NIEUWSBRIEF NR. 11 - MEI 2003

------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------
Roeselare:

Twintig belangstellenden waren present, onder een stralend lentezonnetje. Daaronder 13 Grafzerkjes zodat de lokale pers en de inspanningen van Magda Deldaele toch zorgden voor 7 extra geïnteresseerden, voornamelijk ex-leerlingen of collega’s van onze gidse Magda Deldaele. Heel positief ervoer ik het feit dat de stad Roeselare zijn stadsarchivaris afvaardigde om nota’s te nemen voor een film die zij over deze dodenakker gaan maken. Proficiat Roeselare. In de grootstad Antwerpen komen alle lovenswaardige initiatieven van individuen die het goed menen met de begraafplaatsen.

Gestart werd bij het monument voor Ferdinand Le Héttet, soldaat die sneuvelde op 19 oktober 1914. Op die dag sneuvelden ontelbare burgers en die dag staat nog steeds in de Roeselaarse analen vermeldt als "schuwe" (= verschrikkelijke) maandag. Magda Deldaele wees ons op een historische onnauwkeurigheid: op het grafmonument staat een helm afgebeeld. De eerste infanteriehelmen werden echter eerst in 1915 ingevoerd. Na de Britse militaire begraafplaats trokken we naar de erebegraafplaats met een monument van architect René Doom en beeldhouwer Josuë Dupon, u weet wel de bekende dierenbeeldhouwer actief in het Antwerpse wiens grafmonument zomaar in de container werd gekieperd. Dank u wel mijnheer de schepen met de, met VISA, aangekochte smoking. We stonden ook stil bij het monument voor Helena Korn een joodse dame die naar Roeselare vluchtte en, omdat zij enkel de Duitse taal machtig was, aanzien werd als spionne. Totaal overstuur pleegde ze in 1940 zelfmoord.

Priester Karel Dubois en vriend van Cyriel Verschaeve kreeg een modernistisch graf met opschrift “Vlaanderen hernieuwen in Christus” met daarboven de blauwvoet. Daarnaast het graf van Edmond Denys, aalmoezenier van de seizoensarbeiders. Karel Theodoor De Brouckere-Ritter was notaris en liberaal voorman en kreeg een hoge sarcofaag. Twee prachtige grafkapellen bekroond met sarcofaag bij de families Declercq-Debaene en Declercq-Debal. De familie Seaux, een bekende familie koperslagers, kreeg een enorm gietijzeren kruis. Joseph Algar, zoon van een welstellend anglicaans dominee en vriend van Guido Gezelle en Hugo Verriest kreeg een neogotisch grafmonument. Top of the bill op deze dodenakker is uiteraard dichter Albrecht Rodenbach (1856-1880). Rodenbach studeerde aan het Klein Seminarie en was een van de verantwoordelijken voor “de groote stooringe”, een studentenopstand tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs. Rodenbach was leider van de Vlaamse studentenvereniging. Hij stierf heel jong aan een slepende longziekte. In het graf liggen ook de ouders van Rodenbach en de trouwe meid Pelagie. Een prachtig beeld van beeldhouwer Jules Lagae, “de verlatene” voorstellend, treffen we aan op het graf van ijzergroothandelaar Verhoestraete-Lagae. Magda Deldaele trok met ons naar wat overblijft van de protestantse begraafplaats. Dit ontstond nadat de liberale industrieel Henri Tant protestantse werknemers ronselde in Zeeuws-Vlaanderen en in de Oost-Vlaamse enclave Sint-Maria-Horebeke om hen in zijn textielfabrieken te laten werken. Kunstschilder Alfons Blomme kreeg een mooi opschrift op zijn graf “al wat ik doe is Blomme zijn”. Afgesloten werd bij de grafkapellen van de “nieuwmarkters”. Dit waren handelaars die hun koopwaar van huis tot huis aanboden. Hun grafkapellen zijn opgesmukt met glasramen en een altaar met schrijn en kandelaars.

Dank aan Magda Deldaele voor haar kennis die zij met ons wou delen. Dankzij u trokken de Grafzerkjes, eens te meer, tevreden huiswaarts.

Inschrijven voor een rondleiding:

Iets ligt er toch op mijn lever. Voor de rondleiding op de oude begraafplaats van Roeselare had ik, op minder dan twee weken van het gebeuren, slechts zes personen die ingeschreven waren. Daarop besloot ik om de namiddagrondleiding af te schaffen. Tegen 22 maart had ik 20 inschrijvingen, zodat de namiddagrondleiding toch behouden had kunnen blijven.

Sorry mensen maar dit ligt toch wel een beetje aan jullie zelf. Van bij de aanvang van onze activiteiten werd een vaste dag, de vierde zaterdag van de onpare maanden, vastgelegd. Op het eind van 2002 stond het programma voor 2003 vast. Na elke rondleiding vraag ik steeds aan de aanwezige deelnemers of zij wensen in te schrijven voor de volgende rondleiding. En dan nog wachten er vele Grafzerkjes en andere belangstellenden die ook reeds weken vooraf op de hoogte waren van de activiteiten tot op het laatste moment. Kom dus niet klagen over een té grote groep.

Voor de volgende activiteiten is dit zo geen groot probleem daar er voor Brussel twee verschillende begraafplaatsen op het programma staan en voor ons bezoek aan de Westhoek gebruik wordt gemaakt van een bus en er dan ook uiteraard slechts één rondleiding is.

Begraven & begraafplaatsen:

De mensen van de Terebinth meldden in hun Nieuwsbrief dat zaterdag 7 juni en de 12 daarop volgende zaterdagen om 15.15 uur de serie “Begraven & begraafplaatsen, Monumenten van ons bestaan” opnieuw door Teleac op een Nederlandse zender wordt uitgezonden. De delen handelen respectievelijk over: Begraven in het landschap, Begraven in de kerk, De hof van de kerk, De romantische dood, Joodse begraafplaatsen, Religie en dood, De massale dood, De privé-dood, Beroemd begraven, Rijk en arm, De dood en de zee en Nieuwe ontwikkelingen. De reeks is ook verkrijgbaar op VHS-tape en kost € 68. Er is ook een boek dat bij de serie hoort maar daarvan id de prijs niet gekend. Bestellen kan via fax: 00/31/35/6293199 of per E-mail: www.teleac.nl

Waarom niet naar Amsterdam ?

Amsterdam bezit enkele merkwaardige begraafplaatsen die een bezoek meer dan waard zijn. De aandachtige bezoeker kan er kennismaken met een aantal mooie, vaak moderne, grafmonumenten. Vaak komt men bekende namen uit de muziek- en de kunstwereld tegen. Hierna volgt een bezoek aan enkele interessante Amsterdamse dodenakkers.

Nieuwe Oosterbegraafplaats, meer dan 100 jaar oud.

Deze begraafplaats vierde in 1994 haar 100-jarig bestaan met een begrafenisstoet die een vermelding kreeg in het fameuze Guinessbook of Records. Een optocht van meer dan 500 meter lang met koetsen, een Surinaamse uitvaartplechtigheid met veel muziek, lijkwagens en een militaire muziekkapel die treurmuziek ten gehore bracht was het hoogtepunt van deze eeuwfeestviering. Vlak bij de ingang flankeren twee dodenwachters de granieten graftombe van Johannes Benedictus van Heutsz de generaal die ervoor zorgde dat op snelle, harde wijze de Atjeh-oorlog in Nederlands-Indië werd beëindigd. Hij stierf in 1924 in Montreux en werd in 1927 herbegraven. Iets verder ligt dichter Jacques Perk wiens graf in 1900 overgebracht werd van de Oude Oosterbegraafplaats. Suze N. Sablairolles was zangeres en toneelspeelster. De zuil symboliseert het plotseling afgebroken leven. Piet van Nek, een wielrenner, verongelukte op de wielerbaan te Leipzig. De figuren aan weerszijden van de wielrenner stellen de Roem en de Dood voor die een tafel met sterfdatum in ontvangst neemt. We vinden een grafmonument voor de bemanning van een, in 1981, neergestorte Fokker Friendship bij Moerdijk. Een monument van Hildo Krop dat de verzinnelijking van de arbeidersbeweging voorstelt siert de laatste rustplaats van karikaturist en ontwerper Albert Hahn. Op het graf van George F. Westerman, dier- en plantkundige en de oprichter van Artis fungeert de hond als belichaming van trouw. Stephen van Dorpel, voetballer, overleed bij een vliegtuigramp toen zijn Surinaamse ploeg op weg was naar een wedstrijd. Zijn laatste rustplaats is een voetbalveld met stilliggende bal op de middenstip. Everhardus Johannes Potgieter, dichter en schrijver werd in 1956 overgebracht van oude Oosterbegraafplaats. Thérèse van Duyl-Schwartze, portretschilderes. De graftombe werd ontworpen door haar zuster Georgine en in de jaren '60 overgebracht van Zorgvlied. Daarnaast vindt men op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, zoals elders in Amsterdam, talrijke moderne grafmonumenten.

Zorgvlied, een must.

De begraafplaats Zorgvlied ligt aan de waterkant. Een begrafenis per boot is hier dan ook geen uitzondering. Hier liggen vele kunstenaars begraven. Wie kent niet Piet Muijselaer, de bekende revueartiest. Gerard den Brabander, dichter en een der eerste disc-jockeys. Bob Scholte, zanger. Bekend van "Goedenacht en Welterusten". Fien de la Mar, actrice en cabaretière. een der bekendste Amsterdamse theaters draagt haar naam. Hans Kaart, tenor en acteur en zijn neef Johan Kaart, acteur en vooral bekend als Doolittle in de musical "My fair Lady". Albert Carel Willink, kunstschilder. Het grafmonument een portret van Willink, geflankeerd door vleugels, werd ontworpen door zijn vrouw Sylvia. Jan Spiering, beeldhouwer. Het werk, van zijn hand, kan opgevat worden als een gezinshereniging bij het graf. Louis Bouwmeester, de legendarische toneelacteur. Ischa Meijer, schrijver, journalist en acteur. Frans Halsema, cabaretier en tekstschrijver. Hildo Krop, beeldhouwer. Het beeld "De eeuwige vrouw" is van zijn hand. Annie M.G. Schmidt, schrijfster.

Hier liggen eveneens enkele merkwaardige figuren begraven. Louis "Loe" Lap was een joodse handelaar van een bekende dumpzaak. Zijn devies "Wat Lap lapt, lapt Lap alleen". Manfred Langer, voorvechter van de emancipatie van de homobeweging. Zijn begrafenis had hij zelf geënsceneerd. Duizenden hadden zich verzameld rond de roze kist. Geëscorteerd door politie te paard en 20 witte limousines werd de kist in een roze Chevrolet via zijn discotheek iT naar de begraafplaats gereden. Daar kreeg iedereen een flesje whisky of wodka met het verzoek dit leeg te drinken en het flesje in het open graf te werpen. Walter C. Gluck, alias Viktor, hippiekoning. Hij leefde altijd in een woonboot en verdronk toen hij aan zijn vlotten werkte. Hij werd uiteraard per boot begraven in een vaartuig overdekt met stro en bloemen. De Amerikaanse vlag bedekte de kist terwijl de Nederlandse vlag met het opschrift "Thank you Amsterdam" wapperde. Het grafteken is dan ook een dukdalf met de naam Viktor. Cassidy Clinton Cremer, zoon van schrijver Jan Cremer. Hij werd doodgeschoten. Tegen de achtergrond van de Amerikaanse vlag werden speelkaarten aangebracht. De vlag symboliseert onafhankelijkheid en non-conformisme. De kaarten staan voor het gokken en voor het leven zelf. Adolf Wilhelm Krasnapolsky, van het gelijknamige hotel. Trudy Boltini, van de gelijknamige circusfamilie.

Over circus gesproken. Zorgvlied is de laatste rustplaats van Oscar Carré, circusdirecteur en oprichter van het gelijknamig theater. Carré liet dit mausoleum bouwen voor zijn, in 1891 bij een treinongeluk, omgekomen vrouw Amalia Salamonski. Ook de resten van Oscar Carré, zijn tweede vrouw Ada Graham en zijn derde vrouw Edith Maud Adams rusten in het mausoleum gebouwd door J.P.F. Van Rossum & W.J. Vuyk, die ook de architecten waren van het circustheater Carré.

Ouderkerk aan de Amstel, een juweeltje.

Iets buiten Amsterdam ligt de Portugees-Israëlitische begraafplaats het Beth Haim. Deze dodenakker werd aangekocht in 1614 en wanneer men er nu in ronddwaalt ontdekt men, in tegenstelling tot vele andere Joodse begraafplaatsen die toch een zekere soberheid uitstralen, enkele prachtige monumenten. Langs de aanlegsteiger aan de Amstel treft men het Rodeamentoshuis uit 1705 aan. Dit is de ruimte waarin de dode wordt binnengebracht tijdens de uitvaart. De mannen maken zeven ommegangen rond de baar van de mannelijke overledene. Daar de priesters of Kohaniem niet in aanraking mochten komen met de als onrein beschouwde doden maakten zij de plechtigheid mee vanuit een apart lokaal. Op de begraafplaats zelf zijn er voor hen speciale paden aangelegd die, via een haag of van bepaalde aanduidingen, afgescheiden zijn van de graven. Het gedeelte van 1690-1691 is tamelijk sober maar elders op de begraafplaats staan juweeltjes. Eliahu Montalto, dokter. Hij verliet onder druk van de inquisitie in 1598 Portugal. Hij werd lijfarts van de hertog van Toscane en later van Maria de Medici. Hij stierf op hoge leeftijd te Tours en werd op zijn verzoek alhier begraven. De vorm van de graftombe is waarschijnlijk ontleend aan de in het Midden-Oosten gebruikelijke vormen. Yshak Franco Medeyros, die in 1614 de koop van de grond ten behoeve van de begraafplaats sloot. Hij werd in 1568 of in 1569 in Porto geboren. Opvallend is de bijzondere pagodevorm van het grafwerk. Op de laatste rusplaats van Mozes van Mordechai Senior staat een heel verhaal: Mozes met de twee stenen tafelen, David die harp speelt, Abraham die opziet naar de hemel, Jacob's droom, het bezoek van de koningin van Sheba aan koning Salomo, de vrouwen van de aartsvaders: Sara met Izaak, Rebecca en Rachel, Juda, Mordeachi te paard en Benjamin. Een bezoek aan het Beth Haim te Ouderkerk is echt een must voor de liefhebber van het funeraire.

Boeken over deze en andere begraafplaatsen die aangedaan worden tijdens de Nederlandreis:

BEGRAAFPLAATSEN ALS CULTUURBEZIT, Uitgave De Terebinth 1992, 90 74455 01 8.

DOODSE DINGEN, Funeraire Cultuur in Landschappelijk Verband, Funeraire Cultuur, Wim Cappers, Uitgeverij Aspekt 2002, 90 5911 057 9.

ZWOLLE, Funeraire Cultuur, Sytze de Boer, Uitgeverij Aspekt 2001, 90 5911 018 8.

AMSTERDAM, Funeraire Cultuur, Henk de Feijter, Uitgeverij Aspekt 2002, 90 5911 073 0.

FUNERAIR LEXICON, Encyclopedisch woordenboek over de dood, H. L. Kok, Stichting Crematorium Limburg Maastricht, 90 901 4096 4.

OOK U WACHT IK, Begraafplaatsen in Europa en hun geschiedenis, Rindert Brouwer, Uitgeverij Elmar Rijswijk, 90 389 0981 0.

WAAR LIGT POOT ?, Hans Heesen, Harry Jansen en Ed Schilders, de Prom Baarn 1997, 90 6801 549 4.

BEGRAVEN EN BEGRAAFPLAATSEN, Henk L. Kok, Ada Wille en Gerard Boerhof, Stichting Teleac Utrecht, 90 6533 371 1.

LANDSCHAPPEN VAN DE DOOD, Bart Sorgedrager & Ruud Spruit, VNG uitgeverij Den Haag 1993, 90 322 7902 5.

IN 'T NOKKEND WEE DER ZIELE WELT EEN TRAAN, Oude graftekens op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, Meindert Stokroos, Bouw- en Woningdienst bureau Monumentenzorg 1992, 90 800261 3 1.

EEN NIET ALLEDAAGSE WANDELING, Wandeling op de Nieuwe Oosterbegraafplaats Amsterdam.

EEN PLAATS VAN BEZINNING, 100 jaar Nieuwe Oosterbegraafplaats, Theo Baart, BV Spruyt, Van Mantgem & De Does Leiden, 90 238 3162 4.

NEDERLANDS UITVAARMUSEUM, Brochure over het uitvaartmuseum.

TOT IN EEUWIGHEID, Sietse van der Hoek, BV Het Spectrum Utrecht 1994, 90 274 3388 7.

ZORGVLIED, de geschiedenis van een begraafplaats, Ernest Kurpershoek en Hetty van den Berg, D'Arts Amsterdam, 90 400 9787 9.

BEGRAAFPLAATS ZORGVLIED, Brochure over de begraafplaats, Gemeente Amstelveen.

HUN LAATSTE RUSTPLAATS, Kerkhofgids van schrijvers, acteurs, schilders, componisten, politici, sportsterren en andere bekende Nederlanders, Annet van den Broek en Koos Groen, NV Bosch & Keuning Baarn 1985, 90 246 4517 4.

SPREKENDE GRAVEN, E. L. Hoffman - Klerkx, Kwadraat Utrecht 1987, 90 6481 203 9.

DODENAKKERS, Kerkhoven, begraafplaatsen, grafkelders en grafmonumenten in Nederland, Cees van Raak, De Arbeiderspers Amsterdam 1995, 90 295 3470 2.

HET BEELD VAN DE DOOD, Philippe Aries, Sun Nijmegen 1987, 90 6168 271 1.

HET UUR VAN ONZE DOOD, Philippe Aries.

HERINNERINGEN IN STEEN, Adelaïde van Reeth, Guido Peeters, Boudewijn Büch en Tom Weerheijm, De Haan Houten 1988, 90 269 4356 3.

HET BETH HAIM VAN OUDERKERK, L. Alvares Vega, Uitgeverij Pirola Schoorl, 90 9007747 2.

HET OUDE KERKHOF ROERMOND, Grote Monumenten in Roermond, VVV.

Een dodenstad en nog veel meer:

Barcelona is een stad die een bezoek meer dan waard is. Een prachtige stad waar elkeen aan zijn trekken kan komen. De liefhebber van architecturale hoogstandjes vindt zijn gading in de bouwwerken van Gaudi en zijn tijdgenoten. Amateurs van gotiek kunnen ronddolen in de Barri Gotic met de kathedraal als hoogtepunt. Zij die houden van gezelligheid kunnen flaneren op de Ramblas. De fan van een dierentuin kan hier Sneeuwvlokje, de enige albino gorilla in gevangenschap, met een bezoekje vereren. Maar ook de Barcelonese begraafplaatsen zijn toch belangrijk genoeg om er enkele uren voor uit te trekken.

Montjuich: de necropolis.

Montjuich of het Cemeteri del Sud Est is een echte necropolis, een tuinstad voor de doden. Buslijn 38 stopt vlakbij de oude hoofdingang aan de kant van de zee. In het oudste deel zijn ook de mooiste mausolea te bewonderen. De families Batllo, Salvador Bonaplata, Pascual Coll Portabella en Manuel Malagrida Fontanet kregen een laatste rustplaats die kan tellen. Iets verder treffen we op het graf van George St Noble een afbeelding van de fameuze engel van de Staglienobegraafplaats te Genua aan. In het onderste gedeelte ligt ook Lluis Companys, president van de republiek. Hij was naar Frankrijk gevlucht, werd door de Gestapo aan Franco uitgeleverd en in de nabijgelegen Citadel tegen de muur gezet. In de omgeving liggen ook slachtoffers van het oorlogsgeweld begraven. We treffen hier ook de helden van het Catalaanse anarchisme aan: Ferrer, de vrijzinnige schoolmeester die geëxecuteerd werd als vermeent inspirator van de revolutie van 1909. Durruti, de anarchistische leider die in 1937 sneuvelde tijdens het beleg van Madrid. Zijn begrafenis mondde uit in een spontane manifestatie. Door de mensenmassa bereikte de begrafenisstoet slechts laat in de avond de begraafplaats. Het regende zo hard dat hij slechts 's anderendaags kon begraven worden. Ascaso, een van de legeraanvoerders tijdens de burgeroorlog. Franco verbood indertijd gedenktekens op hun graf. Iets hoger een mooi beeld op het graf van Santacrue-Roig. Een mooie mozaïek treffen we aan bij Clapers i Berenguer en een modern mausoleum bij Julio Munoz. Hoger op de enorme begraafplaats liggen, zes verdiepingen hoog, muur na muur, in rechthoekige vakken met een siersteen en een glazen raam daarvoor de gewone burgers begraven. Een begrafenis is, voor ons, een eigenaardig zicht. Na de lijkwagen volgt een vorklift. De kist wordt op de vorklift gelegd, terwijl de rouwenden in een cirkel staan, en wordt in de vrije opening geplaatst door twee gemeentewerklieden. Met een siersteen wordt de opening afgesloten. Overal op Montjuich treft men enorme verrijdbare trappen aan om de graven te onderhouden. Andere nabestaanden hebben hun eigen trapladdertje dat ze, na gebruik, vastklinken met sloten en kettingen tegen de bomen.

Enkele andere Cemeteri.

De begraafplaats van Poble Nou, ook genoemd het Cemeteri del Este, staan mausolea van de rijke Barcelonezen. Caralps, Pratmarso en Andres Anglada y Calzada zijn hoogstandjes. Een must voor de funeraire liefhebber is de graftombe van de familie Llaudet Soller. Op het graf staat een beeld van de dood die zijn doodskus op de wang van een naakte jongeling drukt. De begraafplaats ligt aan de avenida Icaria en de dichtstbijzijnde metro is Llacuna op lijn 4.

Op het wat afgelegen kerkhof van Sant Andreu staan enkele juweeltjes van Jugendstillgraven. De families Marti Ruis, Benguerel, Vintro, een werk van architect Gordomi en Josep Fusté Saladrigas zijn daar maar enkele voorbeelden van. Het kerkhof ligt in Garrofers een eind stappen van het metrostation Fabra i Puig op lijn 1.

Interessant tussendoortje.

In het Institut Municipal dels Serveis Funeraris is een prachtig museum gelegen. Het Museo de Carrosses Funebres bevat meer dan twintig koetsen die de door de jaren heen gebezigd werden voor uitvaarten. Juweeltjes van koetsen zoals de Gotica de Imperial en de Gran Doumon zijn hier te bewonderen maar ook enkele antieke lijkwagens. Daarnaast ook nog ceremoniekledij en allerhande accessoires. Het museum, gelegen aan de Sancho de Avila 2, is geopend op weekdagen tussen 10 uur en 13 uur en tussen 16 uur en 18 uur. Op zaterdagen, zondagen en feestdagen enkel in de voormiddag. Het dichtstbijzijnde metrostation is Marina op lijn 1. Ondergetekende hoopt enkel dat de bezoeker meer geluk heeft dan hij. De persoon die mij rondleidde deed dit dik tegen zijn zin, het bezoek moest op een drafje gebeuren want op minder dan 10 minuten stond ik terug op straat, documentatie was niet te verkrijgen op één armzalig foldertje na en fotograferen was verboden.

Wat dit laatste betreft, fotograferen op de begraafplaatsen van Barcelona kan slechts na het bekomen van een toelating. De vergunning dient aangevraagd te worden via de Serveis Funeraris de Barcelona, Sancho de Avila 2, 08018 Barcelona.

“De dood en de grafdelver” van de hand van Carlos Schwabe:

Grafzerkje Marie Claire Vandersmissen stuurde volgende bijdrage.

Een winterse avond op het Kerkhof. Aan de takken van de treurwilg hangen nog enkele dode blaadjes. Een paar sneeuwklokjes steken hun kopjes door de sneeuwlaag heen. Een oude grafdelver heeft zojuist een nieuw graf gegraven als hij zich plots realiseert dat nu zijn eigen tijd gekomen is. De dood heeft deze sneeuwnacht uitgekozen om hem mee te nemen naar gene zijde. Carlos Schwabe heeft de dood in een vrouwelijke gedaante voorgesteld. Als een zwarte engel zit ze op de rand van het zojuist gedolven graf. Haar vleugels lijken op twee enorme zeisen. Ze hangen zo ver naar beneden dat ze de grafdelver omvatten in een dodelijke omhelzing. De engel is niet kwaadaardig; zij rukt de oude man niet weg uit het leven maar lijkt hem er vriendelijk op te wijzen dat hij daarvan afscheid moet nemen. Van schrik laat hij de schop uit zijn handen vallen en grijpt naar zijn hart. Eeuwenlang werd de dood afgebeeld als de man met de zeis maar in het fin de siècle veranderde de dood van geslacht. Plots doemden er overal engelen des doods op. Van lieflijke verschijningen die achter zwarte sluiers minzaam glimlachen tot kwaadaardige heksen onder wier lange haren de holle grijns van een doodshoofd schuilgaat. De dood is vrouwelijk geworden. Deze transformatie toont nog eens hoezeer de preoccupatie met het vrouwelijk kwaad de tijdgeest beheerste. Men was niet alleen geobsedeerd door het zondige en perverse in de vrouw zelf, maar ging zelfs zo ver dat al het kwade vrouwelijk werd. Vampieren, monsters, duivels en besmettelijke ziektes; in het fin de siècle nam alles wat slecht, ziek en fataal was een verleidelijke vrouwelijke vorm aan.

Bronvermelding: catalogus “fatale vrouwen 1860-1910” verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling die van 17 mei tot en met 17 augustus 2003 te zien is in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen.

Stukjes Napoleon:

Naar aanleiding van de Frankrijkreis meldde Rindert Brouwer, dé organisator van funeraire reizen voor de Nederlandse Terebinth, mij dat hij een leuk artikeltje had gepleegd over delen van het lichaam van de grote keizer Napoleon. Lid zijnde van de Grafzerkjes wist hij wel dat een ludiek stukje in de Nieuwsbrief niet zou misstaan en hij stelde voor dat wij het publiceerden. Soms ben ik aan de sportieve zijde en ik vond dat de primeur van het artikel de deelnemers aan de Frankrijkreis toekwam. Nu de reis naar Frankrijk achter de rug is, het verslag staat elders in deze Nieuwsbrief, stuurde Rindert mij het stukje over het stukje, of liever de stukjes, van “Napi” zoals wij deze grote kleine man zijn gaan noemen.

STUKJES NAPOLEON

De dood van Napoleon op 5 mei 1821 is door mysteries omgeven. Er deden en doen allerlei complottheorieën de ronde over zijn dood. Ook bestaat er bij sommigen twijfel over of het wel Napoleon was die in 1840 werd overgebracht naar de Dôme des Invalides in Parijs. Het is wel zo goed als zeker dat Napoleon niet compleet in zijn kist rust. Napoleon wilde dat men na zijn dood een autopsie op zijn lichaam uitvoerde, opdat voor het geval bij hem daadwerkelijk maagkanker werd vastgesteld, men een middel vond om zijn zoon deze ziekte te besparen. Bij de autopsie werden verschillende stukjes Napoleon verwijderd.

HET HART VAN NAPOLEON

Aan het voeteneinde van Napoleon in de Dôme des Invalides zijn de urnen met zijn hart en ingewanden geplaatst. Napoleon had tegen zijn adjudant generaal Henri Bertrand de wens geuit, dat men na zijn dood zijn hart, geconserveerd in ethylalcohol, naar zijn echtgenote Marie-Louise in Parma zou brengen: 'Zeg tegen haar dat ik haar teder bemind heb en nooit ben opgehouden haar te beminnen'. De ex-keizerin regeerde in het kleine hertogdom Parma, Piacenza en Guastalla, dat men haar had gelaten bij het verdrag van Fontainebleau. Marie-Louise wees echter dit aandenken van en aan haar dode man af; veel tijdgenoten vonden overigens dat ze dat ook niet had verdiend. Ze had namelijk al twee kinderen, in 1817 en 1819, bij haar opperhofmeester Adam Albrecht Graf von Neipperg en trouwde hem al drie maanden na de dood van Napoleon. Een van de (on)smakelijke verhalen rond de dood van Napoleon vertelt dat het hart van Napoleon door ratten zou zijn opgevreten, toen de artsen na de autopsie hun middagpauze hielden; het zou toen vervangen zijn door een kalfshart.

NB. Napoleon II (1811-1832), de zoon van Napoleon Bonaparte en Marie-Louise van Habsburg ligt hier juist zonder hart. Bij de eerste verbanning van Napoleon in 1814 werd hij door zijn moeder meegenomen naar het hof in Wenen, waar hij op 21-jarige leeftijd aan tuberculose stierf. Hij werd in Wenen in drie delen begraven, zoals gebruikelijk was bij de Habsburgers: zijn lichaam in de Kaisersgruft van de Kapuzinerkirche, zijn hart in de Herzgruft van de Augustinerkirche en zijn ingewanden in de Alte Herzogsgruft in de Katakomben van de Stephansdom. In 1940 werd zijn lichaam door Hitler aan Frankrijk 'geschonken'. Zijn hart en ingewanden bleven in Wenen.

DE PENIS VAN NAPOLEON

Alhoewel het officiële Britse sectierapport -Napoleon stierf in Britse gevangenschap- daarover niets meldt, schijnt men bij de autopsie de penis van de keizer te hebben afgeknipt.

Waar is die penis nu?

Op basis van veel literatuur en eigen onderzoekingen heeft Boudewijn Büch (1948-2002) de zwerftocht van de penis van Napoleon weten te reconstrueren.

* Francesco Antommarchi (1789-1838) was lijfarts van Napoleon en een van de mannen die deelnamen aan de autopsie na de dood van Napoleon op 5 mei 1821. Hij zou de penis hebben afgesneden en hebben doorgegeven aan Napoleons kamerdienaar Louis Etienne 'Ali' Saint-Denis (1788-1856) en de Corsicaanse priester Angelo Vignali (1789-1836), de biechtvader van de keizer. De kamerdienaar meldde in een postuum gedenkschrift dat hij en Vignali 'kleine stukjes van Napoleons lichaam wegnamen tijdens de autopsie'.

* Lange tijd werd niets meer vernomen. Maar toen kocht in 1924 de bekende boekenantiquaar dr. A.S.W.Rosenbach op een veiling in Londen een aantal spulletjes van kapelaan Vignali, waaronder 'een onplezierig stukje vergaan weefsel, een soort gemummificeerd spierachtig deeltje'.

* In de Tweede Wereldoorlog kwam het orgaan in bezit van de verzamelaar Donald Hyde.

* Na zijn dood verkocht de weduwe het aan Rosenbachs biograaf Fleming, die hem ook opvolgde als directeur van het antiquariaat.

* In 1961 was handschriftenhandelaar Bruce Gimelson de eigenaar.

* Daarna bewaarde een bibliofiel echtpaar de penis een tijd in een doosje.

* In 1969 werd de penis geveild bij Christie's als 'een klein, opgedroogd object, elegant omschreven als gemummificeerd spierweefsel, genomen van 's keizers lichaam tijdens de sectie' en bracht 4000 dollar op.

* In 1977 werd de penis geveild in Parijs en ging voor 6000 francs in andere handen over.

* In 1992 kocht de Amerikaanse uroloog dr. John Kingsley Lattimer naar eigen zeggen de penis van een Parijse handelaar en nam hem mee naar New York, waar hij deel ging uitmaken van Lattimers collectie 'souvenirs uit de geschiedenis van de duistere kanten van de wereld'.

Bronnen: Boudewijn Büch: Steeds verder weg (Amsterdam/Antwerpen 2002). Armin Dietz: Ewige Herzen. Kleine Kulturgeschichte der Herzbestattungen (München 1998)

Parijse parken:

Ik ontving de brochure van de parken en tuinen van de stad Parijs. Daarin staan een aantal rondleidingen op Parijse begraafplaatsen vermeld. Passy, Batignolles, Thiais, Montparnasse, Montmartre en Père Lachaise verzorgen thematische wandelingen. De laatste drie verzorgen zelf rondleidingen voor slechthorenden en Père Lachaise verwent zelfs Engelstaligen. De rondleidingen kosten € 5,70. Interessant voor mensen die eens naar de Franse hoofdstad trekken. Informatie over data en mogelijkheden kunnen zij altijd bij mij verkrijgen.

Le mur des fédérés door Rudy Witse:

Grafzerkje Willem Houbrechts heeft veel pijlen op zijn boog. Als Rudy Witse zette hij ooit eens een L.P. vol met 12 gedichten over ... Père Lachaise. Ik wil de Grafzerkjes deze literaire ontboezemingen niet onthouden. Daarom hierna zijn gedicht “Le mur des fédérés”. Volgende keer meer van dat moois. Mensen die nog in het bezit zijn van een platendraaier en die interesse hebben voor de gedichten voorgedragen door Willem Houbrechts en Peggy Delandtsheer en van aangepaste muziek voorzien door altsaxofonist Mike Zinzen, kunnen een exemplaar bekomen aan € 7,5. Te bevragen bij Willem Houbrechts, Generaal Lemanstraat 34, 2600 Berchem, telefoon 03/230 49 26, E-mail: houbrechtsw@yucom.be. Zij moeten de plaat wel zelf komen ophalen. Een andere mogelijkheid is dat ik ze voor u meebreng op een of andere bijeenkomst. Maar dan toch liefst eerst Willem bellen daar de voorraad beperkt is.

Le mur des fédérés:

ach, geweld loutert niet steeds, hoewel
het goed doet in je bloed en dat van anderen
toont, karmijn, kostbaar, totalitair
vernietigend

als het monster weer zijn tanden wet
(steeds anders: brugse metten, de bastille, woodstock)
en lacht, gehaat, gevreesd -
als het tempeest weer raast en woedt
en moordt en doldraait en bloedt
en doodbloedt,
wie denkt er dan aan gisteren, of morgen?

laten we lachen
met de droom die weergaloos de massa bloeit, en
telkens toch tyrannen spuwt: de revolutie éét
haar kinderen niet, maar voedt ze op met
gesel, narrenkap en dwangbuis,
blinde gehoorzaamheid die opnieuw revolutie baart
laten we lachen dus.

honderdzevenenveertig. of meer
of minder. who cares.
zij liggen hier, maar niet zoals zij waren:
lillend van leven, graaiend naar geloof, barstend
van bewustzijn: wij zijn geweest, wij zijn
er geweest.

de rij is lang van hen die zelfs niet
wisten dat de kerselaar bestond
maar enkel droomden.

Winnaars namen hun Grafzerkjesaward in ontvangst:

Onder de deelnemers aan de rondleiding op de begraafplaats van Roeselare mochten we de twee winnaars van de unieke, omdat hij slechts éénmalig werd uitgereikt, Grafzerkjesaward begroeten. An Hernalsteen en Rudy D' Hooghe verzekerden ons dat het diploma een mooi plaatsje gaat krijgen.

Grafzerkjes adopteren monumenten:

Grafzerkje Johan Moeys adopteerde twee grafmonumenten op de Gentse Westerbegraafplaats. Rudy D’Hooghe, beheerder van deze dodenakker, pleegde het volgende artikel:

Sedert kort is Grafzerkje Johan de trotse concessiehouder van twee door hem geadopteerde kelders met bijhorend monument die zich bevinden op het 130 jaar oude gedeelte van de Gentse Westerbegraafplaats. Let wel, deze adopties gebeurden in tempore non suspecto wanneer er nog geen sprake van was dat de Westerbegraafplaats de Grafzerkjesaward zou binnenrijven. Johan heeft hier dus zeker niet gehandeld met voorkennis. Dit volledigheidshalve voor de achterdochtige lezer.

Het eerste graf was van de familie De Schepper-Niffle die op 44-jarige, respectievelijk 50-jarige leeftijd overleden in 1917-1918. Het monument dat onmiddellijk opvalt door het prachtig portretmedaillon biedt een romantische aanblik met de typische afgebroken zuil (het jong afgebroken leven) en bestaat voor het overige uit brokstukken. De tekst is veelzeggend : "La guerre n'a épargné de leur foyer que ces quelques pierres qui leur servent de tombeau." In 1922, respectievelijk 1929 werd telkenmale een doodgeboren neefje bijgezet.

Het tweede graf behoort toe aan de familie Klipstein-De Saegher en telt zeven bewoners, er begraven tussen 1882 en 1935. De jongste was 5 maanden, de oudste 95 jaar. De sokkel van dit monument vertoont ernstige breuken. Bovenaan prijkt de van twee verschillende vleugels voorziene zandloper, duif en vleermuis: het leven vervliegt bij dag en bij nacht, bij goed en bij kwaad. De omkeerheid van de zandloper slaat natuurlijk op het nieuwe leven dat wacht. Ook de bloembak wacht duidelijk op wat nieuw leven, Johan...

Wat meer over het adopteren van graven.

Krachtens artikel 9 van de Aangepaste wet van 20 juli 1971 op de Begraafplaatsen en de Lijkbezorging kan enig belanghebbende een vervallen altijddurende concessie van weleer hernieuwen. De enige reden die een gemeentebestuur kan aanhalen om dit te weigeren, is als blijkt dat de kandidaat concessienemer financieel over onvoldoende middelen beschikt om het monument als een goede huisvader te beheren. Dit kan dus op alle begraafplaatsen in België. Steden als Brugge, Gent en Mechelen beklemtonen deze mogelijkheid door ze in de verf te zetten als “adoptie van een graf”. Maar ook steden die stilzwijgend voorbijgaan aan deze mogelijkheid kunnen een dergelijke aanvraag niet weigeren tenzij om de hierboven aangehaalde reden. Een dergelijke hernieuwing is bovendien kosteloos. De enige kost die kan aangerekend worden, is die van een administratieve zegel om jou de bijhorende concessietitel te verschaffen. In Gent kost die € 3, meestal ligt de prijs ook bij andere gemeenten in die buurt. Juridisch houdt een dergelijke adoptie wel het een en ander in. Voortaan ben jij dus de verantwoordelijke beheerder voor het monument. In die zin dat het je geen rechten verschaft: je kan er dus niet in worden begraven, je kan ook de plaatstoewijzing van de oorspronkelijke concessiehouder niet wijzigen (gesteld dat er nog moet in begraven worden) en je kan ook geen wijzigingen aanbrengen aan het grafteken. (Bijvoorbeeld geen kruisteken plaatsen op het graf van een vrijzinnige) Anderzijds heb je wel de plicht om het monument in goede staat te bewaren voor de komende vijftig jaar. Ook als er een ongeval gebeurt doordat een arduinen kruis bijvoorbeeld neerkomt op de voet van een voorbijganger kan je in eerste instantie aansprakelijk worden gesteld. In Nederland is er hier echter al rechtspraak over die in een concreet geval de aansprakelijkheid toch bij het gemeentebestuur legde.

Het is dus iets dat je niet lichtzinnig mag doen. Het vraagt een stuk verantwoordelijkheid en inzet. In sommige steden kan je op die manier een aantal waardevolle monumenten van de slopershamer redden, maar denk toch ook maar eens na over die verantwoordelijkheid voor de komende vijftig jaar. Gent zelf is de hoeder van ongeveer twintigduizend keldermonumenten verspreid over 18 begraafplaatsen. Vanaf 1993 hebben wij de slopershamer een halt toegeroepen. Inmiddels hadden er zich helaas al heel wat amputaties in onze dodentuinen voltrokken. Dit leidt dan tot een extra storend gezicht door de “glimmertjes” (granieten zerken) die ervoor in de plaats komen. Momenteel wordt er echter behoorlijk conserverend gewerkt. Hoewel je ze niet allemaal kan redden, is het toch een heel lovenswaardig initiatief van diegenen die er een paar onder hun vleugels nemen. Het is soms ook een extra uitnodiging om je wat verder te verdiepen in de geschiedenis van diegenen wiens graftombe jij nu verder wil onderhouden. Wie waren ze? Wat is hun levensverhaal? Dit is vaak een stukje stamboomklimwerk dat behoorlijk bemoeilijkt wordt door de wet op de privacy die onontbeerlijke informatie zoals een adres of een afstamming tot honderd jaar terug afschermt.

Het hergebruiken van een keldergraf.

Wat soms wordt verward met adoptie is het hergebruiken van een graf met overname van het bestaande monument. In dit geval wordt de kelder leeg gemaakt voor de nieuwe bewoners. Het hergebruiken van een keldergraf met monumentovername is wel niet afdwingbaar tegenover de gemeentebesturen. Brugge was daar koploper mee, sedert 28 december 1995 past ook Gent deze fantastische mogelijkheid toe en in Mechelen komt het vaak zelfs goedkoper uit dan een concessie op een nieuwe kelder omdat oude kelders een lagere concessieprijs kennen. De voordelen hiervan zijn duidelijk: het is een lovenswaardig initiatief naar het funerair patrimonium toe, er zijn geen uitbraakkosten, de nieuwe concessienemer spaart de aankoop uit van een nieuw zielloos “glimmertje” en komt vaak te rusten in een benijdenswaardige omgeving. Zou je nog twijfelen?”

Willy Cornelissens blijft niet achter:

Grafzerkje Willy Cornelissens, die zijn sporen reeds verdiende met zijn inzet voor het in ere herstellen van het grafmonument voor schilder Theodoor Verstraete op het Antwerpse Schoonselhof, deed eveneens zijn duit in het zakje. Alhoewel het geluk deze keer aan zijn zijde stond.

Zoals velen misschien reeds weten is Willy de Webmaster van de www.schoonselhof.be site. Niet alleen levert hij prachtig werk voor de Grafzerkjes door ons programma en een Selectie van de Nieuwsbrief met het nodige fotomateriaal op de site te zetten maar ook voor mij door het Schoonselhof én de rondleidingen aldaar populair te maken. Ook kregen een aantal grafmonumenten de nodige aandacht. Het aantal zal nog toenemen maar alles kost de nodige tijd. Ik bezorgde Willy een aantal foto’s om de tekst van de graven te illustreren. Eén daarvan was het monument Pierre-Pellens met een prachtig beeld van de hand van Arthur Pierre. Langs de neus weg vroeg Willy of de concessie niet over te nemen was, dus adoptie zoals Rudy hiervoor reeds beschreef. Ik zegde hem dat ik er voor vreesde maar dat ik toch de vraag eens zou stellen aan de mensen van de administratie van de begraafplaats Schoonselhof. Ik was verbaasd maar de concessie was over te nemen. Willy deed het nodige, in Antwerpen kost u dat € 7,5, en is nu de gelukkige bezitter van een prachtig monument dat hij, wanneer het weder het toelaat, gaat opknappen. Dus alweer positief nieuws.

Willy verzamelde zelf de volgende informatie:

“Het grafmonument van Hermanus Pierre-Pellens bevindt zich op perk Y, rij 17/2. Het werd samen met de lichamen van zijn overleden echtgenote Joanna Fransisca Pellens en haar zuster Maria Henrica Pellens van de Kielbegraafplaats naar het Schoonselhof overgebracht. Zijn echtgenote Joanna Fransisca overleed op 15 december 1914, 47 jaar oud en haar zuster Maria Henrica overleed op 29 mei 1915, 40 jaar oud. Na zijn overlijden werd het lichaam van Hermanus Pierre op 5 november 1941 op het Schoonselhof bijgezet. Het grafmonument met een sierlijke vrouwenfiguur is een ontwerp van Arthur Pierre, tevens broer van Hermanus Pierre. Arthur Pierre is gekend om zijn funerair beeldhouwwerk en is hier op het Schoonselhof rijkelijk vertegenwoordigd.”

Zaterdag 26 juli 2003:

Op zaterdag 26 juli: een dagje Brussel. Een groot aantal Grafzerkjes hebben het kerkhof van Laken nog nooit bezocht. Om 10:30 uur bezoeken we deze begraafplaats onder leiding van Cecilia Vandervelde. Bijeenkomst aan het Onze-Lieve-Vrouwvoorplein. Om 14 uur bezoeken we met Cecilia Vandervelde de begraafplaats Sint Joost ten Node aan de Henri Choméstraat 9. Dit is in de onmiddellijke omgeving van het station en metrostation Meiser, vlakbij het VRT-gebouw.

De inschrijving is € 5 per rondleiding. Men dient niet voor de twee in te schrijven.

Informatie over de begraafplaatsen die we heden bezoeken is te vinden in:

KERKHOF VAN LAKEN, Marcel M. Celis - Jos Vandenbreeden, VZW Epitaaf en uitgever Plaizier, D 1991 5274 1.

BRUSSELSE WANDELINGEN, HET KERKHOF VAN LAKEN, Marcel Celis, Stad Brussel Cel Historisch Erfgoed, D 1999 8333 2.

KERKHOF LAKEN EN ATELIER SALU, Elishout avondschool 1996-1997.

LA NECROPOLE DE BRUXELLES, Cecilia Vandervelde, Commission d'Histoire de l'Europe 1991.

LES CHAMPS DE REPOS DE LA REGION BRUXELLOISE, Cecilia Vandervelde, 1997.

GUIDE DES CIMETIERES DE BRUXELLES, Jacques A.M. Noterman, Editions J.-M. Collet, ISBN 2 87367 060 6.

OMTRENT HET ONZE LIEVE VROUWEVOORPLEIN IN LAKEN, Marcel M. Celis - Jos Vandenbreeden, Gemeentekrediet en Koning Boudewijnstichting, 90 5130 155 3.

BRUSSELSE BEGRAAFPLAATSEN, Brochure nav Brusselse begraafplaatsendag, VZW Stichting Monumenten- en Landschapszorg en VZW Epitaaf, D 1995 4377 7.

HET ATELIER ERNEST SALU TE LAKEN, Epitaaf VZW.

Nacht van de geschiedenis op Sint-Fredegandus:

Drie Grafzerkjes en zo’n 80-tal andere geïnteresseerden verzamelden op dinsdag 25 maart aan het begraafpark Sint Fredegandus te Deurne. Voor de eerste maal werd, in samenwerking met het Davidsfonds, de Nacht van de Geschiedenis ingericht. Een schot in de roos, zeker wanneer men rekening houdt met de belangstelling. Keerzijde van dit succes was dat de deelnemers het moesten stellen met één gids, Ludo Peeters, en één heks, Sibylle Snoeck. Gewapend met brandende fakkels togen de groepen op pad. De Grafzerkjes hadden het voordeel dat ze meestapten met Ludo Peeters, de stuwende kracht achter de VZW Turninum - de lokale heemkundige kring die zich al 27 jaar inzet voor het Sint Fredeganduskerkhof. Eerst vertelde hij de geschiedenis en dan op pad. Eerst werd haltgehouden aan het monument voor August Jansens, drukker en uitgever van werk van Conscience. Daarnaast een monument in art nouveaustijl, volgens Peeters een obelisk met bronzen asurnen. Op het kruispunt het mooie monument voor volkszanger Andreas De Weerdt met een medaillon van Alfons Mauquoy en een beeld van de hand van Frans Joris. Grafzerkje Johan Moeys fotografeerde het beeld in de avondlijke uren. Aan de overzijde het enorme grafmonument met zittende leeuw voor Jan De Laet, letterkundige en volksvertegenwoordiger. Bij de kerk het grafmonument voor Albert Maquinay, stichter van American Petroleum Company. Verder tegen de kerkmuur de grafkelder voor Waltmanus Van Lissum, kanunnik van de Sint-Michielsabdij, burgemeester Legrelle en Jan Celens. Via Constance Teichman, de engel van Vlaanderen en Henriette Janssens, ballerina met een beeld van de stervende zwaan ging het naar de tumulusgrafheuvel waar Sibylle Snoeck ons opwachtte. Toen was het pikdonker en ik vrees dat de tweede groep die met Ludo Peeters op stap ging weinig van de monumenten gezien heeft. Die fakkels zijn goed maar niet om grafmonumenten toe te lichten. Er was wel een verantwoordelijke van het Davidsfonds met grote schijnwerper in het gezelschap maar die ging mee met onze groep en heb ik niet weten schijnen tijdens de gehele rondgang.

Sibylle kon mij niet zo bekoren. Haar uitleg was verre van duidelijk. De helft van de tijd moest ze op papiertjes spieken en, doordat ze de groep nog eens opsplitste in kleine groepjes om de tumulus te beklimmen, wist ze niet meer wat ze aan wie verteld had. Ik ergerde mij ook aan het feit dat in haar ogen heksen door de eeuwen heen alleen maar goede dingen gedaan hebben en dat heksenvervolging afgedaan werd als “een geschiedkundige vergissing”.

“De laatste reis” en “Sint-Fredegandus: van begraafplaats tot begraafpark”

“De laatste reis” is een archeologische kijk op dood en begraven. In deze tentoonstelling zal aan de hand van archeologische gegevens een overzicht geboden worden van 25 eeuwen begrafeniscultuur in Antwerpen.

In de tuin is een documentaire tentoonstelling gepland onder de titel “Sint Fredegandus: van begraafplaats naar begraafpark”. Hierbij zal het Deurnese Sint Fredeganduskerkhof in de kijker geplaatst worden.

Beide tentoonstellingen zijn te bewonderen in het stedelijk informatiecentrum archeologie en monumentenzorg aan de Kloosterstraat 15 te Antwerpen. Zij zijn voor het publiek te bezichtigen tot 31 augustus 2003.

Grafzerkje Johan Moeys bezocht de beide tentoonstellingen en ziehier zijn commentaar:

“Ik bezocht de funeraire tentoonstellingen in Antwerpen (25 eeuwen begraven in Antwerpen en St-Fredegandus van begraafplaats tot begraafpark). Het viel wat tegen: slechts één zaaltje met enkele voorwerpen. Het gedeelte over Sint Fredegandus was zo mogelijk nog kleiner: enkele gedichten in de tuin en een bord met het chronologische verloop van de geschiedenis van St-Fredegandus. Het enige positieve was dat de inkom gratis was.”

Dus Grafzerkjes kom niet klagen dat je niet verwittigd waart.

Herinneringen aan herinneringen: funeraire cultuur in beeld:

Grafzerkjes Marie Claire Vandersmissen & Edgard Nelissen gaven volgende tip: Vier fotografen tonen hun visie op het funerair erfgoed. Pol De Prins toont beelden van Italiaanse, Franse en Brusselse begraafplaatsen. Oscar Pauwels belicht het Sint Fredeganduskerkhof. Bert Bracke toont impressies van de funeraire tuin in de ateliers Salu te Laken. Stefan Dewickere toont detailopnames van het Schoonselhof. Deze tentoonstelling wordt aangevuld met foto’s over merkwaardige Groot-Lanakense grafmonumenten.

De tentoonstelling is, tussen 30 mei en 9 juli, alle werkdagen, tussen 13.30 uur en 17 uur, te bezichtigen in de Museumkerk van Rekem.

Westerbegraafplaats:

Tip van Grafzerkje An Hernalsteen:

Op zondag 27 en op maandag 28 juli 2003 telkens om 10.30 uur is er themarondleiding op de Westerbegraafplaats, Palinghuizen te Gent. Het thema is “Burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden”. Gids is de, met de Grafzerkjesaward bekroonde, An Hernalsteen.

De prijs is € 2 en de inkomsten zullen gebruikt worden om monumenten te restaureren.

Bijkomende tip van Jacques: indien je niet weet hoe twee euro er uit ziet: dit is een grijs briefje met het cijfer 5 erop. An Hernalsteen en de Gentse monumenten zullen uw goedheid zeer op prijs stellen en ik ben ervan overtuigd dat het geld goed besteed zal worden.

Grafzerkje of andere naam ?

Vanuit Nederland kreeg ik een reactie van de heer Leon Bok die, op de website, de vraag naar naamswijziging las. Hij stelt:

“Ten aanzien van uw discussie over de naam van uw club het volgende (als u mij het permitteert): Ik vermoed dat de leden van de Terebinth en Epitaaf zich niet 1,2,3 laten personificeren met de naam van hun vereniging. Dit zie ik echter wel bij de grafzerkjes. Zolang de leden daarmee tevreden zijn, zou ik het zo laten. Evenwel doet mij het voorkomen dat het woord als verkleinwoordje wat twijfels kan oproepen. Beter zou zijn het meervoud te hanteren "Grafzerken" ... maar goed! Wellicht hebt u iets aan bovenstaande opmerkingen.

Ik antwoordde de heer Bok dat ik zijn opmerking terecht vond maar dat wij ons nooit hebben willen opstellen als vereniging. Wij willen ons wel profileren als een ludiek groepje dat op geregelde tijdstippen een of andere begraafplaats bezoekt en een Nieuwsbrief uitgeeft waar ik, en anderen, hun ergernissen op een, soms, sarcastische of komische wijze kunnen spuien.

Frankrijkreis:

Grafzerkjes Marie Claire Vandersmissen & Edgard Nelissen bezorgden volgend ooggetuigenverslag van de Frankrijkreis ingericht door de Terebinth. Doordat ik hen achter de veren zat, tijdsnood ziet u, hebben ze niet de tijd gekregen om het verslag tot in de details uit te werken.

“Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit herhaalden dit jaar hun reis van vorig jaar naar de funeraire cultuur van Frankrijk. Dit gebeurde opnieuw onder auspiciën van de Terebinth. Dat het goed ging zijn wisten we al van collega Rudy D’Hooghe die vorig jaar al de eer en het genoegen had om deel te nemen. Zijn verslag verscheen in het grafzerkje van Hamme. (Selectie Nieuwsbrief 5)

Funeraire cultuur en begraafplaatsen vormden het thema en dat hebben we, Vlaamse Grafzerkjes, samen met een dertigtal andere enthousiaste mensen, ook geweten! Niettegenstaande een indrukwekkend aantal begraafplaatsen werd dit nooit een sleur. De reisleiding slaagde er immers in om meer dan voldoende variatie op thema te brengen.

We gaan het niet allemaal (kunnen) noemen. Maar toch even enkele impressies.

De begraafplaats la Madeleine in Amiens is een grote romantische tuin waar natuur en architectuur, verval en restauratie, een mooi evenwicht gevonden hebben. Wij hoorden regelmatig terechte verwijzingen naar het zo bekende Highgate in Londen. Als toetje zagen we er bovendien het graf van Jules Verne. Het is ons nog altijd niet duidelijk of hij in dan wel uit zijn graf aan het kruipen was.

De dag voordien logeerden we in de prachtige stad Arras met een helaas minder fraai kerkhof. De stelling dat de Franse begraafcultuur aan het vervlakken is, werd hiermee een duwtje in de rug gegeven. Het kerkhof van Reims zou dit later nog verder bevestigen.

In Parijs keken we vanuit onze hotelkamer recht op het kerkhof van Montmartre met zijn mooie kastanjebomen. Een bezoek aan het gerenommeerde Père Lachaise vormde uiteraard een must, net zoals de catacomben in de buurt van Montparnasse, met de resten van ruim 6 miljoen mensen. We ontdekten er ook door ons nog niet gekende pareltjes van kerkhoven zoals het artistieke en rijke Passy, met de Eiffeltoren op de achtergrond, en het nog kleinere Saint-Vincent aan de voet van de Sacré Coeur.

Last but not least, werd er een bezoek aan een zeer gastvrije André Chabot ingelast. Hij verzorgde een schitterende diavoorstelling over internationale grafmonumenten. Door Rindert Brouwer aangevuld met gesproken teksten. Om vingers en duimen af te likken.

In Asnières, bij Parijs, werd net voor 1900 de eerste dierenbegraafplaats ter wereld aangelegd. Louter voortgaand op haar benaming “cimetière des chiens” zou het moeten gaan om een hondenkerkhof. Maar hier, net naast de Seine, liggen zelfs schapen, parkieten, paarden en zoveel meer eens geliefde huisdieren begraven.

Architectuur werd tijdens onze reis hoog in het vaandel gedragen.

We bezochten immers niet enkel de prachtige gotische kathedralen van Amiens en Reims. We aanschouwden ook de pracht en praal van de basiliek van Saint Denis. Een koninklijke begraafplaats die best kan omschreven worden als het belangrijkste museum voor funeraire beeldhouwkunst in Frankrijk.

Het Panthéon, een voormalige tempel/kerkgebouw, werd de laatste rustplaats voor vele beroemde Franse persoonlijkheden. Een bezoek aan deze locatie kon dan ook niet uitblijven.

Natuurlijk brachten we ook een bezoekje aan Napoleon in de Dôme des Invalides. En een avondlijke begeleide rondrit door het verlichte Parijs mocht ook niet ontbreken.

Bij start en einde van onze 7-daagse was er veel aandacht voor de eerste wereldoorlog. Waarbij de militaire begraafplaats van Vimy op de eerste dag ons net iets meer aansprak dan Verdun, dat op de voorlaatste dag geprogrammeerd stond. Op beide plaatsen werden we geconfronteerd met omgewoelde terreinen waar honderdduizenden doden vielen om enkele meters “strategisch” terrein te winnen. De rauwe situatie van de oorlog kon je echt voelen tijdens een wandeling in de loopgraven en het ondergrondse fort van Douaumont.

Het bezoek aan de begraafplaats rond het oude kerkje van Marville was een unieke belevenis. Een prachtige heuvellocatie waar bewaard gebleven middeleeuws funerair erfgoed in combinatie is gebracht met dit van vandaag. De ideale plaats om een schitterende 7-daagse te sluiten en de terugreis naar Eindhoven aan te vatten.

Een aanrader voor de nabije toekomst wordt dan ook zonder twijfel de volgende reis naar het noorden van Duitsland en Denemarken!

U mag rekenen op:

* een professionele en attente organisatie door Jeannette en Rindert
* een zeer uitgebreide en gedetailleerde voorbereidingsbundel die ruim op voorhand beschikbaar is
* een leuke groep van Nederlanders en Belgen.

Funerair weekeinde Antwerpen:

Naar aanleiding van het feit dat er een aantal nieuwe Grafzerkjes en Terebinthers de Grafzerkjes vervoegd hebben wil ik iets nieuw uitproberen namelijk een funerair weekeindje ... Antwerpen.

Wat staat er op het programma: zaterdag 23 augustus te 14 uur bezoek aan Sint Fredeganduskerkhof te Deurne. Nadien wordt er een bezoekje gebracht aan het plaatselijke Volkskundemuseum. Onze gids is Ludo Peeters, de stuwende kracht achter VZW Turninum de lokale heemkundige kring. Zondag 24 augustus te 10 uur bezoek aan de begraafplaats van Berchem. Om 13:30 uur bezoek aan Schoonselhof, het Antwerpse Père Lachaise.

Iedereen kan deelnemen na vooraf ingeschreven te hebben. Ik zoek in de eerste plaats onze Nederlandse vrienden dit pakket aan te bieden. Daarom ben ik op zoek aan bereidwillige Grafzerkjes die hen op zaterdag 23 augustus onderdak zouden kunnen verlenen, uiteraard staat het de Nederlandse deelnemers vrij om een hotel te zoeken. Het is ook mogelijk om, dit voor de lokale Grafzerkjes of andere geïnteresseerden, voor één of twee rondleidingen in te schrijven. De deelnemers die voor het hele pakket inschrijven krijgen de voorkeur tot 1 juli. Na 1 juli kunnen andere geïnteresseerden inschrijven. Er worden maximum 25 deelnemers per rondleiding toegelaten. De prijs is € 5 per rondleiding, per persoon.

Dus, geïnteresseerden voor het gehele pakket en bereidwillige zielen om eens een dagje gastvrij te wezen, contacteer mij zo vlug mogelijk.

Voor alle informatie slechts één adres:

Dankzij de inzet van Grafzerkje Willy Cornelissens beschikken we nu over een eigen website. Op www.schoonselhof.be kunt u allerlei funeraire informatie aantreffen. Onder “Schoonselhof”, informatie en een korte rondleiding over de begraafplaats. Onder “Rondleidingen”, de mogelijkheden die er zijn om verschillende rondleidingen mee te maken voor verenigingen en individuele bezoekers. Onder “Grafmonumenten”, een selectie van monumenten op de begraafplaats Schoonselhof. Dit gedeelte wordt nog regelmatig bijgewerkt. Momenteel zijn reeds 96 grafmonumenten beschreven. Onder “Grafzerkje” stellen de Grafzerkjes zich voor. Naast het programma voor 2003 zijn hier ook de Terebinthreizen in opgenomen en is er een selectie van de voorbije Nieuwsbrieven te raadplegen, soms met nog niet in Grafzerkjes gepubliceerde foto’s.

Voor alle informatie slechts één adres:
Jacques Buermans,
Frieslandstraat 4 / bus 6, 2660 Hoboken
Tel. / Antwoordapparaat / Fax: 03 / 829 16 03 (vanuit Nederland 00/32/3/8291603) - GSM: 0494 / 47 37 46
E-mail: jacques.buermans@scarlet.be
Websites:
www.grafzerkje.be - voor al uw informatie over vzw Grafzerkje
www.schoonselhof.be - voor al uw informatie over de begraafplaats Schoonselhof
www.antwerpsebegraafplaatsen.be - voor al uw informatie over Antwerpse begraafplaatsen
------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------