel Evere. Tweede werd in deze categorie de begraafplaats aan de Dieweg te Ukkel met 21 punten. Onze vriend Rudy D'Hooghe moet zo stilletjesaan een nieuwe trofeeënkast aanschaffen want de Grafzerkjesaward gaat naar de Gentse Westerbegraafplaats met 39 punten.

Voor 2003 stap ik af van het toekennen van een award. In de eerste plaats omdat alle gidsen hun uiterste best doen om het de Grafzerkjes naar hun zin te maken. Maar er zijn nog andere redenen. Het is namelijk onmogelijk om een eerlijke verdeling te doen tussen een rondleiding waar meer dan 30 personen aan deelnemen en een tocht met acht deelnemers. Verder zeg ik ook steeds dat we niet om de twee maand een "topbegraafplaats" kunnen aanbieden. Maar in de eindafrekening voor de awards hebben die mindere goden geen schijn van kans alhoewel het voor de mensen die daar rondleiden misschien veel moeilijker is om gedurende enkele uren de Grafzerkjes zoet te houden.

Voor 2003 plan ik, op vraag van enkele Grafzerkjes, een nieuwe award: die van het beste café in de omgeving van een begraafplaats. Er dient dringend werk gemaakt te worden van een verbetering van drankgelegenheden die zich nabij kerkhoven bevinden. In afwachting daarvan heb ik mijn top drie van "slechtste" drankgelegenheden nabij een begraafplaats opgemaakt.

Op drie het café met de leuke naam "Het is hier beter dan verder" nabij de Brugse dodenakker. Toen we daar zaten te wachten om een rondleiding op de begraafplaats te maken sloot de cafébazin, die zich daarvoor had beziggehouden met het kaartspel, haar zaak: "om wat te rusten". Op twee de herberg nabij de begraafplaats Robermont te Luik. De "petite restauration" bleek uit crocque monsieur te bestaan. De enorme bestelling van twaalf crocques duurde een hele tijd omdat de eigenaar over slechts één toestel beschikte dat slechts twee crocques per keer kon fabriceren. Mijn soep bestond uit aangelengd water met een, vervaldatum reeds lang voorbij, toastje.

Op één met stipnotering taverne "Macaco", what's in a name, nabij het Campo Santo te Gent. Volgens mij was de lokale crèche daar gevestigd. Het krioelde er van de kinderen. Uit de televisie klonken "Tik Tak" en andere kabouter Ploptoestanden. De dienster, of wat daar voor moest doorgaan, bezat wel over twee handen maar ze gebruiken daar had ze nog geen kaas van gegeten. Na eindelijk een drankje gekregen te hebben vroegen we een tweede consumptie. Na herhaaldelijk aandringen werd onze bede niet beantwoord zodat wij node, en dorstig, deze zaak verlaten hebben.

Hele rij monumenten gered:

Terwijl schepen Pairon verder gaat met de afbraak van de begraafplaats Schoonselhof valt er toch nog goed nieuws te rapen.

Het monument voor moederke Eyer, geboren te Oorderen 15-2-1819 en overleden te Lillo op 9-10-1924, met haar 105 jaar en zeven maanden denkelijk de oudst begravene op het Schoonselhof stond op een lijst van verwaarloosde grafmonumenten. Ik nam mij voor om te trachten dit monument te redden en ging te raden bij de heemkundige kring van Lillo. Vele monumenten kwamen van de, in 1960, afgebroken begraafplaats van Lillo. De verantwoordelijke vond het een mooi monument maar bleek niet in de mogelijkheid om aan de verwaarlozing een eind te stellen. Ik wilde er dan zelf iets aan doen maar verzocht de administratie van de begraafplaats om uit te zoeken of er nabestaanden waren. Ik wilde vermijden dat ik, na kosten gedaan te hebben, geconfronteerd werd met een erfgenaam die zegde: dank u Buermans maar dit is mijn monument. Eind november informeerde ik eens hoe ver het stond. Volgens de mensen van de administratie was de kous af: zij hadden een antwoord bekomen van de bevolking waarin stond dat de heer Eyer naar Kapellen was verhuisd in 1983. Toen ik hen vroeg waarom zij niet verder geïnformeerd hadden in Kapellen moesten zij het antwoord schuldig blijven. Enigszins geïrriteerd nam ik de telefoon, belde de bevolking van Kapellen en kreeg onmiddellijk het huidige adres van de heer Eyer. Die was zo verwonderd dat het monument nog bestond dat hij een half uur later ter plaatse was en besloot het monument in orde te brengen. Meer nog zijn echtgenote vond het best interessant om de gehele lijn in orde te brengen om te vermijden dat de twee monumenten naast moederke Eyer zouden verdwijnen.

De heer Eyer deed het nodige en de gehele lijn is nu gered. Hij was eveneens bereid om de concessie over te nemen. Tegelijkertijd toog ik op zoek naar nabestaanden van de twee andere monumenten, twee pastoors. Mijn beproefd recept als niets meer helpt, een zoekertje in Gazet van Antwerpen, hielp eens te meer en een heer Mateusen, familie van pastoor Mateusen, kwam eveneens ter plaatse kijken, zag dat het goed was en gaat ook dit monument een opknapbeurt geven. Nadat de nodige nabestaanden opgespoord waren bleek dat de concessie was nog niet verlopen was. Tot 2009 zijn de monumenten nog veilig maar ik kan u nu reeds met een gerust gemoed vertellen dat, na die tijd, dankzij de inzet van hun nabestaanden zij nogmaals voor 50 jaar uit de klauwen van afbraakzuchtige schepenen gered zijn.

Westerbegraafplaats:

Dat niet alleen Willem Houbrechts over dichterskwaliteiten beschikt moet blijken uit het volgende. Grafzerkje Mathilde Goelen kroop in haar pen en zette haar wedervaren op de Gentse Westerbegraafplaats op papier. Zij stuurde haar gedicht, na lang aarzelen, naar mij op. Zij stelt dat zij geen echte dichter is maar ik wil u het toch niet onthouden. Daarbij komt ook dat ik meer dan tevreden ben wanneer een van de Grafzerkjes mij iets toestuurt om te publiceren. Het Grafzerkje moet zeker niet volstaan met mijn "zieleroerselen".

Westerbegraafplaats:

Langs een mooie oprijlaan
onder een gigantisch hoge poort
bereikt men een prachtige begraafplaats
en heerst hier de stilte van de dood.

Grafkapellen en praalgraven
een mooie brok cultuur
een gids met boeiende verhalen
gedreven als zij is, vol vuur.

Langs het columbarium
en het nieuwe urnenveld
perceeltjes afgezet met buxus
urnen er bovengronds opgezet.

Paddestoelen als urnen in het rond
het leek wel op een heksenkring
ze stonden tussen bloem en bomenstronk
te wachten ... op de asse van een kind.

Mathilda.

Adolf Dumont beschut tegen de winterkoude:

Zeg nu nog dat ik mijn monument niet koester. Om mijn vriend Adolf Dumont een winterse verkoudheid te besparen vond ik het noodzakelijk hem warm in te duffelen. En omdat het toch kerst was, ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik geïnspireerd werd door het monument voor Victor Driessens op de Antwerpse Graanmarkt - die kreeg een kerstmanoutfit aangemeten door tussenkomst van de nabijgelegen herberg De Duifkens, zocht ik een warme muts en oorverwarmers. Nadat ik hem van zijn winters pakje voorzag merkte ik dat Adolf, die bij leven ook niet verlegen zat om een grap uit te halen, een tevreden man was.

Tentoonstelling in Tournai (Doornik):

Tussen 20 januari en 16 februari heeft in Doornik in het "Maison de la Culture", Esplanade George Grard, boulevard des Frères Rimbaut, Tournai (Doornik) een tentoonstelling plaats "Vanité des Vanités". Van dinsdag tot en met zaterdag tussen 10.30 uur en 18 uur; zondag tussen 14 en 18 uur. De toegang is gratis. Een van de meer dan 80 exposanten is André Chabot. Ik had het genoegen deze sympathieke Parijzenaar te ontmoeten. Ik pleegde indertijd volgend artikel over deze man.

André Chabot heeft inspiratie te over.

André Chabot is van oorsprong professor in de letteren. Zo'n dertig jaar geleden werd hij, op enkele maanden tijd, getroffen door drie sterfgevallen in zijn onmiddellijke omgeving. Vanaf dat moment stond alles wat André deed in het teken van het funeraire. In die dertig jaar ontwikkelde hij zich tot een persoonlijkheid op dit gebied, wiens naam ver buiten de grenzen van de lichtstad, weerklank had. In de eerste plaats heeft hij niet minder dan vier boeken op zijn actief staan: met onder andere een werk over de erotiek, een werk over de dichtkunst en epitafen en een over de funeraire architectuur. Verder verleent hij zijn medewerking aan een aantal funeraire tijdschriften die in Frankrijk verdeeld worden: "Le funéraire magazine" en "Le mausolée". Uiteraard geeft hij rondleidingen op de Parijse begraafplaatsen. Verder gaat al zijn vrije tijd naar het bezoeken van begraafplaatsen in binnen- en buitenland. Momenteel bezit hij meer dan 130 000 foto's van grafmonumenten. Vele van die foto's zijn ongewoon. Chabot schrikt er niet voor terug om zich te laten opsluiten om zo ongewone beelden te maken. Zo liet hij zich op het overbekende "Cimetero Monumentale" te Milaan, kieken op de rug van de enorme bronzen os of fotografeerde hij het fameuze laatste avondmaal op de tombe van de familie Campari langs de achterzijde zodat een heel apart beeld ontstond.

André Chabot is ook gekant tegen de eenvormigheid die vele hedendaagse begraafplaatsen eigen is. Hij zet zich af tegen "parkings", zoals hij toelicht door te stellen dat het op vele hedendaagse dodenakkers punt is om op zo'n klein mogelijke oppervlakte een zo groot aantal, liefst nog eenvormige, graven te plaatsen. In die optiek stelt hij dat de Japanse begraafplaatsen te eenvoudig zijn en geeft hij "vijf sterren" aan de Italiaanse begraafplaatsen, Genua voorop. Een ander aspect in het leven van André is dat hij in binnen- en buitenland tentoonstelt met zogenaamde "objecten". In totaal heeft hij meer dan 370 tentoonstellingen op zijn actief, in eigen land maar ook in tal van Europese landen, Canada en de Verenigde Staten van Amerika. In 2000 was er op de begraafplaats van het Belgische Verviers werk van hem te bewonderen. Aan de hand van "lichtkranten" liet hij als het ware de doden zich tot de levenden wenden. Voor een tentoonstelling op de begraafplaats van Picpus, waar in massagraven 1306 mensen liggen die door de guillotine tijdens de Franse revolutie aan hun eind kwamen, deed hij opzoekingwerk om de namen van die 1306 onfortuinlijken te bekomen en alzo evenveel naambordjes aan mekaar te verbinden door een fijne draad gescheiden door evenveel scheermesjes.

In zijn atelier zijn ook een aantal verwezenlijkingen te bewonderen. Origineel is een harpkist met een lichtgevende foto van een grafmonument van een dame ... met een harp. Hij toont een zandloper gemaakt uit plastic en met als inhoud grijs zand die veel sneller loopt dan een normale zandloper ... het leven is veel korter dan men denkt. Ook maakt André Chabot zijn eigen stripverhalen. Aan de hand van vier, uit verschillende begraafplaatsen afkomstige grafmonumenten, maakt hij een zelfstandig verhaal. Een man met een schop stelt de arbeid voor, een doodsgenius vertelt het verhaal van de dood, daarnaast een foto van een bedelende vrouw met kindje: de weduwe die in armoede verder moet leven en tenslotte een opstijgende engel: de zelfmoord van de dame in kwestie. Hij koopt op rommelmarkten familiealbums op en maakt zo, aan de hand van doodsfoto's, een eigen familiealbum. André heeft zelf, in zijn kelder, een virtuele begraafplaats. Een aantal maquettes stellen grafmonumenten voor, zoals daar zijn een zwarte graftombe met een gouden draad die door een gouden schaar wordt doorgeknipt ... het doorsnijden van de levensdraad; een graftombe met treinrails en een bumper waar het treinspoor stopt ... het beëindigen van het leven. Sommigen getuigen van een zeker sarcasme, anderen vertolken een prachtig gevoel voor humor, weer anderen zijn zo ongeloofwaardig dat men denkt dat ze enkel uit het brein van deze man kunnen ontsproten zijn tot ... André Chabot een foto toont waarop een grafmonument staat dat zijn fantasie sterk benaderd. Dus de werkelijkheid is niet altijd ver weg.

Indien men de tentoonstelling bezoekt is het misschien ook mogelijk een van de twee Doornikse begraafplaatsen met een bezoek te vereren? Er bestaan twee boeken uitgegeven door Jacky Legge.

LE CIMETIERE DU NORD A TOURNAI, Jacky Legge, Editions Présence et Action culturelles 1999 Hainaut occidental, D 1999 4102 1.

LE CIMETIERE DU SUD A TOURNAI, Jacky Legge, Editions Présence et Action culturelles Hainaut occidental, D 1995 4102 1.
Voor alle informatie slechts één adres:
Jacques Buermans,
Frieslandstraat 4 / bus 6, 2660 Hoboken
Tel. / Antwoordapparaat / Fax: 03 / 829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/8291603) - GSM: 0494 / 47 37 46
E-mail: jacques.buermans@scarlet.be
Websites:
www.grafzerkje.be - voor al uw informatie over vzw Grafzerkje
www.schoonselhof.be - voor al uw informatie over de begraafplaats Schoonselhof
www.antwerpsebegraafplaatsen.be - voor al uw informatie over Antwerpse begraafplaatsen
------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------