------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------


ANDRE CHABOT

Tentoonstelling in Tournai (Doornik)

Tussen 20 januari en 16 februari 2003 had in Doornik in het "Maison de la Culture", Esplanade George Grard, boulevard des Frères Rimbaut, Tournai (Doornik) een tentoonstelling plaats "Vanité des Vanités". Van dinsdag tot en met zaterdag tussen 10.30 uur en 18 uur; zondag tussen 14 en 18 uur. De toegang was gratis. Een van de meer dan 80 exposanten was André Chabot. Ik had het genoegen deze sympathieke Parijzenaar te ontmoeten. Ik pleegde indertijd volgend artikel over deze man.

André Chabot heeft inspiratie te over

André Chabot is van oorsprong professor in de letteren. Zo'n dertig jaar geleden werd hij, op enkele maanden tijd, getroffen door drie sterfgevallen in zijn onmiddellijke omgeving. Vanaf dat moment stond alles wat André deed in het teken van het funeraire. In die dertig jaar ontwikkelde hij zich tot een persoonlijkheid op dit gebied, wiens naam ver buiten de grenzen van de lichtstad, weerklank had. In de eerste plaats heeft hij niet minder dan vier boeken op zijn actief staan: met onder andere een werk over de erotiek, een werk over de dichtkunst en epitafen en een over de funeraire architectuur. Verder verleent hij zijn medewerking aan een aantal funeraire tijdschriften die in Frankrijk verdeeld worden: "Le funéraire magazine" en "Le mausolée". Uiteraard geeft hij rondleidingen op de Parijse begraafplaatsen. Verder gaat al zijn vrije tijd naar het bezoeken van begraafplaatsen in binnen- en buitenland. Momenteel bezit hij meer dan 130 000 foto's van grafmonumenten. Vele van die foto's zijn ongewoon. Chabot schrikt er niet voor terug om zich te laten opsluiten om zo ongewone beelden te maken. Zo liet hij zich op het overbekende "Cimetero Monumentale" te Milaan, kieken op de rug van de enorme bronzen os of fotografeerde hij het fameuze laatste avondmaal op de tombe van de familie Campari langs de achterzijde zodat een heel apart beeld ontstond.

André Chabot is ook gekant tegen de eenvormigheid die vele hedendaagse begraafplaatsen eigen is. Hij zet zich af tegen "parkings", zoals hij toelicht door te stellen dat het op vele hedendaagse dodenakkers punt is om op zo'n klein mogelijke oppervlakte een zo groot aantal, liefst nog eenvormige, graven te plaatsen. In die optiek stelt hij dat de Japanse begraafplaatsen te eenvoudig zijn en geeft hij "vijf sterren" aan de Italiaanse begraafplaatsen, Genua voorop. Een ander aspect in het leven van André is dat hij in binnen- en buitenland tentoonstelt met zogenaamde "objecten". In totaal heeft hij meer dan 370 tentoonstellingen op zijn actief, in eigen land maar ook in tal van Europese landen, Canada en de Verenigde Staten van Amerika. In 2000 was er op de begraafplaats van het Belgische Verviers werk van hem te bewonderen. Aan de hand van "lichtkranten" liet hij als het ware de doden zich tot de levenden wenden. Voor een tentoonstelling op de begraafplaats van Picpus, waar in massagraven 1306 mensen liggen die door de guillotine tijdens de Franse revolutie aan hun eind kwamen, deed hij opzoekingwerk om de namen van die 1306 onfortuinlijken te bekomen en alzo evenveel naambordjes aan mekaar te verbinden door een fijne draad gescheiden door evenveel scheermesjes.

In zijn atelier zijn ook een aantal verwezenlijkingen te bewonderen. Origineel is een harpkist met een lichtgevende foto van een grafmonument van een dame ... met een harp. Hij toont een zandloper gemaakt uit plastic en met als inhoud grijs zand die veel sneller loopt dan een normale zandloper ... het leven is veel korter dan men denkt. Ook maakt André Chabot zijn eigen stripverhalen. Aan de hand van vier, uit verschillende begraafplaatsen afkomstige grafmonumenten, maakt hij een zelfstandig verhaal. Een man met een schop stelt de arbeid voor, een doodsgenius vertelt het verhaal van de dood, daarnaast een foto van een bedelende vrouw met kindje: de weduwe die in armoede verder moet leven en tenslotte een opstijgende engel: de zelfmoord van de dame in kwestie. Hij koopt op rommelmarkten familiealbums op en maakt zo, aan de hand van doodsfoto's, een eigen familiealbum. André heeft zelf, in zijn kelder, een virtuele begraafplaats. Een aantal maquettes stellen grafmonumenten voor, zoals daar zijn een zwarte graftombe met een gouden draad die door een gouden schaar wordt doorgeknipt ... het doorsnijden van de levensdraad; een graftombe met treinrails en een bumper waar het treinspoor stopt ... het beëindigen van het leven. Sommigen getuigen van een zeker sarcasme, anderen vertolken een prachtig gevoel voor humor, weer anderen zijn zo ongeloofwaardig dat men denkt dat ze enkel uit het brein van deze man kunnen ontsproten zijn tot ... André Chabot een foto toont waarop een grafmonument staat dat zijn fantasie sterk benaderd. Dus de werkelijkheid is niet altijd ver weg.

Indien men de tentoonstelling bezoekt is het misschien ook mogelijk een van de twee Doornikse begraafplaatsen met een bezoek te vereren? Er bestaan twee boeken uitgegeven door Jacky Legge.

LE CIMETIERE DU NORD A TOURNAI, Jacky Legge, Editions Présence et Action culturelles 1999 Hainaut occidental, D 1999 4102 1.

LE CIMETIERE DU SUD A TOURNAI, Jacky Legge, Editions Présence et Action culturelles Hainaut occidental, D 1995 4102 1.

Dit artikel verscheen in de Nieuwsbrief Nr. 9 - januari 2003

------- SLUIT HET VENSTER OM TERUG TE KEREN -------