Nieuwsbrief Nr. 97 - januari 2017

Sint-Joost en de meerwaarde van een topgids


Om 10.30 uur verzamelden 13 leden van vzw Grafzerkje zich aan de ingang van de begraafplaats. An Hernalsteen had vooraf aan de gemeente toestemming gevraagd om de begraafplaats te bezoeken en haar antwoord stuurde de gemeente Sint-Joost naar vzw, een vereniging zonder wensen … Grafzerkje?
Niets van aan want onze “wensen” werden vervuld toen we een beroep konden doen op Stefan Van Camp. Het is steeds een genoegen om de bevlogenheid van deze topgids te mogen beleven, dus nu ook weer.
De ingang van de begraafplaats is een neo-Etruskische stijl met art nouveauelementen van architect Léon Govaerts. Guy Cudell was maar liefst gedurende 46 jaar burgemeester. Hij was de laatste burgemeester die bij officiële gelegenheden het zwaard en de tweesteek droeg. Armand Steurs, advocaat en burgemeester ligt onder een werk van Isidore De Rudder. Het prachtige “Misère” aan de ingang van de catacomben is van de hand van Guillaume Charlier. Op het graf Louvois een jonge vrouw die een schedel vasthoudt, een werk van Herman Heusers.
Isidore De Rudder was verantwoordelijk voor het monument op het graf van de familie Wolfers, een dynastie van goudsmeden en juweliers terwijl Guillaume Charlier het graf van zijn schoonbroer Emile Agniez violist, dirigent en componist vervaardigde. Art nouveauelementen vonden we onder meer bij het graf Borremans. Op het graf voor Aletta Hempenius een zittende, mediterende engel. De buste voor Joseph Fischer is helaas verdwenen zoals nog veel dingen op deze begraafplaats. Fischer was tenor, koorleider en componist van het Miserere voor de uitvaart van koningin Louise-Marie. François Binje was landschapsschilder.

Daarnaast een merkwaardig monument: een sfinx van de hand van Jean Lecroart bewaakt het graf voor Oscar Robert. Een zittende pleurante die met haar hoofd op de leuning rust op het graf Deschryver. Edouard Van Begin was student maar nam dienst in het leger en overleed bij een gevecht in Aarschot. Een jonge vrouw, zacht glimlachend op de laatste rustplaats Sabbe. Een imposant altaar voor de liberale burgemeester Georges Petré. Een vrouw met sluier op het graf Oostens. P. Braecke beeldhouwde het monument voor collega Guillaume Charlier. Het monument 1914-1918 is van de hand van Eugène Dhuicque. Isidore De Rudder zijn belangrijkste werk, hier op de begraafplaats, is wel het grafmonument voor Charles Rogier, minister van binnenlandse zaken en gouverneur van de provincie Antwerpen. De architect is niemand minder dan Paul Hankar.
Een pleurante van een moeder kijkend naar het portret van haar dochter op het graf van zeepfabrikant Eeckelaers .Charles De Groux was schilder. De symbolen van zijn beroep staan op het graf. Een tweede merkwaardig graf ontdekten we op de laatste rustplaats voor Julien Verbist: een zeilboot met vol zeil. Een nieuw monument voor de moeder van Lajos Kossuth. De Hongaarse gouverneur werd verbannen na de Onafhankelijkheidsoorlog van 1848-1849. Hij overleed in Turijn en werd begraven op Kerepesi, de grootste begraafplaats van Budapest.
Het grafmonument voor schilder Jean Baptist Madou kreeg blijkbaar recent een opknapbeurt. Op weg naar de uitgang kwamen we een buste tegen van Guillaume Geefs op het prachtige grafmonument, met vele funeraire symbolen, voor Jean Nicolas Nevraumont , stichter van een ouderlingentehuis. Onder andere twee doodshoofden sierden het monument. Baron Dhanis deed in opdracht van koning Leopold II een veldtocht met de bedoeling Khartoum te veroveren. Eindigen deden we met een mooi marmeren reliëf op het graf Cordemans.
Na meer dan twee uur, zonder een moment van verveling, stonden we aan de uitgang en konden we nog nagenieten bij een deftige maaltijd in een nabijgelegen restaurant.
Jacques Buermans.

Eeuwenoude graven verwijderd uit de Emblemse Sint-Gummaruskerk


In de Emblemse neogotische parochiekerk Sint-Gummarus lagen tot voorheen enkele graven uit de 17de, 18de eeuw. Het oudste graf draagt als datum 1655. De legende wil dat de kerk gebouwd is op de begraafplaats van de H. Gummarus. Reeds in de 8ste eeuw zou er op deze plaats een kapel geweest zijn. Door toedoen van Nicolaas III, bisschop van Kamerijk werd deze in 1248 verheven tot parochiale kerk.
Recentelijk werden er in deze kerk belangrijke infrastructuur werken uitgevoerd, waaronder een nieuwe bevloering. Dit bracht mede dat de oude grafzerken diende verwijderd te worden…
Met de terechtwijzing naar het locale kerkbestuur en overheid, waarbij ik de opmerking maakte dat eertijds de dierbare overledenen of hun nabestaanden kozen – mits betaling – voor een teraardebestelling mét zerk in de Emblemse kerk.
Wat nu gedaan met die lastige vraag? De grafstenen herleggen in de kerk was geen sprake meer.
Een creatieve, welwillende oplossing werd gevonden en voorgesteld:
De grafstenen, niet de graven, worden buiten naast de kerk opgericht.
Een oplossing, maar toch…
 
Stefan Crick
Januari  2017
 
Bronnen:
R. Schoonvliet, Vereeuwigd Emblem, 1981.
Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Bouwen door de eeuwen in Vlaanderen, provincie Antwerpen , arr. Antwerpen dl.10n 2 (HO-Ra), Snoeck-Ducaju & Zoon, nv. Gent, 1985.

In Paradisum een interessante funeraire dag:


Het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur vzw zette in het Heilig Hartinstituut in Heverlee het funerair erfgoed in de kijker. De oproep naar onze leden toe kende een succes want bij de meer dan 100 deelnemers bevonden zich een tiental leden van vzw Grafzerkje.
Jean-Luc De Meulemeester mocht de spits afbijten en meteen viel al op dat de dag een schot in de roos zou worden. Hij onderhield ons met een lezing “Begraven tijdens de late Middeleeuwen in West-Europa”. Hij had het tijdens zijn rijk geïllustreerde voordracht onder meer over het gebruik om de stervende een doodskaars in de hand te geven, in die kaars zat een penning met een kruis er op. Een kaars was in die tijd erg duur. De penning wordt na de begrafenis aan een arme gegeven. De kaars is heden ten dage nog dikwijls aanwezig en in sommige steden bestaat er nog steeds de traditie om na de begrafenis brood te geven aan de armen.
Ons lid Stefan Crick, van het Jacques Baron le Roy Genootschap sprak over obiits en rouwgebruiken bij de adel. Leden van vzw Grafzerkje konden Stefan zijn, uitgebreidere, voordracht reeds aanhoren tijdens onze ledenbijeenkomst in het Antwerpse crematorium. Het voeren van een rouwbord zou voortvloeien uit de riddertijd. De obiits werden na de rouwdienst in de kerk gehangen.
Annemie Van Dyck had het over textiel in de gebruiken bij het overlijden en bij de uitvaart. In vroegere tijden was de hele directe omgeving van de overledene betrokken denk maar aan de inrichting van rouwkapellen. Zwart was de rouwkleur bij uitstek later werd ook paars een rouwkleur. Annemie stelde dat vele van deze gebruiken volledig in onbruik geraakt zijn en concludeerde dat dit dan ook tot het meest bedreigde kerkelijk erfgoed is.
Kathia Glabeke, Leuvense Gidsenbond, gaf informatie over de begraafplaats van de Commonwealth, in de volksmond het “Engels kerkhof” genaamd. We kregen heel veel interessante informatie over wie hier terecht kwam maar ook over de werking van CWGC, de Commonwealth War Graves Commision. Een aantal van de deelnemers konden de begraafplaats onder haar kundige leiding bezoeken na de lunch.
Wij, Leen Otte en mezelf, verkozen een bezoek aan de begraafplaats van de Zusters Annuntiaten. Gids Ria Christens vertelde dat de Calvarie, uit 1905, en die geschonken werd door de toenmalige leerlingen er reeds stond voor er sprake was van een begraafplaats. De begraafplaats kwam er op een, eerder door de hertogen van Arenberg, rondpunt en dateert van 1952. Ze werd ingewijd in 1953 en telt 400 plaatsen. Toen we op de begraafplaats stonden viel Christine helemaal stil en onderhield ze enkel de mensen die het dichtst bij haar stonden. Spijtig.
Linda Van Santvoort, Universiteit Gent en voorzitter vzw Epitaaf  vertelde over het beeldhouwersatelier Salu (Laken 1872 – 1983). Ernest Salu I was leerling van Guillaume Geefs met belangrijk werk vertegenwoordigt op de Lakense begraafplaats denken we maar aan het prachtige beeld voor La Malibran en het, sterk verwaarloosde, grafmonument voor graaf Coghen. In het atelier bevinden zich ook een aantal gipsen van de hand van Geefs. Uniek is dat het atelier tot vandaag quasi intact bewaard is. Vzw Epitaaf draagt zorg voor dit erfgoed.
Julie Aerts gaf een korte toelichting bij de verschillende initiatieven en daarbij werd onze vzw Grafzerkje niet vergeten.
Rob Belemans, KU Leuven en Directeur Kunst & Erfgoed, had het over koffietafels en rouwmaaltijden. “Eten” is belangrijk en staat voor het leven. “Het samenzijn” geeft de mogelijkheid om herinneringen aan de overledene op te halen en contacten te zoeken en te bespreken hoe het nu verder moet, zonder de overledene. Heel tof was dat de spreker linken legde met het gegeven in de literatuur maar ook in televisie en film.
Voor de laatste spreker Bert Broeckaert, KU Leuven, dienden we verstek te laten gaan omdat we, in Antwerpen, een cursus gegeven door ons bestuurslid Tamara Ingels, wilden bijwonen. Bert Broeckaert ging het hebben over rituelen rond sterven en dood in multireligieus België.
 
Een zeer interessante dag was achter de rug!
 
Jacques Buermans, foto’s: Leen Otte.
 

Montjuich een “berg” van een begraafplaats!


Met enkele leden van onze vzw Grafzerkje Barcelona bezocht en uiteraard stond Montjuich op ons programma. De kanjer van een begraafplaats gelegen vlakbij de haven tegen de bergwand geeft van op het water gezien de indruk van een dodenstad met enkel gigantische appartementsblokken waar, zes hoog, mensen in vakken gestopt worden. Maar heel veel moois is er te bewonderen in het lager gelegen gedeelte. Vergis u niet: ook daar is het van de ene trap naar de andere.
Er geraken doe je met bus 21. Die stopt op de begraafplaats. Laat u ook niet vangen door de melding dat er op de begraafplaats een bus 107 rijdt. Dat klopt maar enkel op feestdagen! Dus smeer jullie beentjes maar in voor we op verkenning gaan in deze dodenstad. In het kantoortje is een “ruta” verkrijgbaar met drie wandelingen: een “artistieke”, een “historische” en een, iets kortere “combinatierondleiding”. En nog wat: om in Barcelona te mogen fotograferen op begraafplaatsen heb je een schriftelijke toestemming nodig. Op stap.
Een van de merkwaardigste monumenten is het realistische monument voor dokter Francesc Farreras i Framis, hoogleraar anatomie. De liggende figuur is bedekt met een lijkwade waardoor enkel de schedel en de handen getoond worden. Beeldhouwer Rossend Nobas, architect Emili Sala i Cortes. Een modernistisch monument voor Angela Brutau uit 1906. Bartomeu Terrades, textielhandelaar, gaf in 1905 opdracht aan architect Josep Puig i Cadafalch om een gebouw, Casa de les Punxes, te laten optrekken voor zijn drie zussen Angela, die huwde met Brutau, Josefa en Rosa. Dat is de reden dat het gebouw eigenlijk uit drie stukken bestaat. Architect Josep Puig i Cadafalch maakte ook het grafmonument met beeldhouwer Eusebi Arnau i Mascort. Mercedes Casa de Vilanova ligt onder een meesterwerk van beeldhouwer Josep Llimona i Bruguera uit 1903. Josep F. Fonrodona werd hier als eerste begraven op 18 maart 1883. Groot monument voor textielhandelaar Batllo i Batllo uit 1889 van architect Josep Vilaseca i Casanovas en beeldhouwers Manuel Fuxa i Leal en Enric Claraso i Daudi.
Een monument met Egyptische motieven uit 1895 van de hand van architect Lluis Domènech i  Montaner voor Josep M. Valls i Vicens, advocaat, bankier, politicus en schrijver. Vial I Solsona realistisch beeld van architect Josep Balet en beeldhouwer Enric Claraso i Daudi. Baltazar Fortuno i Ferrus was een chirurg die naar Puerto Rico emigreerde. Eclectisch monument uit 1902 van architect Ubaldo Iranzo en beeldhouwer Josep Campeny. Beeldhouwer Josep Clara i Ayats (1878 – 1958) ligt onder een werk van hemzelf. Pilar Solser ligt onder een Egyptische piramide van de hand van architect Leandro Albareda i Petit en beeldhouwer Pau Deulofeu. Nicolau Juncosa (1865 – 1932) was wijnindustrieel en burgemeester van Barcelona . Op het beeld van beeldhouwer Antoni Pujol is achteraan de fabriek van Juncosa te bemerken terwijl de Dood achter hem staat. Teresa Amatller kocht in 1911 de nodige grond aan om dit neogotisch gebouw te laten oprichten voor haar overleden vader Antoni Amatller (1851 + 1910), chocolatier .
Architect Emili Sala i Cortes, beeldhouwer  Eusebi Arnau i Mascort.  Realistisch monument voor de familie Maucci. Drie kinderen stierven op jonge leeftijd: Isabel in 1898, Valentin en Domingo beiden in 1912 respectievelijk 17 en 22 jaar oud. Ze zijn afgebeeld met een boek in de hand verwijzend naar het beroep van de vader: uitgever. Architect J. Masdeu. Maria Bueno i Cardiel. Monument van architect Gabriel Borrell en beeldhouwer Josep Rebarter. De architect van deze begraafplaats Leandro Albareda zocht voor zichzelf een mooi plekje uit voor zijn laatste rustplaats en kreeg de hulp van beeldhouwers Manuel Fuxa i Leal en Josep Campeny. Josep Gil (1857 – 1926) was filantroop, liberaal, senator en burgemeester van Barcelona. Hij schonk een deel van zijn fortuin voor de verderzetting van de bouw van het Hospital San Pau. Architect Josep Mayo i Ribas, beeldhouwer Josep Reynes i Gurgui. Jacint Verdaguer was een van de belangrijkste Catalaanse schrijvers en dichters. Josep Domingo i Foix was textielhandelaar. Eclectisch monument uit 1932 van beeldhouwer Antoni Pujol. Germans Lizé, eclectisch monument uit 1918 van architect Josep Masdeu en beeldhouwer Josep Casan. Jaume Puncernau i Pinto overleed in 1916 in Cuba.
Architect Bonaventura Bassegoda en beeldhouwer Rafael Atché. Marnet i Sacco  is een Frans-Italiaanse familie. Leon Marnet was worstenfabrikant. Architect Antoni Bartra en beeldhouwer J. Dalmau. Joan Pich i Pon was industrieel, financier en politicus. Architect Soteras i Taberner en beeldhouwer Alfons Puyol. Neoclassicistisch monument voor August Urrutia i Rolda van architect Antoni Vilma i Palmès en beeldhouwer Martinez i Fortuny. Tot slot: Isaac Albeniz (1860 – 1909), componist.

Museum van Rouwkoetsen

Vlakbij de begraafplaats van Montjuich ligt het museum van rouwkoetsen. De verzameling werd bijeengebracht in 1970. In 2013 overgebracht naar hier. We hadden geluk want Justine, een jonge dame, wilde ons gidsen in het Engels . We bewonderden een luxekoets uit de 18de eeuw gebruikt voor uitvaarten van leidinggevende figuren. De Grand Doumont was een creatie van de Franse graaf Louis d’Aumont. Spider, = spin, voor begrafenissen van de werkende klasse. Imperial renaissancekoets voor keizers. Wat verder achteraan enkele voertuigen. De Hispano dateert uit 1920. Ten slotte zagen we de Studebaker Six.
 We hadden het getroffen met onze gids want ze was echt bevlogen en bereid om haar kennis te delen. Meer dan tevreden verlieten we het gebouw.
 
Jacques Buermans.
 
Foto’s: Jacques Buermans.

Poblenou en Sant Andreu: twee begraafplaatsen met een verrassing Geen toppers maar deze begraafplaatsen hebben wel iets


De begraafplaats Poblenou is bereikbaar via metrostation Llacuna op lijn 4. Er is een “ruta” voorzien van 30 monumenten. Eigenaardig is hier dat overal de beeldhouwer, de architect en de bouwmeester vermeldt staan maar nergens “wie” er in de concessie ligt.
 
Op Poblenou werd begraven tussen 1775 en 1888. Vlakbij de ingang een neogotische kapel uit 1881 voor de familie Serra. Bouwmeester Jeroni Granell Mundet; beeldhouwers Joan Flotats Llucia en Lluis Puigenner Fernandez. Een liggende vrouwenfiguur uit 1888 voor Josefa Garcia Cubera. Bouwmeester Macari Planella Roura; architect Pelai de Miquelerena de Noriega. Een neoklassieke tempel uit 1850 voor Antonio Bruguera y Marti, overleden in Cadiz op 7 augustus 1846 op 24-jarige leeftijd. Architect Joaquim Bassegoda Amigo. Een neoklassiek werk uit 1880 van bouwmeester Pere Bassegonda Mateu en beeldhouwer Fabiani uit Genua.
Een modernistisch project uit 1897 van Salvador Alarma Tastas en beeldhouwer Pere Estany Capella. Josep Anselm Clave (1824 – 1874) was componist, politicus en dichter. Hij wordt als de pionier van de Catalaanse koormuziek beschouwd. Architect Josep Vilaseca Casanovas en beeldhouwer Manuel Fuxa Leal. Biada, een neoklassiek monument uit 1860 van architect Enric Sagnier Villavecchia. De “finale” van de rondleiding was er een die kan tellen “de kus van de Dood” van Jaume Barba uit 1930. 
De begraafplaats Sant Andreu is bereikbaar via metrostation Fabra I Puig op lijn 1 maar ligt er wel een eindje vandaan.
 
De begraafplaats dateert uit 1839. Rechts na de ingang het mooie familiegraf Marti. Razmik Majiljan, gevonden na veel speurwerk, en met dank aan mijn zoon, bleek een Armeniër te zijn. Hij overleed in 2012.  Op de tekst staat “Wat kan ik voor jou schrijven; Je bent zo kostbaar voor mij; Dat ik zelfs geen woorden heb”.
Egyptiserende elementen bij Vintro. Op het graf Garcia – Fernandez een schoolmeisje met schoolboeken. Je kunt de schrik van je leven krijgen wanneer je plots oog in oog staat met mijnheer Cabullo, een zigeuner. De familie Amador  toont waar ze goed in is … gitaar spelen en mensen neerknallen?

Jacques Buermans.

Foto’s: Jacques Buermans.

Het waargebeurde liefdesverhaal van Abelard en Heloïse


Het brengt menig hart in vervoering. Je kunt het platvloers noemen of er in bewondering voor staan, maar het blijft een bijzonder dramatisch verhaal.
Ik had er vooraf over gelezen en toen ik op de begraafplaats “Père Lachaise” te Parijs kwam, wilde ik natuurlijk naar hun graf! Ik wilde foto’s! – waarvan hierbij een paar afdrukken.
Waarover gaat het? De feiten doen zich voor in de 12de eeuw. De moeder van Heloïse was de zus van kanunnik Fulbert die in Parijs in een klooster verbleef. Omdat Heloïse lessen notenleer volgde bij het “Notre Dame-koor” te Parijs woonde ze tijdelijk bij haar oom-kanunnik. Abelard, leraar kerkzang in de “Notre Dame”, was een door de studenten graag gezien prof, jong en aantrekkelijk.
Voelt g’ het al aankomen? Waarschijnlijk goed gedacht, want wat er moest van komen, kwam. Abelard kreeg een intieme relatie met de jongere Heloïse. Zodanig zelfs dan hun liefde zichtbaar werd, doordat Heloïse zwanger werd. Om kanunnik Fulbert tevreden te stellen trouwden ze meteen. Na de bevalling werd het kind bij de zus van Abelard geplaatst, terwijl hij Heloïse naar een klooster stuurde. Hij wilde vrij zijn! Kanunnik Fulbert was dermate razend dat hij een radicale oplossing zocht. Hij gaf drie mannen opdracht Abelard te castreren. De ontmande Abelard koos vervolgens zelf voor het kloosterleven. Hij legde zijn geloften af te Saint-Denis en vroeg Heloïse hetzelfde te doen. Heloïse werd later abdis bij de Benedictinessen. Abelard berustte er intussen in dat hij gestraft werd in het lichaamsdeel waarmee hij gezondigd had.
Heloïse echter geraakte niet los van het gebeurde en miste haar kind. Er ontstond een intieme briefwisseling tussen Abelard en Heloïse. Ze schreef dat ze haar gevoelens voor Abelard boven haar liefde voor God stelde.
Abelard troost, vleit en bemoedigt. De brieven zijn vol van gedempt verdriet. Al droeg Abelard wel een pij, hij werd nooit tot priester gewijd. Hij verkeerde in de onduidelijke staat tussen geestelijke en leek. Abelard stierf in 1142 – Heloïse in 1163. Beiden werden begraven in de kerk te Nogent-sur-Seine.
In 1817 werd hun gebeente overgebracht naar “Père Lachaise”, waar ze uiteindelijk herenigd wachten op de opstanding. Hoe pompeus hun grafmonument eruit ziet, hun echte monument zijn hun brieven, die altijd uitnodigen tot meevoelen en doorfantaseren. Er bestaan boeken en een film over deze gebeurtenis. Toch was ik aangenaam verrast toen ik in het voorjaar 2012 las dat er te Mol, door de groep Ootello-Mamuse, een zangstuk werd opgevoerd “over de hartstochtelijke liefde tussen Abelard en Heloïse – inkom 8 € - reserveren verplicht”.
 
Ik kom graag op een “kerkhof”, ’t is een hof vol verhalen!
 
Louis Van Dyck.

In Gent willen ze je er echt wel in!


Ons lid Sam Stofferis fotografeerde het volgende op een Gentse begraafplaats.