NIEUWSBRIEF NR. 14 - NOVEMBER 2003

------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------
Westhoek:

Alweer een datum die we in gouden letters in onze Grafzerkjesagenda mogen vermelden. Niet alleen was de weermaker ons gunstig gezind maar met een gids als Dominiek Dendooven kon de dag niet meer stuk. Dominiek was op de hoogte van de materie die hij ons voorschotelde en kon, wegens zijn kennis, vlot inspelen op de door de talrijk opgekomen Grafzerkjes gestelde vragen. Gestart werd aan de Menenpoort. Willy Cornelissens, die mij zeer goed verving, mocht 39 Grafzerkjes begroeten. Belangrijk was dat we 18 “nieuwelingen” mochten verwelkomen en dat de Nederlandse inbreng tot drie personen werd uitgebreid. Vandaar ging het naar Bedford House Cemetery, een vrij grote Britse begraafplaats gegroeid rond een verbandpost die gevestigd was in het kasteeltje waarvan de ruïnes nog te zien zijn. Hier besprak Dominiek de aanleg van de Britse begraafplaatsen, de Britse grafsteen, de Stone of Remembrance en de Cross of Sacrifice. Vandaar ging het naar de gemeentelijke begraafplaats van Ieper die tijdens de Eerste Wereldoorlog nauwelijks werd beschoten. Dominiek wees ons op de afgeknotte boom van de hand van beeldhouwer Thoris, een lokale vondst. Verder een feniks die uit zijn as verrijst van de hand van Lucien Degeus op het graf van Marc Delfosse en het graf voor prins Maurice von Battenberg, afstammeling van de Britste koningin-moeder.

Langs de Franse militaire begraafplaats Saint-Charles-de-Potyze ging het naar Zonnebeke. Daar ontdekten we de crypte met de kisten van oud-strijders van 1914-1918 en een oud-strijder van 1830. De kisten liggen bloot, wat normaal gezien onwettelijk is. Hilde Viaene, vrijwilligster in Guatemala en aldaar overleden, kreeg een origineel grafmonument. Werner Lagae, beeldhouwer en directeur van de Kunstacademie van Tielt kreeg een monument, gemaakt door een Brugs kunstenaar, uit resten van een oud en vervallen graf waarvan de concessie was verstreken.

Dan kwamen we aan de Britse kers op de taart: Tyne Cot Cemetery. De begraafplaats werd door de Engelse architect Baker aangelegd op de plaats waar tijdens de oorlog een kleine schuur stond. Dat is nog te zien aan het dak van de poort. “Cot” is een afkorting van “cottage”, het Engelse woord voor schuur en de Tyne is een rivier in Noord-Engeland. De grootste Britse begraafplaats bevat 11.856 graven. Duitse bunkers werden in het ontwerp geïntegreerd. Hier kregen ook enkele Duitse soldaten hun laatste rustplaats. Men wou hierbij aantonen dat in de dood iedereen gelijk is zonder onderscheid van ras, geloof of afkomst.

We hielden even halt bij het monument van "Le Canadien", opgericht ter nagedachtenis van de 3.000 doden van de eerste Canadese Divisie die vielen tijdens de tegenaanvallen na de Duitse gasaanval van 22 april 1915. Het monument is van F.C. Clemeshaw. We reden langs het monument voor de Franse aas Georges Guynemer. Deze Franse kapitein jachtpiloot verdween spoorloos na een vlucht boven Poelkapelle op 11 september 1917. Hij behoorde tot het Escadrille des Cigognes (het eskadron der ooievaars), wat duidelijk te zien is aan het bovenste deel van het monument.

Houthulst is het Belgisch militair kerkhof met 1.855 graven van soldaten die praktisch allen sneuvelden in het bevrijdingsoffensief van 28 en 29 september 1918 bij de herovering van het bos van Houthulst. Op 21 oktober 1914 viel het bos van Houthulst ondanks hevige weerstand van de Belgen, de Franse cavalerie en territoriale troepen in handen van de Duitsers. De Belgische soldaten liggen onder eenvormige arduinen monumenten, in de volksmond “kleerkastmodel” genaamd naar de zwaarte van het monument. Achteraan liggen de graven van 81 Italiaanse krijgsgevangen die omkwamen in de Duitse werkkampen van de streek. In de onmiddellijke omgeving is het Houthulstbos waar de ontmijningsdienst dagelijks oude springstof opruimt.

Een laatste halte werd gehouden aan het Deutsche Soldatenfriedhof in Langemark. Deze Duitse oorlogsbegraafplaats met 44.294 graven is een ontwerp van Tischler. Een massagraf wordt bewaakt door vier indrukwekkende soldatenfiguren. Het werk is van professor Emil Krieger uit München en moest oproepen tot bezinning. Op het Langemarkse Friedhof bevindt zich ook nog een studentenkerkhof waar 3.000 studenten-vrijwilligers begraven liggen die in oktober 1914 bij de stormloop op Langemark sneuvelden. De begraafplaats is ontstaan uit een Britse begraafplaats. Het poortgebouw werd opgetrokken in rode zandsteen van de Weser en was bedoeld om de overgang te maken van het dagelijkse leven naar de begraafplaats. De namen van de geïdentificeerde gesneuvelden staan gebeiteld in eikenhouten panelen, die de muren bekleden van de ruimte, rechts bij de ingang. De bunkers, rechts, waren vroeger klaproosvelden. Hier staan de namen van de verenigingen die, zowel financieel als manueel, de begraafplaats hielpen aanleggen. Na de Eerste Wereldoorlog bevonden de Duitse soldatengraven zich in heel wat Belgische gemeenten. Kort na de oorlog werden deze graven bijeengebracht op 184 Duitse begraafplaatsen, het merendeel in de Ieperse frontstreek. Op het grondgebied van Langemark alleen al waren er 17 Duitse begraafplaatsen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de Duitse gesneuvelden samengevoegd op vier begraafplaatsen: Menen, Hooglede, Langemark en Vladslo.

Vandaar reden we nog langs Essex Farm Cemetery. Iets na 18 uur eindigde onze tocht vlakbij Grote Markt van Ieper. Woorden van lof voor Dominiek Dendooven waren legio. En niet ten onrechte want iedereen was het erover eens dat ze dankzij hem toch veel informatie hadden opgestoken. Bewijs daarvan de vele mails die ik na onze tocht van tevreden Grafzerkjes mocht ontvangen. Een groot deel van onze groep begaf zich om 20 uur nogmaals naar de Menenpoort om de Last Post bij te wonen.

Boeken over militaire begraafplaatsen van W.O. I:

DE IJZERTOREN: Krachtpatserij of bedevaartsoord, Jan Mortier - DE WESTHOEK EN "DE GROOTE OORLOG": restanten, toeristen en de officiële erkenning, Anne-Marie Delepiere & Martine Huys, Monumenten en Landschappen Nr: 14-4 juli-augustus 1995, ISSN 0770 4948.

VELDEN VAN WELEER, Chrisje & Kees Brants, uitgeverij Nygh & van Ditmar en Dedalus 1996. ISBN 90 388 0274 9.

ZIJ, DIE VIELEN ALS HELDEN (2 delen), Mariette Jacobs, Uitgave provincie West Vlaanderen 1995, D 1992 0248 2.

PRO MEMORIE, MONUMENTEN VOOR DE GROTE OORLOG, Uitgave Ons Heem 1998 nr 4, ISSN 1370 6489.

DEN GROOTEN OORLOG IN DE WESTHOEK, waarin de militaire begraafplaatsen van Lyssenhoek, Langemark, Vladslo, Houthulst en Potyze aan bod komen. Te bestellen bij Westtoer te Brugge, tel. 050/30 55 00. Tip van Philippe Theys.

DE MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN VAN W.O. I IN VLAANDEREN,

deel 1 = Ieper, Sint-Jan, Zillebeke
deel 2 = Boezinge, Brielen, Dikkebus, Elverdinge, Vlamertinge, Voormezele
deel 3 = Groot Poperinge en Noord Frankrijk
deel 4 = Heuvelland, Metsen, Ploegsteerd, Warneton
deel 5 = Belgische en Duitse begraafplaatsen in Vlaanderen
deel 6 = Langemark, Passendale

Te verkrijgen bij Uitgeverij De Krijger, Dorpsstraat 144 te 9240 Erpe-Mere, tel. 053/80 84 49. E-mail: de.krijger@proximedia.be. Tip van Philippe Theys.

Toekomstige rondleidingen:

Zaterdag 27 maart 2004: 10:30 uur bezoek aan de oude begraafplaats van Kortrijk, onder leiding van Camiel Vanackere, ondervoorzitter van de Westvlaamse Gidsenkring Kortrijk-Menen. Indien genoeg belangstelling zal er om 14:30 uur een tweede rondleiding volgen.

Zaterdag 22 mei 2004: Père Lachaise. Zie apart artikel.

Het verdere verloop van het programma staat nog niet helemaal vast. Dit hangt in de eerste af van enkele, nu nog niet gekende, data. Ook heeft het te maken met het feit dat gidsen zich soms geen volledig, of zelfs langer, jaar op voorhand kunnen vastpinnen. Waar ik, in principe, niet van afstap zijn de data:

Zaterdag 24 juli: twee Brusselse begraafplaatsen denkelijk Sint Gilis en Elsene.

Zaterdag 25 september: de begraafplaats van Rijsel, Lille. In de namiddag bezoeken we de tentoonstelling aldaar van André Chabot en Jacky Legge.

Zaterdag 27 november: één rondleiding.

Onderlinge wijzigingen zijn steeds mogelijk daar momenteel nog niet geweten is wanneer de tentoonstelling in Rijsel, Lille, plaatsvindt.

Wie maakt website compleet?

Grafzerkje Willy Cornelissens zorgde ervoor dat er reeds meer dan 200 grafmonumenten op de site www.schoonselhof.be staan. Hij zoekt daarbij naar eenvormigheid: foto van de “overledene” met geboorteplaats en -datum en overlijdensplaats en -datum, tekst over de persoon en een afbeelding van het grafmonument.

Willy is nog op zoek naar foto’s van volgende personen:

Louis Dousselaere, geboren Brugge 22/4/1865, overleden Antwerpen 17/8/1905. Louis Dousselaere was begiftiger van het bureau van weldadigheid.

Isidore Eyerman, geboren Harelbeke 23/6/1826, overleden Antwerpen 27/11/1890. Isidore Eyerman was hypotheekbewaarder en ouderdomsdeken van het Grootoosten van België.

Hermanus Pierre-Pellens, geboren Antwerpen 14/7/1874, overleden 3/11/1941. Hij was de broer van de beeldhouwer Arthur Pierre die zijn grafmonument maakte.

Guillaume Pierre, geboren Antwerpen 16/11/1824, overleden 14/10/1897. Hij was de vader van beeldhouwer Arthur Pierre.

Marie De Duve, geboren Antwerpen 13/9/1865, overleden 25/1/1957. Zij was de echtgenote van componist Emile Wambach en was schilderes van landschappen, marines en stillevens.

Jos Posson, geboren Antwerpen 17/10/1912, overleden Antwerpen 7/7/1986. Hij was volksvertegenwoordiger en schepen van de stad Antwerpen.

De laatste Nieuwsbrief?

Wat wijzigt er in 2004?

Voor InternetGrafzerkjes niets. Zij krijgen nog steeds hun Nieuwsbrief toegestuurd. Mensen in het bezit van internet kunnen ook nog altijd op de site www.schoonselhof.be terecht om, onder Grafzerkje, een selectie van alle reeds gepubliceerde Nieuwsbrieven op te vragen, geïllustreerd met talrijke foto’s.

Enkel de gedrukte, gefotokopieerde, Nieuwsbrief wordt niet meer gratis aangeboden. Geïnteresseerden kunnen een “abonnement”, zes nummers aangaan. Zij betalen dan voor 2004 € 16, € 23 voor verzending naar Nederland. De Boey Leo & Van de Perre Gerda waren de eersten om een aanbetaling te doen. Daarmee verzekeren zij zich van hun Nieuwsbrief tot eind 2004. Losse nummers zijn verkrijgbaar aan € 3 per stuk. Daarvoor wordt de Nieuwsbrief thuis bezorgd. Grafzerkjes die hun Nieuwsbrief in ontvangst nemen bij de aanvang van een rondleiding, zodat ik Tante Pos niet wakker dien te maken of mijn dure benzine slikkende wagen niet van stal dien te halen, krijgen € 1 in mindering. Dit geldt ook voor zij die een abonnement aangingen. Grafzerkjes die na eind januari Nieuwsbrieven willen ontvangen betalen het veelvoud van € 3 voor het aantal resterende nummers. Betalingen kunnen tijdens de rondleiding van heden in Mechelen of bij de rondleiding in januari in Mariakerke. Mensen mogen ook altijd storten op mijn rekening 001-0874786-19, in Zwitserland (grapje).

Reden: het kopiëren geschiedt nu nog door bereidwillige zielen uit mijn ex-werkkring maar de druk wordt daar alsmaar hoger en afdrukken wordt steeds moeilijker. Voor papier heb ik reeds enkele malen een “gift” gekregen van enkele Grafzerkjes, waarvoor mijn dank. Het printen van de kleurenfoto’s slaat door op de balans. Nu is het zo dat ik de helft aanrekende aan Grafzerkjes en de andere helft zelf betaalde. Maar het gaat, volgens mij, niet op dat Grafzerkjes die aan rondleidingen deelnemen betalen voor die Nieuwsbrieven. De geïnde gelden voor de rondleidingen dienen, zo vind ik toch, voor de rondleidingen. De geïnde gelden voor de Nieuwsbrieven zullen gebezigd worden voor de kosten aan printers, eventueel papier en misschien in de toekomst het volledig zelf kopiëren van de Nieuwsbrieven. Ik vind dit een veel eerlijker regeling.

Voor de goede orde. Volgende Grafzerkjes hebben de laatste Nieuwsbrief gekregen, indien ze geen betaling doen, of wat zeker ook mogelijk is, mij een mailadres bezorgen waar ik de Nieuwsbrief én tips naartoe kan mailen: Baplu Lieve, Beuls Renée, Bracke Bert, De Hert Lutgarde & Vermeir Eric, De Mol Gilbert, Driessens Jean Emile, Goelen Mathilde, Houbrechts Frieda, Huybrechts Lieve & Desmedt Marcel, Peeters Walter, Preaux Hugo, Simons, Van Deun Louis, Van Dyck Louis en Wagemans Evelyne.

Een Schotse meevaller:

Greyfriars begraafplaats met geschiedenis.

Eens een weekeindje Edinburgh meegepikt. Een bezoek gebracht aan het kasteel, genoten van de taptoe en de daarbijhorende culturele activiteiten en niet naar de Schotse hoofdstad getrokken om de funeraire kant van Edinburgh te bezoeken. Maar op mijn tocht door de stad kwam ik toch enkele interessante begraafplaatsen tegen.

Vlakbij Princess Street ligt
St Cuthbert's. Geen documentatie te bekomen en daarom nogal moeilijk om de daar ter aarde bestelde belangrijke figuren te ontdekken. Hier ligt, ondermeer, John Napier (1550-1617), de uitvinder van de logaritmes. Een Keltisch kruis siert de laatste rustplaats voor Alexander Nasmyth (1758-1840), landschaps- en portretschilder en ingenieur van stoomschepen. Verder treffen we hier de schrijvers Susan Ferrier (1782-1854) en Thomas de Quincey (1785-1859) aan. Enkele imposante graftombes op de laatste rustplaats voor David Dickson (+ 1842) en advocaat Robert Jameson. Hier ligt ook George Kemp (1795-1844), de architect van ondermeer het Scottmonument aan de nabijgelegen Princess Street.

Iets buiten het centrum ligt
Dean Cemetery. Hier treft men de tombes voor Hector Mac Donald (1813-1903) en James Steelbar (1830-1904) aan. De bekendste bewoners zijn zeker de gebroeders Patrick en James Nasmyth. Patrick Nasmyth (1787-1831) was landschapsschilder en James Nasmyth (1808-1890) een ingenieur die een stoommachine ontwikkelde.

Aan Candlemaker Row, dichtbij de ingang tot het kasteel, ligt
Greyfriars Churchyard. Een beknopt en handig gidsje is aan de ingang te koop. De naam komt van het klooster der Franciscanen dat hier, tot in 1558, stond. De begraafplaats was het toneel van belangrijke gebeurtenissen uit de Schotse geschiedenis. In de kerk werd, in 1638, de “National Convenant” getekend. Na de slag bij Bothwell Bridge, in 1679, werden 1200 Convenanters gevangen genomen. Ze werden op de begraafplaats maandenlang gevangen gehouden in een openlucht concentratiekamp.

De zuidzijde van de begraafplaats wordt nu nog steeds “Convenanters’ Prison” genoemd. De eerste die hier, in 1606, werd begraven John Jackson. De oostelijke en de westelijke muur bevatten een aantal monumenten uit het begin van de 17de eeuw. Onder het monument voor de martelaars liggen een honderdtal overledenen van de oorlog tegen de Convenanters. We treffen hier ook een aantal prachtige mausolea aan. Een mausoleum uit 1684 siert de laatste rustplaats voor de, in 1681 overleden John Bayne of Pitcarlie. William Adam (1689-1748), architect, brouwer en ondernemer kreeg een mausoleum voor de familie opgericht door zijn zoon in 1753. George Mackenzie of Rosehaugh (+ 1691), een rechter kreeg een mausoleum van de hand van James Smith.

Daarnaast zijn er nog prachtige graftombes te ontdekken. Een bloemlezing. George Watson (+ 1723), handelaar. Het familiegraf voor Elisabeth Paton (+ 1676). Monument, opgericht door zijn dochter in 1726, voor William Carstares (+ 1715), predikant. Hugh Cunnigham of Craigend (+ 1705), troonopvolger ten tijde van Queen Anne.

Arts en anatomieleraar James Bortwick of Stow (+ 1676) kreeg een merkwaardig monument met skeletten. Op de laatste rustplaats voor Allan Ramsay (1685-1758), theatereigenaar, dichter en schrijver van “The Gentle Shepherd” vinden we volgend epitaaf “Tho' here you're buried, worthly Allan, We'll ne'er forget you, canty Callan, For while your Soul lives in the sky, Your Gentle Shepherd ne'er can die”. Op Greyfriars ligt ook historicus en dichter George Buchanan (1506-1582).

Een geliefde hond:

Het meest bezochte graf is dit voor politieman John Gray (1813-1858). Niet omdat Gray zo’n beroemd iemand was maar omwille van zijn hond. De terriër hield 14 jaar de wacht bij het graf van zijn meester. Burgemeester William Chambers redde de hond van de dood door de hondenpenning te betalen en hem een halsband te geven. Toen Bobby, in 1872, stierf werd hij naast zijn meester John Gray begraven. Barones Burdett-Coutts was zo getroffen door het verhaal van “The Greyfriars Bobby” dat zij in de onmiddellijke omgeving van de begraafplaatseen een bronzen beeld bij een drankfontein liet oprichten.

Meer over de hierboven besproken begraafplaatsen in volgende publicaties:

WHO LIES WHERE, a Guide to Famous Graves, Michael Kerrigan, Fourth Estate London 1995, 1 85702 258 0.

GREYFRIARS KIRKYARD EDINBURGH, The Society of Friends of the Kirk of the Greyfriars Kirkyard Trust 1996.

Noord Duitsland & Denemarken en verder:

Tussen zaterdag 3 en zaterdag 10 juli 2004 en tussen zaterdag 4 september en zaterdag 11 september 2004, worden er twee achtdaagse reizen georganiseerd door Jeannette Goudsmit en Rindert Brouwer, vele Grafzerkjes mochten hen reeds ontmoeten. De prijs, echt een meevaller, is ook reeds bekend: € 847,50, toeslag voor een éénpersoonskamer € 157,5. Er zijn reeds een groot aantal liefhebbers die een optie namen op deze reis. Grafzerkjes die nog een optie willen nemen op deze funeraire trip of die nog informatie wensen, voor zover reeds beschikbaar, kunnen altijd terecht bij Rindert Brouwer & Jeannette Goudsmit, St Ewaldstraat 4, 5643 RA Eindhoven, Nederland, telefoon 00/31/40/21 21 791, fax: idem. E-mail: terre.aarde@planet.nl. Bij het ter perse gaan van deze Nieuwsbrief waren 22 personen ingeschreven voor de eerste trip en 10 voor de tweede, dus er is nog plaats.

Het programma is enigszins “omgeturnd”. Dag 1: Riensberger Friedhof te Bremen en het Sankt Jürgen Friedhof te Husum, diner en overnacchting. Dag 2: Amrum met een boottocht en het Friedhof der Namenlosen en het Sankt Clemensfriedhof, een walvis- en zeevaardersbegraafplaats. Lunden het Geslechterfriedhof der Ditmarchen Bauernrepubliek. In Friedrichstadt hebben we de keuze uit het Remonstranten-, Mennoniten- of Jüdischer Friedhof. Overnachting in Husum. Dag 3: Schleswig de Sankt Petridom, graf Frederik I, en een wandeling naar het vissersdorp Holm. In het Deense Odense bezoek aan de Sankt Knudskirche. In Roskilde brengen we de nodige eer aan de Deense koningen in het mausoleum van de Domkirche. Overnachting in Kopenhagen en bezoek aan pretpark Tivoli. Dag 4: Christianskirche, crypte, Assistens Kirkegard, graf Andersen en Kierkegard, en de Vestre Kirkegard. Overnachting in Kopenhagen. Dag 5: per boot naar Puttgarden. In Lübeck bezoeken we het Ehrenfriedhof en het Burgtorfriedhof. Overnachting in Hamburg en diner. Dag 6: Ohlsdorf, de grootste West-Europese begraafplaats en de joodse begraafplaats aan de Ilandkoppel. Dag 7: Sankt Michaeliskirche, Ottenser Friedhof en de Joodse begraafplaats. De namiddag is men vrij. Men kan het friedhof Ojendorf gaan bezoeken. Afscheidsdiner. Dag 8: Bremen, bezoek aan de Sankt Petridom en Bleikeller, waar de mummies op ons liggen te wachten. Op www.eskooreizen.nl staat een verhaal met foto's over deze funeraire reis.

Jeannette Goudsmit en Rindert Brouwer zien reeds verder in de toekomst. Om jullie reeds nu te doen watertanden, maar ook om daar reeds rekening mee te houden. In 2005 komt een herhaling, slechts één reis wordt gepland, van de Duitsland & Oostenrijkreis met als hoofdschotels Wenen en Salzburg. In 2006 staan er, misschien twee maal, reizen naar Engeland met als “top of the bill” Londen op het programma. In 2007 wordt de Duitsland & Tsjechiëreis, met “dooddoener” Praag, nog eenmaal herhaald. Al deze reizen worden door Jeannette Goudsmit en Rindert Brouwer georganiseerd onder auspiciën van De Terebinth.

Jane Avril door Rudy Witse:

Grafzerkje Willem Houbrechts heeft veel pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over ... Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierna zijn gedicht “Jane Avril”. Volgende keer meer van dat moois. Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen, kunnen een exemplaar bekomen aan € 7,5. Te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: houbrechtsw@yucom.be. Zij moeten de plaat wel zelf komen ophalen. Een andere mogelijkheid is dat ik ze voor u meebreng op een of andere bijeenkomst. Maar dan toch liefst eerst Willem bellen daar de voorraad beperkt is.

Jane Avril

april, de korte rilling, de penetrante heupslag.
naar men schrijft prak je bedachtzaam en
in een kuise taal.
ook al molenwiekte je over de dansvloer
als een melinietgranaat.

hoe hoedde je deze dwerg die kwijlend,
dronken, gehavend en geschonden tussen je rokken hing.
geen van zijn schilderijen tooide je muren
die, transparant, enkel de wereld toonden
in zijn verwatenheid, zijn schuld, zijn
laaiende vreugde, miserabele troost der dijen.

de roffels op de planken waren nog niet afrikaans
van kleur - dat kwam pas later,
toen molens kelders werden, en
walg een deugd.

en jij: een museumstuk, godbetert.

Zaterdag 24 januari 2004:

Op zaterdag 24 januari 2004 10.30 uur bezoek aan de begraafplaats van Mariakerke, onder de leiding van An Hernalsteen. Indien genoeg belangstelling zal An om 14 uur een rondleiding op de Gentse Westerbegraafplaats verzorgen.

Openbaar vervoer vanaf station Gent Sint-Pieters: neem tramlijn 1-10-11-12-13 richting ‘Evergem-Wondelgem-Van Beverenplein-Korenmarkt-Rabot’ tot halte ‘Korenmarkt’ (Gent-centrum); neem op de hoek Korenmarkt-Cataloniëstraat trolleybuslijn 3 richting Mariakerke-Post (terminus); aan de terminus ‘Mariakerke-Post’ gaat u te voet verder via de Alphonse Claeys-Bouüaertlaan (ongeveer 5 minuten) naar het Mariakerkeplein.

Wegwijzer voor mensen met de wagen kan, op eenvoudig verzoek, doorgemaild worden.

Sons of War:

Grafzerkje Johan Moeys bezorgde ons volgende tekst:

Are they worth anything and do they mean a lot
Moving ‘cross the borders, begging to be shot
Will they make it through the night or will they die today
Will they survive or die without anything to say

Protecting our economy and dying for our family
And fighting a nameless foreign force
Protecting our economy and dying for our family
Setting fire to a desert without cause

Here are the sons of war, here are the sons of war
Here are the sons of war
Government’s watchdogs, crawling on all fours

(door Disturbance)

Zonen van de Oorlog:

Zijn ze iets waard en betekenen ze iets
Over de grenzend trekkend, smekend om neergeschoten te worden
Zullen ze de nacht overleven of zullen ze vandaag sterven
Zullen ze overleven of sterven zonder iets te zeggen

Onze economie beschermend en sneuvelend voor onze families
En een naamloze vreemde macht bevechtend
Onze economie beschermend en sneuvelend voor onze families
Een woestijn in brand zetten zonder reden

Hier zijn de zonen van de oorlog, hier zijn de zonen van de oorlog
Hier zijn de zonen van de oorlog
De waakhonden van de regering, op vier voeten kruipend

Van wijsheid met vreugd gepaard:

Twee eeuwen vrijmetselarij in Gent. Een tentoonstelling gerealiseerd door het Liberaal Archief Gent, in het kader van het Museum van de Vlaamse Sociale Strijd van de Provincie van Oost-Vlaanderen en in samenwerking met de Stad Gent - Kunsthal Sint-Pietersabdij, Sint-Pietersplein 9, 9000 Gent. Openingstijden tot en met zondag 4 januari 2004 van 10 uur tot 18 uur. (incl. zon- en feestdagen) Gesloten op maandagen en op 24, 25 en 31 december 2003 en op 1 januari 2004. Toegangsprijs € 5. (€ 3 voor gewone reductiehouders en voor groepen vanaf 15 personen) Hoe te bereiken. Met de trein: station Gent Sint-Pieters. Met het openbaar vervoer vanaf het Station Gent Sint-Pieters: autobus 9, 28, 70, 71, 72, 73 en 74 (halte Heuvelpoort) en tram 1 (halte Kortrijksepoortstraat). Met de auto: via autosnelweg E 17, uitrit Gent B 401, ‘Alle richtingen’ volgen, aan de verkeerslichten linksaf, rechtdoor tot aan de tweede verkeerslichten (Heuvelpoort), rechtsaf via de Overpoortstraat naar het Sint-Pietersplein. Vanaf autosnelweg E 40 kan men de E17 bereiken via de verkeerswisselaar Zwijnaarde, richting Antwerpen. Parkeergelegenheid op het Sint-Pietersplein. Bijkomende informatie op www.wijsheid-en-vreugd.be

Van Wijsheid met Vreugd gepaard. Twee eeuwen vrijmetselarij in Gent en Antwerpen is een uitgave van Marot (Brussel) en Tijdsbeeld (Gent) en telt ruim 200 blz. (formaat: 28 x 23 cm) en ca 240 illustraties in kleur. Het is afgewerkt met een hardcover en een Franse stofwikkel. Het boek kost € 45 en kan worden besteld door storting op rekening 035-4488787-56 van Uitgeverij Tijdsbeeld, Gent.

Doordat individuele bezoekers geen rondleiding met gids kunnen maken, een fameuze tekortkoming voor zulk een organisatie, en doordat rondleidingen met gids georganiseerd door verenigingen zoals Amarant onmiddellijk volgeboekt zijn heb ik het initiatief genomen om zelf een geleid bezoek te organiseren op zondag 7 december. Om 10:30 uur bezoeken we de tentoonstelling onder de leiding van niemand minder dan An Hernalsteen. Na een maaltijd, op eigen initiatief, maken we om 14 uur een rondleiding doorheen de stad op zoek naar sporen van de vrijmetselarij, eveneens onder de kundige leiding van An Hernalsteen.

De kosten worden gewoon gedeeld door het aantal deelnemers. Laat ons ervan uitgaan dat er 10 deelnemers zijn dan reken ik dat het zo’n 15 euro per persoon gaat kosten: inkom, gids voor de tentoonstelling en gids tijdens de namiddagrondleiding. Zijn we met 15 dan zal het zo’n 10 euro per persoon kosten. Aan 25 personen stoppen we, zo simpel is dat. De inschrijvingen dienen uiterlijk op zondag 30 november bij mij zijn. Op 1 december verwittig ik An Hernalsteen die dan voor de nodige toegangsbiljetten zorgt.

Dodenakker:

De Vlaamse schrijver Piet Teigeler maakte een reeks misdaadromans waarin het speurdersduo Carpentier en Dewit een hoofdrol in speelt. Het opmerkelijke van deze reeks is dat ze zich steeds in en om Antwerpen afspeelt en dat vele locaties en personen zeer herkenbaar weergegeven worden. Een aandachtige lezer kan zelfs enkele Grafzerkjes met naam en toenaam in “Dodenakker” aantreffen. Hoe het voorlopig recentste boek tot stand kwam is reeds een verhaal op zich.

Tijdens de voorbereidingen voor een dichterswandeling op de begraafplaats Schoonselhof trokken Willem Houbrechts en ikzelf een aantal keren samen op pad. Willem kent mij en hoorde mij steeds “zeveren” over een schepen van de stad Antwerpen die maar niet bleek te beseffen dat jaarlijks waardevolle monumenten in de containers belanden, over de zwerver die reeds jaren op mijn zenuwen werkt omdat hij eens brand stichtte en zich regelmatig in de wachtzaal ophoudt tot groot ongenoegen van, meestal vrouwelijke, personen die een sanitair bezoek aan de toiletten willen brengen, over filmvandalen die onherroepelijke schade aan de monumenten van de begraafplaats toebrachten en andere “ongure” figuren die zich op “zijn” Schoonselhof onledig hielden. Wat Willem deed besluiten met “gij hebt praktisch met iedereen die hier rondloopt ruzie, straks is er nog iemand die U wil vermoorden. Genoeg voor Willem om zijn vriend, de in Spanje verblijvende misdaadauteur Piet Teigeler, te mailen om hem een onderwerp voor zijn nieuwste romanaan de hand te doen. Piet zag dit wel zitten en bracht, tijdens de boekenbeurs van 2002, een bezoek aan de begraafplaats waar hij een rondleiding kreeg van Willem en mijzelf. De schrijver was enthousiast en stelde enkele gerichte vragen in de aard van: waar kan men hier best een lijk verbergen, hoe raakt men ’s nachts buiten, is de begraafplaats verlicht. Tijdens het scheppingsproces van “Dodenakker” mailde de heer Teigeler mij nog enkele malen om bijkomende informatie te bekomen. Begin oktober 2003 was “Dodenakker” klaar.

Voor een korte inhoud en een bespreking citeer ik Fred Braeckman in “de Morgen” (met dank aan Grafzerkje Jenny Bonnast). “Dodenakker” is weer een volbloed Teigeler. De oude commissaris is met ziekteverlof in afwachting dat hij met pensioen gaat en Dewit heeft zijn taak overgenomen. De politie is nu federaal geworden. Carpentier heeft bij zijn afscheid een terriër cadeau gekregen van zijn collega’s, die het hondje Watson hebben gedoopt. Bij een wandeling op het Schoonselhof brengt de hond een menselijk oor mee. Daarna wordt in een vervallen grafkapel ook een lijk ontdekt. De weinige sporen wijzen naar Bosnië-Herzegovina: de kogel die in het lijk zit komt van een Joegoslavisch wapen, ook een doosje lucifers wijst in die richting. Kort daarop volgt nog een tweede moord, nu gaat het om een marginaal die op het Antwerpse kerkhof woont (Neen Grafzerkjes dat ben ik niet - Jacques) Beetje bij beetje wordt duidelijk dat de man zonder oor een gewezen legionair was en dat de tweede dode waarschijnlijk getuige is geweest van de moord. En als nu ook nog op schootsafstand van de eerste moord een Joegoslaaf woont, is de link met de burgeroorlog meteen gelegd. Het complexe verhaal zit knap in elkaar, maar omdat de personages nogal eens van naam veranderen moet je wel goed bij de les blijven. Met “Dodenakker” heeft Piet Teigeler niet alleen een sobere, intelligente en goed geconstrueerde politieroman met een verrassend einde geschreven. Tussendoor krijg je ook een ontroerend liefdesverhaal dat ontdaan van melodrama en meligheid des te sterker overkomt.

Dodenakker van Piet Teigeler is een uitgave van Houtekiet, ISBN 90 5240 735 5. Meer info over werk van Piet Teigeler op www.teigeler.net. Prijs € 14,90

Mijn eigen winkel:

Londen:

De Grafzerkjes die meegingen naar Londen kregen hun boek. In het boek staan, naast een aantal toeristische tips, kathedralen, abdijen, de begraafplaatsen en andere funeraire dingen beschreven die we tijdens onze vierdaagse trip aandeden. Een lijst met interessante pubs werd uiteraard niet vergeten. Grafzerkjes die ooit eens een trip naar de Britse hoofdstad plannen en een of meerdere dodenakkers willen meepikken vinden hier toch een stevige leidraad. Prijs € 10, verzendingskosten niet inbegrepen. Er zijn een aantal exemplaren herdrukt. Een aantal verbeteringen en aanvullingen werden gedaan.

Rondleidingen op de begraafplaats Schoonselhof:

De volgende gewone rondleiding vindt plaats op zaterdag 6 december te 13u15.

De eerstvolgende gewone rondleiding van 2004 vindt plaats op zaterdag 7 februari te 13u15.

Behesjte Zahra:

Grafzerkje Vera Steenput verbleef zes weken in Iran en kon het niet nalaten om daar een begraafplaats te bezoeken. Zij vertelde mij over haar ervaringen.

Begraafplaats noemt men in het Perzisch "Kabrestan". Stan betekent plaats en Kabre betekent dode.

De begraafplaats die ik bezocht heette Behesjte Zahra. Zahra was de dochter van de profeet Mohammed en Fatima en Behesjt betekent paradijs. Deze begraafplaats is de grootste van Teheran. Het mausoleum voor Khomeini is er tegenaan gebouwd en is één van de drukst bezochte bedevaartsoorden van Iran. Ik heb geen idee hoeveel mensen er begraven liggen maar als je weet dat Teheran 12 miljoen inwoners telt dan kan je je al een klein idee vormen. Maar het beeld wordt waarschijnlijk nog duidelijker met de volgende omschrijving. De begraafplaats is eigenlijk een stad op zich. Er loopt één hoofdweg dwars doorheen. Deze hoofdweg telt 6 geasfalteerde rijstroken: 3 heen en 3 terug. Van deze hoofdweg vertrekken talloze zijstraten. Om iemand terug te vinden wordt er net als bij ons gewerkt met een systeem van nummers. Als je het nummer niet kent ben je reddeloos verloren. Dan is het onbegonnen werk.

Er is een ereperk voor acteurs en actrices, vooral van de film. Dit is een plek die extra veel bezoekers trekt. Verder heb je ook een apart stuk voor de soldaten (ook wel "helden" genoemd ter plaatse) die gesneuveld zijn in de oorlog tegen Irak. In tegenstelling tot de andere graven zijn deze graven rechtopstaande kastjes met foto's en medailles en Iraanse vlaggen erin tentoongesteld. Er liggen vele jongens van 12 à 13 jaar begraven want vooral naar het einde van de oorlog toe werd iedereen ingezet (waar hebben we dat nog gehoord) bijzonder droevig is dat vooral omdat het nog maar zo kort geleden is (1981-1988). Er is ook een klein museum over de oorlog op de begraafplaats maar dat kon ik niet bezoeken omdat het gesloten was die dag. Deze graven zijn ook overdekt met een golfplaten dak terwijl de rest van de begraafplaats onder de brandende zon ligt.

Er is ook wel beplanting. De cipres is een veel voorkomende boom en gekend als symbolische boom op dodenakkers maar dat weet jij natuurlijk wel. Verder zijn er ook grasperken aangelegd en staan er vooral bij de ingang talloze bloemenkraampjes met verse bloemen. Het is me een raadsel hoe die verkopers bij een temperatuur van 48 °C hun bloemen toch nog enigszins acceptabel weten te houden.

Overal over de begraafplaats verspreid staan open tenten met een heleboel stoelen. Die tenten worden gebruikt voor rouwdiensten. Meestal zijn daar zoveel mensen bij aanwezig dat er te weinig stoelen zijn om iedereen te laten zitten. Overal klinkt rouwmuziek. Meestal zijn het cd's of cassettes die door de boxen gejaagd worden maar af en toe wordt er ook wel gezongen. De muziek is heel klagend en brengt je meteen in de gepaste sfeer. De gewone graven zijn platte rechthoekige stenen; meestal in zwart marmer met opschrift en dikwijls ook een foto: een echte of vaak ook gegraveerd in het marmer. De mensen lopen gewoon over de graven heen omdat ze meestal vlak naast elkaar liggen. Dit wordt niet als oneerbiedig beschouwd. De familie heeft meestal een fles water mee. Die wordt dan over de steen gegoten en er wordt snel gepoetst omdat het water bijzonder vlug opdroogt. Heel de familie zit samen rond het graf en zingt en praat.

Soms worden er bloemen gelegd. Ik zag een man met een gladiool. Heel zorgvuldig nam hij bloem per bloem van de tak af en die bloemetjes legde hij rond de foto van een vrouw. Soms hebben mensen een paraplu bij om zich te beschermen tegen de vlakke zon maar meestal zitten ze daar maar gewoon samen. De vrouwen zijn toch sowieso gesluierd en velen dragen de chador. Er wordt ook fruit uitgedeeld: kleine pruimen of gedroogde dadels of appeltjes. Aan elke voorbijganger wordt het gepresenteerd. Soms zijn het zoete koekjes. Het is zeer onbeleefd om dit aanbod af te slaan. Het betekent immers dat je weigert om te delen in de rouw van de familie. Aanvaarden en opeten is de boodschap. (Er zijn ook drankstalletjes en waterkranen om je dorst te laven en dat is geen overbodige luxe.) Dit wordt niet enkel gedaan voor mensen die onlangs overleden zijn maar ook voor mensen die al 10 jaar of meer dood zijn.

Over eten gesproken: picknicken is in Iran zeer populair; dus ook op de grasperken van de begraafplaats. Tijdens het weekend gaan gezinnen soms gewoon een dagje naar de begraafplaats met aansluitend een bezoek aan Khomeini. Dit is een vorm van ontspanning aangezien er in Iran zoveel vormen van verstrooiing verboden zijn. Tot slot heb ik ook nog een wagen gezien die men "Alam" noemt. Die zat vol jonge mensen die zwaaiden met een soort kunststof zilveren (palm?) takken. Toen werd iedereen zeer droevig. Als je dit ziet betekent dat het om een jonge mens gaat. Het kan ziekte geweest zijn of een verkeersongeval want het verkeer in Iran dat is een verhaal op zich.

Allerzielen:

Grafzerkje Louis Van Dyck vergastte mij met een, voor deze periode van het jaar, toepasselijke tekst. Ik geef eerlijk toe: ik was aangedaan bij het lezen van deze mooie woorden en wil de Grafzerkjes er deelgenoot van maken.

De landlopers van de kolonie van Wortel onderhielden dit uitgestrekte gebied vlak bij de Nederlandse grens. “Je weet dat schone oord waar de ziel in haarzelve terugkeert en rust geniet” schreef Hendrik Conscience. Op deze plaats liggen de kostgangers van weleer. De landloperij werd afgeschaft en de stakkerds zwermden uit over het land. Bij gebrek aan soldaten valt elke oorlog stil. Hier ziet men geen ineengestuikte “eeuwige vergunningen”. Enkel eenvormige witte kruisjes met een zinken naamplaatje.

Ooit hebben moeders bij het baren van deze mensen geschreeuwd uit angst en pijn. Misschien werden ze zelfs met liefde verwekt en als pasgeborene gekoesterd!

’t Was volop lente toen ik er rondliep en deze foto nam, maar bij de kruisjes is het alsof het alle dagen Allerzielen is; nu novembert het er echt. Na een eindje lopen kwam ik aan het Bootjesven waar ik op een bank een liefde zag openbloeien. We hebben misschien wel allemaal retrogedachten aan de tijd van toen we onze eerste zonde van onkuisheid gingen biechten!?

Bij de waterhoentjes was het een jagen achter mekaar. Alles paarde en paarde terwijl een vogel zijn geërfde melodie floot en daarmee de stilte onderlijnde. Nu gaan we weer de winter in. Zo gaat dat maar door. Steeds een dagje ouder en soms twee.

Dat ’t je welga.
Louis.

Zorg voor nabestaanden:

Grafzerkje Monique Dujardin, die haar sporen verdiende in de rouwverwerking, schreef op mijn verzoek een artikeltje over de zorg voor nabestaanden. Dit is een aspect waar velen nog nooit of zeker veel te weinig bij stilstaan.

November is de maand waar alle aandacht gaat naar de begraafplaatsen. Zorg voor begraafplaatsen, zorg voor momenten, zorg voor onderhoud van de omgeving waar de doden rusten, …… het zijn zeer belangrijke bekommernissen.

Maar ook zorg voor nabestaanden verdient aandacht.

Het overkomt de 'rouwende mens' dikwijls: veel volk bij de uitvaart en ook de weken daarna. Het oprechte meeleven van vrienden en bekenden doet deugd. Men voelt zich gedragen en gesteund om de eerste moeilijke tijd van afscheid en verlies door te geraken. Dan echter begint het lange, vaak uitzichtloze rouwen. De kring van meelevende mensen wordt snel kleiner. Een eind verder staan zij meer en meer alleen. De telefoon rinkelt minder, de deurbel lijkt stom. Weinigen durven nog vragen of het wel gaat. Op het werk moet men evenzeer vooruit, soms alsof er niets gebeurd is. Het leven moet immers verder gaan, de economie moet draaien. Ondertussen leven nabestaanden met het gevoel dat het leven voor hen is stilgevallen en geen perspectief meer te bieden heeft. Men voelt zich alleen en verloren met zijn verdriet. Soms zou men zo graag zijn verhaal nog eens willen vertellen … aan anderen nog eens zeggen hoe 'zeer' het nog steeds doet.

De zorg voor het emotionele verwerkingsproces van de nabestaanden is ook de zorg van Rouwzorgvlaanderen. Wil je meer weten over ontmoetingsgroepen, literatuur, werking van rouwgroepen, surf dan naar www.rouwzorgvlaanderen.be.

Allerheiligen, allerzielen:

Grafzerkje Mathilde Goelen vergastte ons met een, voor deze periode van het jaar, toepasselijk gedichtje met bijbehorende foto van de begraafplaats van Keerbergen.

Allerheiligen, allerzielen
jaarlijkse traditie
mensen gaan en mensen komen
leggen bloemen bij hun doden

grafzerken, mooi onderhouden
nabestaanden rouwen
zij graven in hun herinnering
en voelen nog de vereniging

er is droefheid soms bij wijlen
als mensen alleen achter blijven
ooit zullen ook wij zijn
zoals zij nu zijn.

Grafzerkjes op radio en TV:

Zoals steeds rond de periode van Allerheiligen komen begraafplaatsen en alles wat daarmee verband houd aan bod op radio en televisie. Meer en meer worden Grafzerkjes aangezocht om kun wedervaren te vertellen. Meer en meer, in de eerste plaats dankzij de website van Grafzerkje Willy Cornelissens, doet men een beroep op ons. Een overzicht.

Het begon al op woensdag 29 oktober. Albrecht Wauters liet, in het programma “Koffers & Co”, Rindert Brouwer opdraven. Die vertelde hem over de, voor hem, belangrijke dodenakkers. In de korte tijdspanne die hem aangemeten werd stond Rindert ook stil bij zijn favoriete begraafplaats: de begraafplaats van Eindhoven, waar hij reeds zijn “laatste plekje” voorbehouden heeft.

Ik kreeg een telefoontje van omroep West Vlaanderen met de vraag of er bij de Grafzerkjes Westvlamingen zaten. Grafzerkje Martin Desmedt ging op de vraag in om, op vrijdag 31 oktober, een praatje te maken.

Op vrijdag 7 november waren er de hele dag opnames voor het televisieprogramma “Afrit 9”. Toen “Hepitaaf” nog bestond werd ik eens opgebeld door een stagiaire van dat programma met de vraag “of het mogelijk is dat er een vereniging bestaat die begraafplaatsen bezoekt?” Op mijn bevestigd antwoord legde ze de hoorn in, denkelijk ter plaatse dood gevallen van het verschieten. Enkele weken geleden belden zij mij op met dezelfde vraag. Ik stelde voor om iets rond de Grafzerkjes te maken maar zij verkozen om een portret van mijzelf te maken.

Ik kan jullie verzekeren dat zo’n opname een hele bedoening is, zeker als de televisiemensen te maken krijgen met een moeilijk mens gelijk ik. Eerst zat er een dame zich vol te stouwen met gebakjes terwijl naarstig nota’s nemend over al de locaties waar zij opnames wenste te maken. Ze kwam al direct van een kale reis terug toen ik zegde dat ze bij mij thuis niets te zoeken had. Nadat ze drie uur lang notities nam vroeg ik haar of het een uitzending van een uur betrof. Verontwaardigd zegde ze dat het slechts zes minuten ging duren. Ik antwoordde dat ze stof had voor een uitzending van drie uur. De week daarop kwam degene die de reportage ging maken mee tijdens een rondleiding. Hij vroeg doodleuk of ik wat in de archieven van de begraafplaats kon snollen zodat zij dat konden filmen. Ik zegde hen dat ik er niet aan dacht omdat ik een vertrouwensrelatie heb met de mensen van de begraafplaats en die niet door een televisieopname wilde verknoeien. Dan vroeg hij mij om op een laddertje te staan om “mijn monument” op te kuisen. Ik repliceerde dat dit dan wel de laatste opname zou worden daar ik niet gemaakt ben om op een ladder te staan. Toen ook dit niet lukte vroeg hij mij “of ik het nog wel zag zitten”. Ik pareerde “ik wel, maar zie jij het nog zitten?

De dag van de opname heb ik anderhalf uur met een blauw emmertje en een oranje schupje bloempjes geplaatst op mijn monument. Ik was precies kabouter Plop in het grote bos. De reportagemaker heeft volgens mij vroeger nog bij de politiediensten gewerkt want hij stelde acht tot tien keer dezelfde vraag en hoopte dat ik eens een “uitspraak” zou doen zodat die dan kan uitgezonden worden. Om twaalf uur, na drie uur rondzeulen, stelde hij voor om eens een praatje te gaan maken met de hoveniers van de begraafplaats “want dat kwam tof over”, zo zegde hij. Ik zegde dat hij dat maar moest doen want dat het juist etenstijd was en ik die mensen niet wilde storen. In de namiddag, tijdens een rondleiding die ze meemaakten ging het iets vlotter omdat ik vooraf had gezegd dat ik geen drie maal hetzelfde zou doen. In totaal hadden ze drie uur film en dit alles voor zes minuten uitzending. Ik moet eerlijk zeggen dat ik van VRT een andere mentaliteit had verwacht. Het was precies sensatiezoekerij. Ik dacht in een opname voor Jambers te zitten. Ik heb er, eerlijk gezegd, geen goed oog in. Uitzending op maandag 24 november.

Kijkdag op Schoonselhof op zondag 30 november:

Eind oktober kon men aan de ingang van de begraafplaats Schoonselhof volgende mededeling lezen: “er ligt een lijst ter inzage van grafmonumenten die kunnen overgenomen worden aan € 7,5”. Dit was zo wat het positiefste nieuws dat ik de laatste jaren mocht ontvangen. Ik vroeg of ik de lijst eens kon inkijken en de lijst werd mij spontaan doorgemaild.

Op de lijst staan zo’n 2.000 grafmonumenten, het merendeel op de oude perken, die overgenomen kunnen worden. Normaliter dienden de nabestaanden aangeschreven te worden maar dit is zo’n omslachtig werk dat men daarvan afzag en besloot om, in de eerste plaats, de nabestaanden zelf de stap naar de administratie te laten zetten om graven van hun voorouders over te nemen. Ook andere geïnteresseerden maken een kans. Ik ging enkele keren langs de begraafplaats om eens te kijken of er interessante dingen tussen zitten. En die zitten er inderdaad tussen. Een groot deel daarvan zijn wel verwaarloosd zodat eerst een eind aan de verwaarlozing dient gesteld te worden. Ik wil mijn ervaringen met de Grafzerkjes delen en daarom organiseer ik een “kijkdag” op de begraafplaats. Op zondag 30 november om 13:15 uur start ik, aan de hoofdingang van de begraafplaats Schoonselhof, voor een wandeling langs de oude perken met de lijst in de hand zodat eventuele geïnteresseerden een keuze kunnen maken. De rest dienen de Grafzerkjes zelf wel te doen: eventueel een eind stellen aan de verwaarlozing, de aanvraag tot overname van de concessies doen en de betaling ervan. Houd er ook rekening mee dat er, ik hoop van niet, misschien wel problemen kunnen rijzen zeker wanneer er grafmonumenten overgenomen worden. Ik weet niet hoe ze gaan reageren wanneer iemand een monument overneemt en enkele tijd later daagt een kleinzoon op die het monument claimt. Daarom dat ik rond 10 november langsging en ook noteerde waar er bloemen geplaatst werden.

Grafzerkjes die willen meewandelen op zondag 30 november geven toch best een seintje zodat ik weet wie ik daar mag verwachten en, indien nodig, even op hen kan wachten.

Père Lachaise op 20 december 2003 én op 22 mei 2004 én op 5 juni 2004:

Op zaterdag 20 december organiseer ik een rondleiding op Père Lachaise. Ik deed dit omdat veel ex-collega’s van mij op het eind van het jaar nog vele ongebuikte reisbiljetten bezitten en die wilden bezigen voor een trip naar de lichtstad gecombineerd met een bezoek aan Père Lachaise. Ik schafte mij Thalysbiljetten aan en wat bleek: veel mensen geraken niet aan biljetten. Ik was vergeten dat 20 december de start van het kerstverlof is, omdat het voor mij alle dagen verlof is, en dat alles te laat beslist werd. Enkele Grafzerkjes poogden nog aan treinbiljetten te geraken maar tevergeefs. Tevens werd er mij op gewezen dat dit de, op één na, kortste dag van het jaar is. Voor de goede orde: de trip gaat door en indien er nog enkele Grafzerkjes in Parijs geraken beloof ik jullie een rondleiding met slechts enkele deelnemers.

Toch blijken veel Grafzerkjes geïnteresseerd te zijn in een trip naar Parijs met een geleid bezoek aan Père Lachaise. Daarom organiseer ik op zaterdag 22 mei, de dag van de “normale” Grafzerkjesrondleiding, een trip naar Père Lachaise met een autobus. Details zijn nog niet bekend maar ik zoek te vertrekken, met een bus van 40 personen, aan Berchem station om +/- 6.15 uur en één of twee tussenstops te plannen, indien noodzakelijk blijkt, bijvoorbeeld in Gent en tussen Gent en de Franse grens. Tegen 11 uur moeten we dan aan Père Lachaise zijn. Dan volgt een rondleiding voor 20 personen. Eind ongeveer 14 uur. Dan kan deze groep de nodige tijd in Parijs doorbrengen. De eerste groep deed dit reeds in de voormiddag. Om 15 uur start dan een rondleiding voor een tweede groep van 20 personen. Nadien is er nog tijd voor een hapje en rond 19 uur vangt de terugtocht aan. De prijs is nog niet bekend maar ik maak me sterk dat we voor ongeveer € 25 per persoon een trip én een rondleiding kunnen aanbieden.

Maar ook mijn ex-collega’s betonen interesse in deze “moeder van alle begraafplaatsen”. Misschien grijp ik te hoog maar voor hen zoek ik een soortgelijke trip te organiseren op zaterdag 5 juni. Het programma stemt overeen met dit van 22 mei.

Misschien zijn er Grafzerkjes die wel naar Père Lachaise willen gaan maar op de Grafzerkjesdag van 22 mei niet beschikbaar zijn. Die kunnen ook mee op zaterdag 5 juni. Het kan ook zijn dat er mensen eens een dagje Parijs willen meepikken zonder de begraafplaats te bezoeken. Dit kan ook en die personen betalen dan € 20. Omgekeerd kan het ook zijn dat er mensen op eigen kracht, bijvoorbeeld met de Thalys, naar Parijs willen gaan of meerdere dagen in de lichtstad verblijven. Die kunnen de rondleiding ook meemaken. Zij betalen dan € 5. Let wel: ik doe de rondleiding slechts voor maximaal 20 personen per groep. Dit is voor jullie eigen bestwil. Wanneer we daar met 30 mensen rondlopen zijn er een aantal die niets horen of onvoldoende de prachtige grafmonumenten kunnen bewonderen. Dus 20 en geen 21.

Daarom: éérst is éérst. Vanaf heden kunnen jullie een optie nemen. Jullie geven je naam op, het aantal personen, de dag van jullie keuze, de opstapplaats Antwerpen of Gent (andere opstapplaatsen kunnen eventueel later besproken worden), de rondleiding zelf: voormiddag of namiddag. Ook eventueel of jullie enkel de busreis willen meemaken of meegeven of jullie op eigen kracht een rondleiding willen bijwonen, zo ja welke. Op 1 februari 2004 zal ik zien hoe ver we staan. Indien er onvoldoende belangstelling is om twee trips te doen zal de reis van zaterdag 5 juni geschrapt worden en zal gevraagd worden aan degenen die inschreven voor die reis of ze op 22 mei kunnen meegaan. Geef steeds zo veel mogelijk informatie op hoe jullie te bereiken zijn. In de eerste plaats mail of anders telefoon.

Lin Verbeemen stelt tentoon:

Niet minder dan vijf Grafzerkjes waren aanwezig op de vernissage van de eerste tentoonstelling van Lin Verbeemen. Maria Claire & Edgard, Jenny, Johan en ikzelf waren daar om haar bij te staan in die moeilijke momenten. Leen Van de Plas deed de inleiding en beschreef Lin als een gedreven ziel enthousiast en leergierig. In haar werk treft men licht en schaduw aan. Zij tast het onderwerp af en zet er haar stempel op.

De tentoonstelling kan nog bezocht worden tot en met 15 december. Openingsuren: maandag tot en met vrijdag van 8:30 uur tot 17 uur. Waar: OCMW Lubbeek, Dienstencentrum De Sleutel, Staatsbaan 124, 3210 Lubbeek. Telefoon: 016/62 91 40.

Voor alle informatie slechts één adres:
Jacques Buermans,
Frieslandstraat 4 / bus 6, 2660 Hoboken
Tel. / Antwoordapparaat / Fax: 03 / 829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/8291603) - GSM: 0494 / 47 37 46
E-mail: jacques.buermans@scarlet.be
Websites:
www.grafzerkje.be - voor al uw informatie over vzw Grafzerkje
www.schoonselhof.be - voor al uw informatie over de begraafplaats Schoonselhof
www.antwerpsebegraafplaatsen.be - voor al uw informatie over Antwerpse begraafplaatsen
------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------