NIEUWSBRIEF NR. 22 - MAART 2005

------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------
Iedere auteur is verantwoordelijk voor zijn bijdragen.

Bezoek aan het Campo Santo te Sint-Amandsberg:

Mieke Versées maakte het volgend verslag:

Zon, een blauwe lucht maar koud. Ietsjes te koud voor mijn schrijvende vingers zal vlug blijken.

We verzamelen aan de voet van de heuvel waar An Hernalsteen haar rondleiding als volgt inluidt: “Ik kom hier niet graag want ik wordt hier altijd kwaad!” Waarom? Omdat het “Beschermcomité” een lege doos blijkt. Gelijk heeft ze. Ik bezoek regelmatig de begraafplaats en telkens opnieuw bemerk ik hoe verval de mooie monumenten wegvreet. Ook ik stelde meermaals de rol van het beschermcomité in vraag.

Genoeg hierover.

We starten op de Kapellenberg voor een vleugje geschiedenis. Sint-Amandsberg was vroeger zeer landelijk met een arme arbeidersbevolking en tot voor 1847 parochiaal afhankelijk van Oostakker. De kapel werd gebouwd door Van der Noot. Voor de gelukkigen, herinner u zijn grafmonument in Sint-Baafs. Tussen 1845 en 1847 verrees aan de voet van de heuvel een nieuwe parochiekerk waardoor het kerkhof haar rol als begraafplaats innam. Op 9 december 1847 begroef men er de eerste parochiaan, Jan Rogiers. Omdat er bij de kerkhovenoorlog toch nog een aantal onwetende vingers omhoog gaan, overgiet An ons ook met deze kennis. Verkort gaat het zo: Jozef II verordent in 1784 dat nieuwe begraafplaatsen buiten het stadscentrum moeten aangelegd worden. Zo gebeurde dus ook in Gent. Charles de Kerckhove voorziet dat joden, protestanten en katholieke broederlijk naast mekaar begraven worden. Dit betekent dat de begraafplaats niet meer in zijn geheel gewijd zou worden maar dat de priester het graf van een katholiek individueel zou wijden. De bisschop spreekt daarop een vloek uit over de katholieken die zich in ongewijde grond zouden laten begraven. De liberale burgemeester wijkt echter niet, oorlog dus. Zo komt het dus dat katholieken uitwijken naar andere begraafplaatsen.

En dan nu op stap vooraleer we vastvriezen.

Louis Van Overstraeten, architect en schoonzoon van Lodewijk Roelandt eveneens architect. Bekende realisaties zijn ondermeer de O.L.Vrouwkerk te Sint-Niklaas en de Mariakerk in Schaarbeek. Het neogotisch monument met bas-reliëf is van de hand van Jozef Geefs, zwager en grondlegger van de funeraire kunst (of begreep ik dat verkeerd). Het toont ons een zittende engel met gespreide vleugels en een arm rustend op het portretmedaillon van de overledene.

C.L. Ledeganck, dichter en zette zich in voor de Vlaamse Beweging. Zijn bekendste werk: “de drie Zustersteden” een verheerlijking van Antwerpen, Gent en Brugge. Het monument vermeldt Zanger van de drie Zustersteden. De lier staat symbool voor de muziek- en dichtkunst. Oorspronkelijk begraven op het Dampoortkerkhof.

Marie de Hemptinne of de Engel van Gent, oudste dochter van katoenmagnaat Felix de Hemptinne. Op 9-jarige leeftijd overlijdt haar moeder en Marie neemt haar taken over. Zij bezoekt de arbeiders en leert Vlaams = Gents zodat zij met hen kan praten. Zij geeft ook les aan de kinderen. Zij huwde nooit en nauwelijks 8 jaar, overlijdt zij aan cholera. Haar grafmonument is tevens het oudste op Campo Santo. Oorspronkelijk lag zij begraven op de begraafplaats aan de Brugse Poort.

Slachtoffers van de brandramp, monument opgericht ter nagedachtenis van de slachtoffers omgekomen bij een grote brand bij Van Imschoot. We vinden er de stedenmaagd met het sinds 14e eeuw gebruikte stadswapen met leeuw. De treurende vrouw draagt een kroon met de stadswallen en rust met het hoofd en een arm op een urne. De omgekeerde toortsen verwijzen naar de slachtoffers van het vuur. Hier spuwt An een beetje haar gal over de stomme torekes die ze nu gebruiken.

Lodewijk Roelandt, architect en schoonvader van Van Overstraeten. Het Operagebouw en het Justitiepaleis, beiden van zijn hand. Jan Frans Willem, Jean François, noemt An hem. Je kunt moeilijk om dit imposante monument heen. Letterkundige en vader van de Vlaamse Beweging. In zijn Reinaertstudie stelt hij onterecht dat bepaalde stukken zich afspeelden op de Kapellenberg. Het is bij de inhuldiging van dit monument dat Conscience de historische woorden uitspreekt: ”de heuvel waar Vlaamse helden rusten”. Anekdote, een Duitse dichteres leerde speciaal Nederlands om toch één van de befaamde literaire soirées te kunnen meemaken. Zij ontving een uitnodiging en verbijsterd stelde zij die soirée vast dat alles in het Frans verliep! Ocharme.

Dokter Snellaert, arts en letterkundige. Zette zich samen met Willems in voor de Vlaamse Beweging en wou daarom naast hem begraven worden. Als arts verzorgde hij onbetaald de zieken tijdens de cholera-epidemieën. De oorspronkelijke bronzen buste werd gestolen en vervangen door een arduinen. Het boek met ganzenveer toont duidelijk tekenen van polychromé. Ook dit graf werd overgebracht van het Dampoortkerkhof. Hier krijgen we ook te horen dat ze Jean Ray willen ontgraven en herbegraven op het Campo Santo. Over An’s lijk, afblijven!! Ondertussen werd deze griezelschrijver wel symbolisch herbegraven.

Napoleonistenmonument, het betreft een zuil waarop de Keizerlijke adelaar prijkt. Deze gedenkzuil vermeldt de namen van de Gentse oud-soldaten die dienst namen in het Franse leger. Er ligt echter niemand begraven. We lopen de trapkes af. “Voorzichtig, want we zijn nog niet verzekerd”, waarschuwt onze gids. Totale verwoesting bij de grafkapel van de familie De Vos. Uitgenomen van de 4 engelenbeelden rest er niets meer. Een voorbeeld van hoe het niet moet.

Nog meer tristesse bij de grafkapel van de familie d’ Elhougne, dicht. Een hangslot houdt ons buiten. Te laat! Binnen zit een geknield meisje, de handen gevouwen. Er ligt een boeketje rozen. Jammer dat ze onthoofd werd. Ik prijs me gelukkig dat ik het nog in zijn geheel zag. Naar alle waarschijnlijkheid poseerde de dochter van Pieter Devigne voor het beeld. Op weg naar Minard maakt An ons attent op een perfect bewaarde terracotta beelden, een prachtige art nouveau krans. Als hij morgen weg is weet ik waar te zoeken, waarschuwt An ons. Minard, alweer een architect, zijn naam onvermijdelijk verbonden aan de Minardschouwburg. Hij ontwierp zelf zijn grafkapel waarop je ook een portretmedaillon ziet van het echtpaar. In de kapel staat een groot beeld van een treurende vrouw.

Op zoek naar de heiligheid komen we eerst nog voorbij een “sprekend” graf waarmee An bedoelt dat je door de symbolen, kanon en kussen met epauletten, ziet dat er een militair begraven ligt, Capitaine Commandant Veesaert. We lopen verder naar het graf Treesje Verhaege. Men noemde haar ook het Heilig begijntje omdat ze voorspraak zou doen bij ons Heer. Je weet nu waar je moet zijn. In de begijnhofkerk van Sint-Amandsberg, vind je een glasraam waarop ze afgebeeld staat op haar doodsbed.

De volgende halte houden wij bij Franz De Vos, toondichter. Het enorme grafmonument bestaat uit een piano. Op het klavier rust het gebogen lichaam van een half geknielde, treurende vrouw. Orgelpijpen reiken naar de blauwe hemel. Weinig tijd, toch wil An met ons even naar park R, aangelegd tijdens het interbellum. In het cement mengde men teveel zand. Daardoor stortten er reeds enkele grafkelders in. Vrees is nu dat het ganse perk zal verdwijnen alhoewel ook daar enkele interessante personen begraven liggen. Wij ontdekken de “keukentjeszerken” uit de jaren 50 en klimmen dan terug de berg op.

We belanden bij Rechter Martens Sotteau, de man die schrik had om levend begraven te worden. De luiken dienden eeuwig en altijd open te blijven. In de kist diende een raampje voorzien. Je weet maar nooit. Het gerucht gaat ook dat er iedere dag een krant moest bezorgd worden. Ik zag er in elk geval geen liggen. Wel doorheen de tralies de opeengestapelde kisten. Op zijn minst opvallend op de heuvel is het Reinaertbeeld. Het tooit de grafzerk van pastoor Van Damme.

Hogerop ligt de mislukte adoptiepoging van An. De gemeenschappelijke en omheinde graven van de families Van Loo en De Battice, verenigd in leven en dood. Zij zaten beiden in de bierbranche. Vermoedelijk ontstond daardoor een vriendschap die zij ook over de dood heen wilden bestendigen. An had het ook nog over een lijst van steen en brood, maar hoe dat ook weer ging, vergat ik te noteren.

Om een Grafzerkje te plezieren gaan we op zoek naar het graf van Oscar Dambre, literatuurhistoricus en oorlogsvrijwilliger aan het IJzerfront. Op zijn grafmonument staan de letters A.V.V.V.V.K. en ik vermoed dat de Blauwvoet er ook vliegt. Ik las dat hij werd gearresteerd door de Belgische bezettingsmacht in Hamburg waar hij doceerde.

In schoonheid eindigen is er niet bij. Ik hield de ruïne van de familie Lammens achter. Hippoliet Lammens blijkt een weldoener maar dat straalt niet af van de totaal vervallen grafkapel. De muren ervan staan nog recht, voor het overige werden de gaten dichtgespijkerd met houten panelen.

Bedankt An voor al die boeiende verhalen die geen pen kan volgen of vasthouden en zeker niet met bevroren vingers.
Mieke Versées

Geen laatste keer:

Na de rondgang,
Na de laatste rondgang
Faalde de dijkbewaking
Faalde de versterkte dijkbewaking

Niet na het kind dat sprak
Niet na het kind al dat zo droevig sprak


En niet bij de muziek nog, niet bij de muziek


Op weg naar het open hek, langs het vele
Hier rust, langs de muren en tuinen van as en
De bedjes vol speelgoed, het verlangen-


Een witte roos op reis
Een witte roos een derde maal op reis
Naar de spieren, de botten, de huid
Van de dichter, op zich een gedicht
Ooit op zich een gedicht, vol adem
Ultiem
Anneke Haasnoot

Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm

Tante Kato ging op reis en ze zag het mausoleum van Saladin:

* Abu al-Muzaffar Yusuf ibn Ayyub Salah ud-Din * 1138-1193 * Damascus, Syrië *

Via de kruistochten is de naam van Saladin, Saladijn bij ons doorgesijpeld. Hij was immers de slechterik die Jeruzalem van de christenen had afgenomen. Wie was die Saladin eigenlijk, geboren met de naam Yusuf (Jozef)?

In de 12de eeuw bestond het leger van de kalief van Bagdad reeds enkele eeuwen uit Turken, maar ook Koerden hadden de rangen versterkt. Yusufs vader was een soennitische Koerd afkomstig uit Armenië en hij had het bij diens geboorte tot gouverneur van Tikrit in het huidige Irak gebracht. Vader Ayyub werd overgeplaatst naar Baalbek en later naar Damascus, nu respectievelijk in Libanon en Syrië. Over Yusufs jeugdjaren wordt gemeld dat hij geïnteresseerd was in theologie, soefisme, poëzie en het schaakspel. Kortom : vroom, braaf en wijs. Maar als zoon van een militair word je van jongsaf tot de (h)orde geroepen. In die tijd heerste er nogal wat verdeeldheid in de islamitische wereld en de eerste grote campagne waaraan Yusuf deelnam was die tegen de sjiïtische dynastie van Egypte (1169). Yusuf werd in Caïro tot vizier benoemd, vermoedelijk omdat hij de jongste en de zwakste was maar de slimmerd liet zich wijselijk omringen door ervaren familieleden. In 1174 kwam hij aan het hoofd van het soennitische leger en nam hij de eretitel Salah ud-Din aan, wat “Gerechtigheid van het Geloof” betekent, in het westen verkort tot Saladin. Zijn herovering van Jeruzalem in 1187 ontketende hier een storm van verontwaardiging: de heilige stad moest en zou terug onder de vleugels van Rome komen! Er werd een nieuwe kruistocht gelanceerd, zeg maar dat de Drie Koningen uit het Westen kwamen : de Duitse Frederik I Barbarossa (1152-1190), de Franse Philippe II Auguste (1180-1223) en de Engelse Richard Leeuwenhart (1189-1199). Hoewel Saladin en Coeur de Lion elkaar nooit ontmoet hebben, deden al snel fantastische verhalen de ronde, zoals de opschepperij over hun zwaarden: Richards oersterke zwaard van westerse makelij kon zonder probleem een massief houten tafel doorklieven. Maar Saladins lichte, handige kromzwaard, gemaakt van Damasceens staal, kon dan weer wapperende zijde snijden. Feit is : Richard had Jeruzalem twee maal in zicht maar kon de stad niet heroveren. En de twee andere koningen: de Duitse stierf onderweg naar het Heilig Land en de Franse keerde ziek naar huis terug.

In augustus 1183 had Saladin van Damascus zijn hoofdstad gemaakt en hij regeerde er over een rijk dat zich uitstrekte van Noord-Afrika tot Armenië. Hij overleed er, slechts 55 jaar oud maar letterlijk doodop. Hij had van zijn 14de het leger en het slagveld als thuishaven gekend. ‘s Zomers had hij gevochten bij snikhete temperaturen en de regenachtige wintermaanden had hij bij zijn kroost doorgebracht (hij liet 17 zonen en een dochter na). Naast de grote Umayyaden-moskee werd een mausoleum dat voltooid werd in 1196. Het witte gebouwtje met geribde meloenvormige en -kleurige koepel was zo’n 700 jaar na zijn overlijden dringend aan restauratie toe. Daarvoor verstrekte de Duitse Kaiser Wilhelm II (1888-1918) de nodige fondsen. Binnen staan twee sarcofagen, beide van Saladin. In de houten ligt de man (en zijn zwaard) begraven. Het walnoothout moest wegens rotting met glas beschermd worden. Ernaast pronkt een wit marmeren sarcofaag, leeg, een gift van de Osmaanse sultan Abdul Hamit II (1876-1909). Beide sarcofagen worden bekroond met een enorme tulband. Centraal hangt een zilveren lamp met de monogrammen van sultan en keizer. Niet moeilijk dat er gefluisterd wordt dat Wilhelm II ook de marmeren sarcofaag bekostigde. Wie door het Midden-Oosten reist komt deze keizer wel meer tegen. Zijn Oriënt-mecenaat en economische alliantie met de Osmanen gingen hand in hand ... tot zelfs in hun Grote Nederlaag.

In juli 1920 toen het hele Midden-Oosten trilde van westerse inmenging stond de Franse generaal Gouraud voor Saladins graf en sneerde “Nous voici de retour en Orient, Monsieur le sultan”.

Arabische landen als Syrië en Irak maakten van Saladin een nationale held. Saddam Hoessein (in datzelfde Tikrit geboren en ‘s mans laatste schuilkelder) gaf een postzegel uit van zichzelf samen met en zijn illustere streekgenoot. Nooit, nergens werd daarbij benadrukt dat Saladin een Koerd was. Nota: De data bij de vernoemde vorsten zijn hun regeerdata.

Wie maakt website compleet?:

Grafzerkje Willy Cornelissens zorgde ervoor dat er reeds 488 grafmonumenten op de site www.schoonselhof.be staan. Hij zoekt daarbij naar éénvormigheid en is daarom nog op zoek naar foto’s van volgende personen:

de Lattin Gustaaf junior, 11-10-1884 / 15-9-1911. Kunstschilder.

Dousselaere Louis, Brugge 22-4-1865 / Antwerpen 17-8-1905. Begiftiger van het bureau van weldadigheid.

Pierre Guillaume, Antwerpen 16-11-1824 / 14-10-1897. Vader van beeldhouwer Arthur Pierre.

Pierre-Pellens Hermanus, Antwerpen 14-7-1874 / 3-11-1941. Broer van beeldhouwer Arthur Pierre die zijn grafmonument vervaardigde.
Jacques Buermans

Boomplanting op Schoonselhof:

Zo’n 15 dapperen hadden de ijzig koude februariwind getrotseerd om op het midden van het kunstenaarsereperk van de begraafplaats Schoonselhof het planten van een eik bij te wonen.

In het kader van Antwerpen “Wereldboekenstad” gingen 26 tandems van telkens een schrijver en een kunstenaar uit een andere discipline een uitdaging aan om één letter van het alfabet zichtbaar te maken in de stad. Voor de letter Q werkte het ontwerpersduo Weyers en Borms samen met de Nederlandse dichter Simon Vinkenoog. Het werd een eik, een quercus, met een tweede bast: een omhulsel uit kunststof. Daarin gekrast antwoorden op vele vragen. In ieder geval de antwoorden van de kunstenaars en de sporen die zij willen nalaten. De datum, 22 februari, komt overeen met de geboortedatum van Paul Van Ostaijen en de locatie, het kunstenaarsereperk van de begraafplaats, waar vele kunstenaars begraven liggen was ideaal.

Dichter Simon Vinkenoog las een gedicht voor en de aanwezigen konden kennis maken met de eik en daarrond het omhulsel met de vragen. Een bloemlezing: “Ik ben; wie ben jij?”, “Annex, altijd, nu”; “Ik ben van papier”, “Ars, Vita, Est” en “Verdom de oorlog, beziel de vrede”.

Een warm drankje en een koffiekoek later toog het gezelschap naar het grafmonument voor Paul Van Ostaijen om op passende wijze, het glas champagne in de hand, de dichter een “gelukkige verjaardag” toe te wensen.
Jacques Buermans

Meneer van Dale wacht (niet meer) op antwoord:

Peter J. Faase, lid van vzw Grafzerkje, leidt ons over de begraafplaats van de stad Sluis.

Wanneer we in het Zeeuws Vlaamse Sluis (nog de enige stad in Nederland met een echt Belfort) gaan lopen kunnen we via de van Dalestraat langs de van Daleschool lopen om vervolgens uit te komen bij het borstbeeld van Johan Hendrik van Dale. Maar daar is het ons vandaag niet om te doen, we willen naar de begraafplaats van Sluis om daar te kijken naar de gedenknaald, opgericht ter ere van J.H. van Dale (1828 - 1872) grondlegger van onze huidige ‘Dikke van Dale’.

Wanneer we, komende vanuit Oostburg, het vestingstadje Sluis binnenrijden volgen we de borden Retranchement en rijden vervolgens via de Ridderstraat en de Korte en Lange Wolstraat naar de Hoogstraat alwaar, na een aantal honderden meters, zich aan de rechtkant de algemene en RK begraafplaats van Sluis zich bevindt. Het is een begraafplaats met een oude ingang vlak aan de weg en een ingang bij het keurig aangelegde parkeerterrein. Bij de ingang staat een kleine aula met daarop een plaat waar alle namen opstaan voor zij die gevallen zijn tijdens de oorlog.

Op het eind van het pad zie ik schuin link voor me een houten beeldje staan op een boomstronk. Het stelt een oudere baas voor die over de begraafplaats heen kijkt.

Navraag bij de gemeente Sluis leert ons dat dit beeld gemaakt is door een medewerker van de buitendienst met enkel een kettingzaag. Het beeld is geheel uitgezaagd uit een boomstronk en heeft een tweetal betekenissen. Wanneer Toontje Dirks (inwoner van Retranchement en later van een bejaardentehuis in Sluis) zijn vrouw overlijdt, wordt ze begraven op de begraafplaats van Sluis. Toontje komt iedere dag haar graf bezoeken en houdt dit vol totdat hij zelf overlijdt. Als eerbetoon aan hem en als eerbetoon aan de ouderdom in het algemeen is dit beeldje gemaakt. Het vermoeden bestaat dat dit beeldje hier nog ruim een jaar zal staan en dat het dan vanwege verrotting weggehaald zal moeten worden immers het hout heeft totaal geen bescherming meer.

Aan het eind van de laan slaan we links af en lopen naar bijna het einde van het pad. Hier staat links het grafmonument van Johan Hendrik van Dale, welke er voor zijn leeftijd bijzonder goed uit ziet.

Eerst iets meer over van J.H. van Dale. Johan Hendrik van Dale wordt geboren op 15 februari 1828 te Sluis vlak na dat zijn vader en moeder het Belgische Eeklo zijn ontvlucht in verband met een daar heersende pokkenepidemie. Dat van Dale een briljante leerling is moge duidelijk zijn uit het feit dat hij reeds in zijn zestiende levensjaar een onderwijsbevoegdheid behaald. Reeds in mei 1954 wordt hij benoemd tot hoofdonderwijzer van de openbare school in Sluis, een goed jaar later als stadsarchivaris. Het archief van de gemeente Sluis wat hij als eerste inventariseerde was een rijke voedingsbron voor enkele honderden artikelen van zijn hand.

Zijn eerste lexicografische werk verschijnt in maart 1867 en is het Taalkundig Handboekje.

Vervolgens wordt in juli 1867 door D.A. Thieme, mede door de uitgevers Nijhoff en Sijthoff, gevraagd om het oorspronkelijke werk van de zwagers I.M. Calisch en N.S. Calisch, bekend als het ‘Nieuw woordenboek der Nederlandsche Taal’ te gaan bewerken. Tevens werd hem gevraagd redacteur te worden, een aanbieding die hij vriendelijk afsloeg, van Dale wilde immers niet verhuizen vanuit zijn geliefde Sluis. Na anderhalf jaar te hebben gewerkt aan het voornoemde werk komt van Dale tot het besef dat het niet mogelijk is om dit werk alleen, binnen een redelijke termijn, tot een goed einde te krijgen en vraagt zijn oude leerling Jan Manhave hem te helpen hierbij. Drie jaar werken meester en leerling samen aan het woordenboek. Het verhaal wil dat de schrik over de pokken ziekte bij van Dale zo’n indruk heeft gemaakt dat hij, wanneer hij langs een huis loopt waar pokken heerst hij zijn paraplu opsteekt. Dit heeft helaas niet mogen baten en ook van Dale overlijdt op 19 mei 1872 aan de door hem gevreesde ziekte, een vrouw en 3 (van de 7 geborene) kinderen achterlatend. Vanwege de angst om ook besmet te worden met de pokken zijn er weinig mensen op de begrafenis van J.H. van Dale. De steen komt ook pas een jaar later tot stand.

Jan Manhave zal de laatste delen van het door hun bewerkte woorden boek voltooien. Vanaf de 2e druk van wordt de bewerker geëerd en het werk ‘van Dale Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal’. En wie kent heden ten dage niet ‘de Dikke van Dale’.

Wanneer we verder lopen over de begraafplaats vallen een aantal kindergrafjes ons op. Zeker door de fijne manier waarop de beeldjes bewerkt zijn die op de steen staan.

Wanneer wij echter de begraafplaats willen verlaten valt ons oog plotseling op nog een ander kindergraf. Dit graf staat aan de voet van een aantal ‘volwassen’ graven aan de nieuwe ingang van de begraafplaats. Wat wij nog nooit hebben gezien worden we nu gewaar, er staat een afbeelding op van een kindje op een doodsbed. We mogen aannemen dat het meisje op de foto ook het meisje is wat op het bed ligt.

Bronnen: Verhaal over beeldje Toontje Dirks - Dhr. Bosman van de Gemeente Sluis
J.H. van Dale - Ewoud Sanders, Johan Hendrik Van Dale (1828-1872): Maker van een half woordenboek
Peter J. Faase

The Association of Significant Cemeteries in Europe:

Sedert september 2004 is Gent toegetreden tot de Association of Significant Cemeteries in Europe. Deze vereniging werd opgericht in 2001 en telt inmiddels reeds 60 leden : de stadsbesturen van Ancona, Athens, Barcelona, Bergen, Bologna, Brescia, Copenhagen, Cologne, Cordoba, Cremona, Cuneo, Florence, Genova, Gent, Granada, Lecce, Ljubljana, Losanna, Madrid, Mantova, Maribor, Milano, Modena, Napoli, Oslo, Palma de Mallorca, Parma, Ravenna, Roma, Sevilla, Stockholm, Strasbourg, Tallinn, Torino, Trento, Trieste, Varazdin, Venezia, Verona, Wien, Zagreb, the Universities of Cologne, Genova and the Faculty of Architecture of the University of Bologna, National Heritage Board of Estonia, Department of Cultural Heritage Protection of Lithuania, German Association of Cemeteries' Manager, Norway Association of Cemeteries, Swedish Federation of Cemeteries and Crematoria, Association of Burial Authorities of United Kingdom, National Federation of Cemetery Friends in UK, Friends of Flaybrick, Friends of the General Cemetery of Sheffield and Abney Cemetery Trust, Friends of Brompton, Friends of Kensal Green, Friends of Nunhead, Friends of West Norwood in London, Friends of Suedwestkirchhof of Stahnsdorf (Berlin), Friends of Ohlsdorfer Friedhof (Hamburg).

Dus, zoals je merkt, kunnen ook vrijwilligersverenigingen een lidmaatschap aanvragen. Steden zoals Gent betalen 500 EUR, vrijwilligersverenigingen één symbolische euro.

Zelf had ik op een studiedag in Genova een aangenaam gesprek met de voorzitter van de Vrienden van Stahnsdorf in Berlijn. Dit is een vereniging die je kan vergelijken met de “Vrienden van het Schoonselhof” die zich over het lot van hun door de overheid soms wat vergeten begraafplaats ontfermen. Zij geven er diverse rondleidingen, knappen monumenten op en bekommeren zich over de fauna en flora. Kortom: onze Jacques in het Duits.

Het klinkt misschien wel aanmatigend om deel te willen uitmaken van de Association of Significant Cemeteries, maar het biedt wel een mooie kans om de Europese begraafplaatsen met een versterkt forum te verdedigen als belangrijke culturele erfenis. Vele Europese begraafplaatsen beschikken over een indrukwekkende verzameling van onvervangbare beeldhouwwerken en zijn een unieke getuige van het verleden van hun stad.

De vereniging organiseert studiedagen en workshops die ze combineren met een bezoek aan een funeraire parel. In 2004 was het Genova. Volgens ik vernam, zou het in 2005 Berlijn kunnen zijn. Momenteel zijn er reeds vier steden ingestapt in een Europees gesubsidieerd restauratiedossier. Europa betaalt in die gevallen de helft van de restauratiekosten terug. Elk van die steden is bezig met de restauratie van één specifiek monument.

De vereniging biedt niet enkel wederzijdse steun, maar opent eveneens de deuren van de know-how door haar samenwerking met diverse universiteiten. De studietweedaagse die ik mocht meemaken, vond ik in ieder geval heel verzorgd en leerrijk. De stralende Italiaanse najaarszon kan mijn waarneming natuurlijk wel enigszins beïnvloed hebben …

Meer info op volgende websites: www.significantcemeteries.net (HomeASCE) en www.scene-project.net
Rudy D’Hooghe

Waarom sterven we?

Johan Moeys pleegde volgend artikel.

In de meeste gesprekken over de dood steekt er steeds dezelfde metafysische vraag de kop op: waarom sterven we?

Eén antwoord komt van de traditionele Fiji overlevering: Toen de eerste man, de vader van de menselijke soort begraven werd, kwam er een god voorbij het graf en vroeg wat dit betekende, want hij had nog nooit eerder een graf gezien. Nadat hij de nodige informatie had gekregen van de personen rond de begraafplaats dat zij zonet hun vader hadden begraven, zei hij: “Begraaf hem niet, graaf het lichaam terug op.” “Nee,” reageerden ze, “we kunnen dat niet doen. Hij is al vier dagen dood en hij stinkt.” “Toch niet”, smeekte de god “graaf hem op en ik beloof je dat hij weer zal leven.” Maar ze weigerden de goddelijke bede uit te voeren. De god verklaarde dan: “Door ongehoorzaam te zijn hebben jullie je eigen lot bepaald. Had je je voorvader opgegraven, dan had je hem levend gevonden, en jullie zelf zouden wanneer je deze wereld verlaat, begraven worden zoals bananen voor vier dagen, waarna jullie zouden opgegraven worden, niet rot maar rijp. Maar nu, als straf voor jullie ongehoorzaamheid, zullen jullie sterven en rotten.”

De Navajo hebben een meer praktisch antwoord. Volgens de legende toen ze op de wereld verschenen, kwam de vraag “zouden ze voor eeuwig leven of sterven?” Coyote kwam langs en loste de vraag op door een steen in het water te gooien. Als deze bleef drijven, zouden ze leven, als hij zonk zouden ze sterven. De steen zonk en de Navajo werden boos, maar Coyote legde uit (in een zeer traditionele Navajo manier) dat “Als we allemaal leven en blijven toenemen zoals in het verleden zal de aarde te klein worden om ons te herbergen, en er zal geen plaats meer zijn voor graanvelden. Het is beter dat we elk slechts een beperkte tijd op deze aarde verblijven, dan vertrekken en plaats maken voor de kinderen.” De mensen zagen de wijsheid van zijn woorden in en schikten zich in hun lot.

Volgens de joodse traditie zei God, voordat hij de mens maakte: De hemelsen planten zich niet voort, maar ze zijn onsterfelijk. De wezens op aarde planten zich voort, maar zij sterven. Ik zal de mens maken als de vereniging van de twee, zo dat wanneer hij zondigt, als hij zich als een beest gedraagt, hij overwonnen zal worden door de dood. Maar als hij afziet van zonde, zal hij voor eeuwig leven.

Nadat Adam de zonde van ongehoorzaamheid had begaan, leverde God de hele dierenwereld aan de Engel des Doods. Als een van de straffen voor het aanbidden van afgoden zorgde God dat de lichamen van de dode mensen rotten.

Wetenschappers vragen zich niet alleen af waarom we sterven, maar ook waarom sterven we wanneer we sterven, rond de leeftijd van 70 tot 80 jaar in westerse landen. Hoewel de relatieve snelle wisselingen van mensenlevens genetische verschillen vertonen in verschillende omgevingen, zijn er andere organismen, zoals sommige bomen, die duizend jaar of meer kunnen worden.
Johan Moeys

Père Lachaise en Montmartre in 2005:

Heel wat personen blijken geïnteresseerd te zijn in een trip naar Parijs met een geleid bezoek aan Père Lachaise of aan de begraafplaats van Montmartre. Een mogelijkheid is het zelf bijeenkrijgen van een aantal mensen om een autobus te vullen en dan een beroep op mij te doen als gids. Voor vele personen een niet-haalbare kaart. Daarom het volgende voorstel: ik organiseer de busreis en de rondleiding en u kunt inschrijven tot de bus volzet is. Wat is, in grote lijnen, de bedoeling:

Vertrek om 6:00 uur in Antwerpen aan het Crown Plaza Hotel aan de G. le Grellelaan, dichtbij het Bouwcentrum omdat je daar de wagen makkelijk kan parkeren. Oppikken van deelnemers in Gent of in Menen behoort tot de mogelijkheden. Er wordt een tussenstop gehouden om de mogelijkheid tot ontbijten te bieden. Rond 11 uur moeten we dan aan Père Lachaise of Montmartre zijn. Dan volgt een rondleiding voor maximum 25 personen. Eind ongeveer 14:00 uur (Montmartre 13:30 uur). Dan kan deze groep op eigen kracht de nodige tijd in Parijs doorbrengen. De tweede groep wordt in het centrum afgezet, komt op eigen kracht tegen 15:00 uur naar de hoofdingang van Père Lachaise voor hun rondleiding. Nadien is er nog tijd voor een hapje en rond 20:00 uur vangt de terugtocht aan. De prijs is € 27,5 per persoon. Leden van vzw Grafzerkje betalen € 25.

Het kan ook zijn dat er mensen eens een dagje Parijs willen meepikken zonder de begraafplaats te bezoeken. Dit kan ook en die personen betalen dan € 22,5. Leden van vzw Grafzerkje betalen € 20. Omgekeerd kan het ook zijn dat er mensen op eigen kracht, bijvoorbeeld met de Thalys, naar Parijs willen gaan of meerdere dagen in de lichtstad verblijven. Die kunnen de rondleiding ook meemaken. Zij betalen dan € 7. Leden van vzw Grafzerkje betalen € 5.

In 2005 zijn er trips naar Parijs en Père Lachaise gepland op zaterdag 21 mei, 3 september en 17 september. De begraafplaats van Montmartre kan met mij als gids bezocht worden op zaterdag 28 mei en 4 juni 2005.

Zaterdag 28 mei:

Montmartre. (zie ook bovenstaand artikel) Voor vzw Grafzerkje reserveer ik 25 plaatsen op de voormiddagrondleiding van zaterdag 28 mei 2005, prijs voor leden van vzw Grafzerkje € 25 per persoon. Momenteel zijn er nog slechts enkele plaatsen vrij.
Jacques Buermans

Toekomstige rondleidingen vzw Grafzerkje:

Zaterdag 23 juli: Cecilia Vandervelden zet ditmaal Sint Gilis op haar programma.

Zaterdag 24 september: St.Odiliënberg, St.Odiliënberg en St.Odiliënberg. Bezocht zullen worden de (nieuwe) Natuurbegraafplaats Bergerbos, gastheer is de heer Huub Kluitmans, directeur. Verder bezoeken wij de gemeentelijke begraafplaats " 't Zittard" en het kerkhof rondom de basiliek van St. Wiro, Plechelmus en Odgerus, onder leiding van Guus Rüsing, zo meldt ons Guus Rüsing, Vertegenwoordiger van "vzw Grafzerkje" in Oost-Limburg.

Zaterdag 26 november: Leuven. Ik heb reeds contact met de lokale toeristische dienst.

Betere voorstellen en ideeën zijn altijd welkom.
Jacques Buermans

Maasmechelen:

Ivo Bovend’aerde stuurde volgende foto door met deze informatie. De man die de foto maakte heet Alfons Crijns van Opgrimbie, deelgemeente van Maasmechelen. Hij heeft zo'n 13.000 dia's opgeslagen liggen over allerhande onderwerpen. Af en toe stuurt hij er mij eentje als bijlage bij het één of het ander bericht vanuit mijn geboortedorp Mechelen aan de Maas. Een wortel van de beuk heeft de grafzerk van mijn grootmoeder (+1948) scheef geduwd. Zo maar terloops even.
Ivo Bovend'aerde

Van Bunhill Fields tot Brookwood:

Dit is het eerste deel van een artikel over Londense dodenakkers. Het tweede deel in de volgende Nieuwsbrief.

London telt meer dan 100 begraafplaatsen op zijn grondgebied. De zeven belangrijksten werden reeds eerder besproken. Nu gaan we eens dieper in op een tiental begraafplaatsen, niet de toppers maar toch belangrijke begraafplaatsen.

In de eerste plaats Bunhill Fields. In het centrum van de stad, metro Old Street. Een boekje is te bekomen bij de parkopzichter. De begraafplaats is opengesteld als een park maar indien men de afgesloten gedeelten wil bezoeken dient men eerst een schriftelijke aanvraag te doen bij “Corporation of London, Parks & Gardens Department, West HamPark, Upton Lane, London E7 9PU”. Tussen april en september open tussen 7:30 en 19 uur, tussen oktober en maart tussen 7:30 en 16:00 uur, zaterdagen en zondagen tussen 9:30 en 16:00 uur. De grond behoorde toe aan St Paul's Cathedral. De naam komt van “bonehill”, heuvel met beenderen. Tussen 1685 en 1854 was dit de belangrijkste begraafplaats van de non-conformisten. Hier liggen een aantal afstammelingen van Henry en Richard Cromwell. Susannah Wesley (1669-1742), echtgenote van predikant Samuel Wesley kreeg hier haar laatste rustplaats. Zij was moeder van 19 kinderen. De grafsteen werd op het graf van Joh Wesley geplaatst. Hij ligt begraven in de kapel aan de overzijde van de straat.

Hier eveneens John Bunyan (1628-1688), schrijver en predikant. Het is mogelijk dat de figuur op de graftombe niet die van John Bunyan is maar wel van diens vriend John Strudwick. Bunyan stierf aan longontsteking in het huis van Strudwick en werd in Bunhill Fields begraven. Na de dood van Strudwick in 1695 werden Bunyan's resten naar de graftombe Struckwick verplaatst. De graftombe dateert van 1862. Hier rust ook Daniel Defoe (1660-1731), schrijver van Robinson Crusoe en Moll Flanders. Hij was een zoon van James Foe. Daniel voegde in 1695 de “De” toe daar hij vond dat dit “chiquer” stond. Hij was tevens verkoper van kousen, bier, wijn en laken. Defoe werd bankroet en belandde tweemaal in de gevangenis. Ook zijn echtgenote Mary (d. 1732) ligt hier. Het monument werd opgericht in 1870. Dichter en schilder William Blake (1757-1827) en echtgenote Catherine Sophia Boucher (1762-1831) kregen hier een laatste rustplaats. Ook Blake’s vader en zijn broers Robert en James liggen hier. De juiste begraafplaats is echter onbekend.

Een grote begraafplaats is City of London, metro Manor Park. Een stencil met ligging van de “bekenden” op de begraafplaats is aan de ingang te bekomen. William Haywood ontwierp de ingang en de Anglikaanse kapel. Het landschap van de begraafplaats, uit 1856, was een ontwerp van Robert Davidson. De begraafplaats bezat ook, sinds 1902, het tweede crematorium, een ontwerp van D. J. Ross. Na de bouw van een nieuw crematorium, in 1971, werd het oude heringericht als herdenkingskapel. Hier ligt George Binks (1793- 1872), de uitvinder van de staaldraad. Architect William Haywood (1821- 1894) ligt in een gotisch mausoleum getekend door hemzelf. Hij tekende eveneens het monument voor de herbegravenen van Holborn. Pianiste Gladys Spencer kreeg een aangepast monument. Een enorme kruisafneming, in witte marmer, staat op de graftombe voor David Vigiland.

Saint John Hampstead: een meevaller.

Een begraafplaats die niet op de gewone lijst begraafplaatsen staat is die van St John, in Hampstead, metro Hampstead. In het oudste gedeelte, dichtbij de kerk, treft men de bekendste bewoner van de begraafplaats aan. Landschapsschilder John Constable (1776-1837) ligt hier met zijn echtgenote Maria Elizabeth (1787-1828). Eveneens op het oude gedeelte John Harrison (1693-1776), uitvinder van een tijdopnemer om de lengte op zee te kennen. Het monument in zandsteen werd 100 jaar na zijn dood gerestaureerd door de vereniging voor uurwerkmakers. Een lijkbaar met engelen en doodshoofden siert de laatste rustplaats voor William Hart (d. 1717), zoutzieder en Robert Cary (1681-1751), groothandelaar. Op de uitbreiding van de begraafplaats, aan de overzijde van de straat, ligt Hugh Todd Naylor Gaitskell (1906-1963), een bekend Labourleider. Hier rust eveneens Kay Kendall Harrison (1926-1959), actrice en echtgenote van acteur Rex Harrison. Zij stierf aan leukemie. George Du Maurier (1834- 1896), cartoonist en later schrijver van novellen, ligt onder een Keltisch kruis. In de onmiddellijke nabijheid ligt Gebrald Du Maurier (1873-1934), acteur en theaterdirecteur. Hij was de vader van de bekende schrijfster Diafane Du Maurier.

Hier ligt ook Michael Llewelyn Davies (d. 1921). Hij verdronk op verdachte wijze samen met zijn vriend. Het kon zelfmoord geweest zijn. Davies speelde een der verdwenen jongens in het stuk “Peter Pan” van J. M. Barrie. Barrie werd voogd van de jongen en diens vier broers na het overlijden van de ouders Arthur Llewelyn Davies en Sylvia Du Maurier, die stierven aan kanker op 44 jarige leeftijd. Zij liggen begraven naast haar vader George Du Maurier. St John is ook de begraafplaats voor Edward Harry William Meyerstein (1889-1952), dichter, novelschrijver en biograaf. De bekende filmmaker Bayliss Peter (1910-1973) ligt hier en Herbert Beerbohm Tree (1853-1917). Hij was eerst groothandelaar in graan en werd nadien theateracteur. Hij voegde de naam Tree aan zijn naam toe omdat hij vreesde dat enthousiaste theaterliefhebbers niet Beerbohm zouden roepen. Hij bouwde ook grote theaters zoals “His Majesty’s Theater”.

Niet te verwarren met St John is de begraafplaats Hampstead aan Fortune Green Road. Van het granieten graf voor dichter Arthur Frankau (1849-1904) verdween recent de bronzen vaas met slang en adelaar. Een Egyptische sarcofaag, van de hand van Macdonald is de laatste rustplaats voor James Wilson (1831-1906), ingenieur. Hij werkte 34 jaar voor het Egyptische gouvernement. Een roze granieten stele vindt men bij John Kensit (1853-1902), boekhandelaar. Hij werd met een beitel vermoord na een godsdienstige meeting. Beeldhouwer John Goscombe (1860-1952) plaatste een prachtig bronzen beeldhouwwerk op het graf van zijn echtgenote Marthe John (1863-1923). Later werd de beeldhouwer hier eveneens begraven. Hier ligt ook Mikhael Michaelovitch (1861-1929), Russisch groothertog. Hij werd verbannen na het aangaan van een morganatisch huwelijk met Sophie, gravin van Torry, (1868-1927) die naast hem begraven ligt.

Een eigenaardigheid op deze begraafplaats is dat er een voetgangerszone doorheen het midden van de begraafplaats loopt. Architect en historicus Banister Fletcher (1833- 1899) kreeg een monument getekend door zijn zoon Banister Flight Fletcher. Een engel met gespreide vleugels werd door de Italiaanse restauranthouder Bianchi opgericht voor zijn vrouw, operazangeres Mattie die in het kinderbed stierf. Charles Herbert Barritt (d. 1929) kreeg een kerkorgel op zijn laatste rustplaats. Hier ligt ook Andrew Fisher, de Australische eerste-minister. Arthur Pearson, auteur van boeken over blindheid kreeg een “uitgedoofde toorts” op zijn monument. Het grappige is dat de toorts nu rechtop staat.

Aan Kingston Road ligt de begraafplaats Putney Vale waar we verschillende beroemdheden begraven liggen. Hier ligt voetballegende Bobby Moore (1941-1993), de Amerikaanse filmdirecteur Joseph Losey (1909-1984), acteur en schrijver van detectiveromans Peter Cheney (1896-1951) en schilder Anthony Devas (1911-1958). Enkele mooie engelenfiguren treffen we aan op de laatste rustplaats voor Jessie Burroughs (1846-1907) en voor Caroline Lyons (1869-1924). Elizabeth Stimpson (d. 1898) kreeg dan weer een beeldengroep die “Geloof, Hoop en Naastenliefde” voorstelde. Een Russisch kruis staat op de laatste rustplaats voor Oleg Alexander Kerensky (1905-1984) en zijn vader Alexander Kerensky (1881-1970), een der leiders tijdens de Russische revolutie van 1917. Hij liet de terugkeer uit ballingschap van Lenin en Trotsky toe maar moest later zelf in ballingschap gaan. Karabet Torosyan (1924-1986) kreeg een zwart granieten monument met open boek.

De voorzitter van British Petroleum William (1888-1970) en William Fraser (1916-1976) kregen wapenschilden met een Keltisch kruis. “Génie c'est la patience” staat op de zerk voor Reginald Fraser (d. 1966), uitvinder en wetenschapper. Een naam met een verhaal is sportman Bruce Ismay (1862-1937). Hij erfde een compagnie van stoomschepen en was passagier op zijn schip de Titanic toen die zonk op 14 april 1912. Hij overleefde de ramp en er volgde een onderzoek naar Ismay. Er werd vastgesteld dat hij vrouwen en kinderen in de reddingsboten hielp. Hij moest evenwel ontslag nemen als voorzitter van de White Star Line. Hier ligt eveneens zijn echtgenote Julia Florence Smyth (d. 1963). Putney Vale is eveneens de laatste rustplaats voor Howard Carter (1874-1939), de archeoloog die de graftombe van Toetankamon ontdekte. Henry Dickens (1849-1933), de laatst overledene zoon van de schrijver Charles Dickens ligt hier zoals Jacob Epstein (1880-1959), de Amerikaanse beeldhouwer van onder meer het graf voor Oscar Wilde op het Parijse Père Lachaise.

Twee begraafplaatsen liggen in de omgeving van metrostation East Finchley en zijn vandaar per bus te bereiken. Saint Pancras & Islington wordt gedomineerd door het mausoleum, in Ionische stijl getekend door Darcy Braddell, voor Ludwig Mond (1839-1909), een uit Duitsland afkomstig chemicus en industrialist. Als mecenas schonk hij zijn rijke collectie Italiaanse schilderijen aan de National Gallery. Hier ligt eveneens Harry Gardner (1800- 1851), de fameuze Lyceumclown. Hij deed een fatale parachutesprong. William French (d. 1896), verdronk terwijl hij een hond van de verdrinkingsdood wilde redden. Het monument werd opgericht ten voordele “van alle slachtoffers van gedumpte dieren”. Cora Crippen (d. 1910), actrice en echtgenote van dokter Crippen kreeg hier haar laatste rustplaats. Zij werd door haar echtgenoot vermoord. Letizia Melesi kreeg in 1914 de twijfelachtige eer als eerste te sterven in een auto-ongeval.

Op St Marylebone ligt Peter Russell (1816- 1905), Australisch ingenieur. Het monument is van de hand van Edgar Mac Kennal. Hier is ook het monument voor Louis Alexander Mouflet, zijn echtgenote Nancy en hun kinderen Alex Henry, 7 jaar, en Annie Ethel, 4 jaar en de zuster van Nancy: Phyllis Sarah Flatman die allen omkwamen bij het ongeval met het stoomschip prinses Alice op de Theems op 3 september 1878. Bij de aanvaring met de Bywell Castle kwamen 600 mensen om. (1867-1928), danser, musicus, componist en artiest kreeg een monument in witte marmer met opschrift “Le plus petit et le plus grand comique”. Hij was slechts 120 cm groot. Een Griekse sarcofaag in rode graniet, afgekeken van het graf van Napoleon, is het graf voor Thomas Skarratt Hall (d. 1903), kolonist. Een modern kunstwerk siert de laatste rustplaats voor Duncan Munro Mac Donald (1889-1949), kunstkenner. Harry Ripley (1864- 1914), ligt onder een brons van William Reid Dick, die onder meer de leeuwen boven de Ieperse Menenpoort maakte. Hier liggen ook Kopernik Joseph Stokowski (1862-1924) en Leopold Stokowski (1882-1977), dirigent.
Jacques Buermans

Wie kruipt er in zijn pen?:

Ik geraak zo stilaan doorheen mijn artikels over begraafplaatsen. Daarnaast wil ik ook dat de Nieuwsbrief zoveel mogelijk bijdragen van zo veel mogelijk verschillende personen bevat. Daarom een oproep aan iedereen die ooit in het buitenland een of meer belangrijke dodenakkers bezocht, daar wat foto’s over bezit en er een artikel wil over plegen. Natuurlijk zijn ook andere bijdragen van uw hand, liefst in de funeraire sfeer of anders toch dingen waar je persoonlijk bij betrokken bent, meer dan welkom.
Jacques Buermans

Open deur op Schoonselhof:

Dinsdag 15 maart 2005. Een rondleiding op de begraafplaats Schoonselhof loopt op haar einde. Een aantal dames vindt het na 2 uur 30 welletjes maar enkele “die hards” willen nog langs de Joodse afdeling van de begraafplaats. Zoals het een goed gids betaamt ga ik mee om de dames informatie te verstrekken. Op onze terugweg vallen de grote grafmonumenten van perk H op. Ik verstrek nog wat info en besluit de dames met mijn nieuwste aanwinst: de grafkapel Nicolopulo te tonen. Tot mijn grote verbazing is de bronzen deur gestolen.

Woensdagmorgen eerst eens langs de technische mensen van de begraafplaats getrokken om er zeker van te zijn dat de deur niet door hen in het depot gedeponeerd was. Toen dit, wat ik wel verwachtte, niet het geval bleek te zijn naar de politie van Wilrijk getrokken om aangifte te doen. Wilrijk omdat men mij op de begraafplaats vertelde dat agenten van die brigade eerder van de week een Christusbeeld hadden binnengebracht dat ze ontdekten in een nabijgelegen zigeunerkamp. De agenten zouden wel eens gaan kijken in dat kamp wisten ze mij nog te melden. Reeds de dag daarop kon ik mijn artikel in de Gazet van Antwerpen lezen. Reacties bleven uit.

Het is toch godgeklaagd. Zeker omdat de deur reeds van 25 december 1944, u leest goed, uit zijn hengsels werd gelicht door een bominslag in de nabijheid van de grafkapel. Meer dan 60 jaar stond ze los in de kapel. Eind vorig jaar besloot ik de kapel in orde te brengen. Samen met enkele vrijwilligers werden de struiken, die ervoor zorgden dat de boordstenen scheef stonden, reeds verwijderd. De grafkapel werd opgevoegd en de bronzen deur werd rechtgeklopt. Door de bominslag stond ze krom. Er moesten nog wel laswerken gebeuren om de deur te verstevigen en het slot moest teruggeplaatst worden.

Wie doet nu zo iets? De schuldigen zijn, maar te bewijzen valt dat niet, te zoeken in personen die werkzaam zijn voor privé-firma’s op de dodenakker. Je moet met minstens drie volwassen personen zijn en in het bezit van een oplegger om de deur te stelen. Toch jammer.
Jacques Buermans

Erika Raven is een bezige bij:

Erika Raven, lid van onze vzw Grafzerkje, is op verschillende fronten actief. Als schrijfster kwam ze de laatste tijd nog in het nieuws met haar boek “Het kreng”. Daarnaast is ze bekend als striptekenares, maakte ze cartoons, schildert ze en maakt Erika gedichten. Te veel om op te noemen. Daarom kunt u zelf eens rustig een kijkje nemen op haar website www.studioraven.com. Maar Erika Raven is onze vereniging genegen en wanneer u haar site opent “Nederlands” aanklikt, en dan onder “Projecten 2005” op “overzicht creatieve plannen” aanklikt komt u terecht in al wat deze dame in 2005 zoekt te verwezenlijken. Een van deze dingen is een thriller rond dodenakkers. Inspiratiebron, jawel: vzw Grafzerkje. En indien je op de foto klikt krijg je de flyer van onze vereniging te zien.

Erika Raven hartelijk dank en nu reeds succes toegewenst niet alleen met die thriller maar ook met al het creatieve dat je mag verwezenlijken. Dus allen naar de website www.studioraven.com.

Testament van een kok:

Volgend artikel van de hand van Eugeen Decamps kreeg ik van een “culinair fanaat”. Ik publiceer het onder noemer: “indien het niet klopt is het toch goed gevonden”.

November, dodenmaand. Tijd om een bezoek te brengen aan het kerkhof. Een van de meeste vermaarde kerkhoven van West Europa is Père Lachaise in Parijs. Daar liggen honderden beroemde vrouwen en mannen. Naast Molière, Balzac, Proust, Oscar Wilde, Victor Hugo (klopt niet ligt in het Pantheon, J.B.) en Colette rusten Chopin, Charpentier, Bizet en Edith Piaf. Bezoekers aan het kerkhof krijgen een plannetje met namen en zerknummers, zodat ze zonder moeite de grafstenen van de luisterrijke personen kunnen vinden. Maar Felix Durijot staat niet op de naamlijst vermeld. Dat is beschamend.

Wie was Durijot? Een 19de eeuwse meesterkok die in Parijs veel geld had verdiend en bovendien door beursverrichtingen een lekker fortuin had vergaard. Toen de man in 1883 stierf, bleek hij een hoogst ongewoon testament te hebben geschreven. Zijn erfgenamen dienden namelijk een grafmonument op te richten voorzien van een manshoge marmeren zuil. Op die zuil moest een bronzen lijst worden aangebracht en in die lijst zou, achter een beschermend roosterwerk, elke dag opnieuw, een papier worden opgehangen met een handgeschreven keukenrecept. Chef Durijot had zijn notaris 365 verschillenden recepten toevertrouwd, zorgvuldig gerangschikt volgens de seizoenen en de aanvoermogelijkheden van de ingrediënten. “Ik hoop”, had de overledene in zijn testament geschreven, “dat door het dagelijks uitstallen van een goed recept mijn vrienden en oud-restaurantklanten een jaar lang mijn graf zullen bezoeken”.

De bizarre wens van Felix Durijot werd nooit volbracht. Er kwam wel een zerk met een marmeren zuil en een bronzen lijst, maar de commissaris van het kerkhof verbood formeel “de graftombe dagelijks met een stuk papier te ontsieren”. Dat vonden de erfgenamen doodjammer, want volgens een clausule in het testament, diende bij niet-uitvoering van de opdracht, het fortuin te worden geschonken aan het armenbestuur van Parijs.

Zoals gezegd, de naam van de beroemde kok staat niet vermeld op de plattegrond van Père Lachaise. Wellicht is de zerk allang verwijderd, want eerlijk gezegd, een grafsteen zonder recepten is maar niks.
Jacques Buermans

Nog plaatsen beschikbaar:

Bij het ter perse gaan vernam ik van Rindert Brouwer dat er nog plaatsen beschikbaar zijn voor deze reis die doorgaat van zaterdag 27 augustus t/m zaterdag 3 september 2005. Inlichtingen: Rindert Brouwer & Jeannette Goudsmit, tel. 040-2121791, e-mail: terre.aarde@planet.nl Inschrijvingen: Eskoo Reizen, tel. 0416-282514, fax 0416-696442, e-mail: info@eskooreizen.nl

Prijs voor een tweepersoonskamer: 749 euro, per persoon. Toeslag voor een eenpersoonskamer: 149 euro. Inclusief: vervoer, hotels en ontbijt, twee diners, reisgids, inkomgelden en een sightseeingtour door Wenen onder leiding van een gids. Exclusief: alle overige maaltijden en dranken, reis- en annulatieverzekering. De reisgids wordt bij aanvang van de reis overhandigd. Wie de gids eerder wil dient 5 euro extra verzendkosten te betalen.
Rindert Brouwer

Boeken op komst:

Een aantal van onze leden zijn enorm actief op gebied van publicatie van boeken. Elders kunt u lezen wat de plannen zijn van Erika Raven. Maar er is meer.

Ik zal heel klein beginnen met te vertellen dat er een derde herdruk komt van “Wandelen van Sconsele tot Schoonselhof”, het handige boekje met drie wandelingen op de begraafplaats dat ik samen met Walter De Backer samenstelde. In dat kader kan ik ook meegeven dat de wandelingen ter plaatse zullen bewegwijzerd worden wat de duidelijkheid zeker te goede gaat komen. Ook is de tekst geüpdatet met de laatst overledenen. Kandidaten om in deze herdruk te komen zullen zich moeten haasten om het tijdelijke voor het eeuwige te ruilen (grapje). Bij het ter perse gaan is nog niet geweten of het wandelbokje gratis verspreidt gaat worden of men er een, miniem, bedrag voor gaat vragen.

Hetgeen volgt is van een iets groter formaat. “Geschiedenis van de dood - Rituelen en gewoonten in Europa” van de hand van ons lid dokter Lucien De Cock behelst namelijk twee delen.

Tot slot kon Rudy Witse, bij vzw Grafzerkje bekend onder de naam Willem Houbrechts, niet achterwege bleven. Bij uitgeverij Pandora verschijnt “Père Lachaise - Schoonselhof: een confrontatie”, gedichten over deze twee begraafplaatsen.

Omdat ik in het verleden al eens een ingewikkelde situatie meemaakte met de bestelling van boeken en omdat ik hoop dat er misschien toch nog een korting kan aangeboden worden aan leden van de vzw Grafzerkje vraag ik nu al dat geïnteresseerden zich kenbaar maken. Dan heb ik al een idee van het aantal exemplaren dat dient besteld te worden en kan ik, na nog eens bij de uitgave van het boekwerk een oproep gedaan te hebben, die in éénmaal bestellen. Ook voor het boek van Anne Mie Havermans mogen geïnteresseerden zich reeds opgeven.
Jacques Buermans

Asce:

Met trots kunnen we melden dat vzw Grafzerkje als eerste Belgische vereniging aangesloten is bij Asce, the Association of Significant Cemeteries in Europe. Meer informatie over Asce kunt u vinden in het artikel van de hand van Rudy D’Hooghe elders in deze Nieuwsbrief. Het was na een tip van Rindert Brouwer van de Nederlandse Terebinth en na wat vertaalwerk van onze penningmeester Edgard Nelissen dat we, op 21 februari, het nieuws ontvingen dat we, als funeraire vereniging, aangesloten waren bij Asce.

Indien u www.significantcemeteries.net aanklikt en daarna op “members” klikt kunt u wanneer u op de kaart van Europa op de grootstad “Hoboken” aanklikt de gegevens van onze vzw aantreffen. Een ander mogelijkheid is ook om de lijst “members” te raadplegen. De stad Gent is ook aangesloten, als begraafplaats dan, maar momenteel zijn de gegevens daarover nog niet op te vragen op de website.

Amsterdam in het najaar:

Ik zoek namelijk voor vzw Grafzerkje, normaliter begin oktober, een driedaagse trip naar Amsterdam te organiseren. Ik laat, zoals ik ooit deed met de trip naar Londen, de mensen vrij om een slaapgelegenheid uit te kiezen alsook de wijze waarop ze naar Amsterdam komen. Ik wil ook dat de mensen voldoende vrije tijd hebben om andere dingen te doen. Daarom zoek ik één begraafplaats per dag te bezoeken.

Vrijdagmiddag 14 uur: Beth Haim te Ouderkerk aan de Amstel.

Zaterdag 10.30 uur: begraafplaats Zorgvlied

Zondag 10.30 uur: Nieuwe Oosterbegraafplaats

De laatste twee bezoeken kunnen ook omgewisseld worden.

De mogelijkheid om slechts aan één of twee bezoeken deel te nemen bestaat ook. Er zal gevraagd worden aan de Terebinth om het programma in hun periodiek op te nemen zodat eventueel Nederlandse geïnteresseerden ook kunnen deelnemen. In principe zouden ook de tarieven die we hanteren voor de gewone rondleidingen, € 5 voor leden van vzw Grafzerkje en € 7 voor niet-leden, gehandhaafd worden. Indien we geen funeraire gidsen vinden is ons lid Wim Vlaanderen, die zijn sporen op funerair gebied reeds meer dan verdiende, bereid om ons rond te leiden.

Leden die al willen deelnemen kunnen zich nu al, zonder enige verplichting, opgeven. Ik som de mogelijkheden voor wat de data betreft even op: 30 september, 1 en 2 oktober; ofwel 7, 8 en 9 oktober ofwel 14, 15 en 16 oktober. Dus indien een van volgende data niet past geef dat dan ook op zodat we zoveel mogelijk kandidaten kunnen tevreden stellen. Tegen de volgende Nieuwsbrief zoek ik toch zeker al de data vast te leggen.”

Voor alle informatie slechts één adres:
Jacques Buermans,
Frieslandstraat 4 / bus 6, 2660 Hoboken
Tel. / Antwoordapparaat / Fax: 03 / 829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/8291603) - GSM: 0494 / 47 37 46
E-mail: jacques.buermans@scarlet.be
Websites:
www.grafzerkje.be - voor al uw informatie over vzw Grafzerkje
www.schoonselhof.be - voor al uw informatie over de begraafplaats Schoonselhof
www.antwerpsebegraafplaatsen.be - voor al uw informatie over Antwerpse begraafplaatsen
------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------